Groen of niet groen?

Net nu donderdag het langverwachte klimaatrapport van de Verenigde Naties uitkomt, mag ik ook van mijn vader niet meer over de opwarming van de aarde schrijven. Een mooie wereldverbeteraar ben ik. Ik kan niet eens mijn familie overtuigen. „De hele krant staat er al vol mee”, zei hij, „iederéén heeft het er over”. Ik kneep in mijn telefoon. Het kunststof protesteerde krakend. Eerst was het alleen mijn oudste broer (ik ben de jongste van drie). Die maakte zich zorgen over de opdringerigheid van mijn stukjes, die rond de verkiezingen steeds hartiger werden (‘Onze kinderen zullen het misschien niet overleven’) en volgens hem lezers zouden afschrikken.

We voeren strijd per e-mail. Hij schrijft: „Kijk, ik wil best leuke of scherpe columns van mijn politieke tegenstanders lezen, maar geen columns waarin de schrijver mij zo opzichtig probeert te overtuigen van zijn zogenaamde gelijk. Jij zegt: ‘Het is geen politiek, het gaat ons allemaal aan’. Dat beslissen wij lezers zelf wel, bovendien ken ik wel urgentere problemen, zoals overbevolking (zes miljard mensen), uitstervende dieren en verdwijnende Braziliaanse bossen. Los van het feit dat zeespiegelstijging en opwarming misschien rot is voor Nederlanders, maar niet voor koulijders in Siberië. En dat water verdwijnt niet. Misschien gaat het wel lekker hard regenen in de Sahara.”

Met onder zijn e-mail een link naar een site of nieuwsbericht waarin de menselijke schuld aan de opwarming van het klimaat wordt tegengesproken of genuanceerd. Dagelijks gaan we elkaar te lijf. Gisteren stuurde hij een e-mail met als titel Meer treinen zei je?. De bijlage was een artikel waarin een topambtenaar van het ministerie van Verkeer en Waterstaat vertelt dat treinen niet schoner zijn dan auto’s: „Per reizigerskilometer is de auto grosso modo niet vervuilender dan het ov.”

Nu is mijn vader dus ook om. Zouden ze met elkaar hebben gebeld? Mijn vader en mijn oudste broer? „Hij schiet z’n doel voorbij. We moeten hem tot de orde roepen.” En mijn vader is zelf ook een believer! Mijn brievenbus klappert de hele dag van zijn brieven over het milieu. ‘Kling-kleng!’ galmt het door het huis en dan ligt er weer zo’n dikke, bruine envelop, vol knipsels, en een brief, uit zijn antieke typmachine, met schots en scheef gehamerde letters en hier en daar een kwak typex: ‘Shell haalt olie uit de grond omdat de wereld wil autorijden. Oververhitte milieuridders draaien dit vaak schuimbekkend om en zeggen: Shell houdt de auto-industrie groot.’

Vandaag ga ik mijn oudste broer maar ’ns om z’n oren slaan met de duizend hittedoden in Nederland, afgelopen zomer. Volgens de VN was dat in 2006 wereldwijd de op drie na grootste natuurramp. Daarna geef ik ’m de resultaten van het meest dramatische jaar in de geschiedenis van Ford, namelijk 12,75 miljard dollar verlies. (Die slechte cijfers hebben allerlei redenen, maar feit is dat de Amerikaanse auto-industrie jaarlijks miljarden inkomsten misloopt omdat veel modellen niet naar China kunnen worden geëxporteerd, vanwege de hogere milieueisen aldaar.) En tenslotte, als knock-out, vraag ik ’m om het raam open te zetten en zijn hoofd in de lucht te steken en dan verder te lezen. Vervolgens kom ik met een linkse directe over de warmste januarimaand ooit, met een gemiddelde van 7,1 graden, waar 2,8 graden normaal is.

Mijn andere broer is trouwens wel tevreden over mijn opstanding als groen-liberaal. Vooral over het moment in mijn emancipatie waarin ik twee van mijn drie energieslurpende auto’s heb afgestoten. Hij schreef mij vorige week: ‘PS: Jaguar rijdt heerlijk. Zeker nu ik meer gas geef. In het begin was ik te zuinig, nu geef ik altijd verkwistend gas.’