Foute stress nekt penaltyschutter

Kalmte en jeugd zijn belangrijk bij het nemen van penalty’s. En een strafschop die de overwinning afdwingt wordt veel vaker raak geschoten dan een penalty die verlies moet voorkomen. Aldus berekende Geir Jordet.

Sportpsycholoog Geir Jordet heeft een advies voor voetballers die strafschoppen nemen met knikkende knieën. Neem de tijd. Pak de bal rustig op en leg hem zorgvuldig op de stip. Want hij weet: spelers die daar maar een seconde de tijd voor nemen benutten 50 procent van hun strafschoppen. Spelers die er circa twee seconden over doen scoren 76 procent.

Jordet kwam tot deze conclusies op grond van een videoanalyse van 332 strafschoppen uit de 30 strafschoppenseries op alle WK’s, EK’s en de Champions League. De strafschoppenserie is geïntroduceerd in 1970, tot die tijd bepaalde een opgeworpen muntje de winnaar van een na verlengingen onbesliste wedstrijd.

Er zijn natuurlijk spelers die de bal snel neerleggen en raak schieten, maar afgelopen zomer was de Franse aanvaller David Trézéguet erg gehaast, voordat zijn strafschop op de lat belandde, waardoor Frankrijk de WK-finale verloor. „Trézéguet gebruikte 1,5 seconde om de bal op te pakken en op de stip te leggen’’, zegt Jordet (Rijksuniversiteit Groningen). „Daarmee was hij de op een na snelste. Andere spelers namen tot wel vijf seconden de tijd.’’

Jordet heeft zijn analyse van pauzes voor de penalty twee weken geleden gepresenteerd op een mondiaal congres over voetbal en wetenschap in Antalya (Turkije). Twee andere strafschoppenstudies van Jordet en collega Esther Hartman verschenen deze maand in het Journal of Sport Sciences en het International Journal of Sport Psychology.

Deze studies zijn ook interessant voor coaches. Aanvallers deden het in strafschoppenseries met een scoringspercentage van 83,1 bijvoorbeeld beter dan middenvelders (79,6 procent) en verdedigers (73,4 procent). Het verschil dat Jordet vond was statistisch niet significant, maar hij gelooft toch dat er een reëel verband bestaat waar coaches iets mee kunnen: „In een nog ongepubliceerde analyse heb ik de statistieken van de Champions League ook meegenomen. Daarin scoren de aanvallers wel significant beter.”

Jordet ontdekte ook dat oudere en meer ervaren voetballers het in beslissende strafschoppenseries minder goed deden dan de jonkies. Spelers onder 22 scoorden 85,2 procent van de 61 strafschoppen die zij namen, oudere spelers (23-29 en 29+) kwamen uit rond 78 procent. Deze resultaten zijn niet statistisch significant. Maar statisticus Gert Nieuwenhuis (Universiteit van Tilburg) bevestigt dat resultaten die niet significant zijn, toch relevant kunnen zijn. „De auteurs van het stuk in het Journal of Sport Sciences gaan uit van een P-waarde van 0,05. Dat betekent dat er een kans mag bestaan van 5 procent dat een gevonden verband in werkelijkheid op toeval berust. De gevonden P-waarde voor het verschil tussen aanvallers en verdedigers ligt op 0,07 wat betekent dat je met 93 procent zekerheid kunt zeggen dat de positie in het team van invloed is op het resultaat.’’ Niet oninteressant, als er zoveel kan afhangen van een gemiste penalty in een finale. Toch gelooft Nieuwenhuis niet dat trainers zich zullen laten leiden door dit soort statistieken, zelfs als die significant zijn: „Een trainer zal eerder geneigd zijn om naar de individuele voetballer kijken: hoe is zijn prestatierecord? Ziet hij er moe uit? En kan hij tegen stress?”

Jordet heeft ook ontdekt dat strafschoppen later in de serie minder worden benut dan strafschoppen aan het begin. Dit resultaat is weer wél statistisch significant. Het scoringspercentage daalt van 87 uit de eerste strafschop tot 64 uit de strafschoppen 6, 7 en 8. Die laatste strafschoppen worden alleen genomen als de eerste vijf geen beslissing hebben gebracht. Volgens Jordet is stress hier de doorslaggevende factor: als een strafschop bepaalt of een team wint of verliest, dan neemt de scoringskans af.

Met de beslissende strafschop is meer aan de hand. Als een speler de kans heeft de winnende treffer binnen te knallen, dan lukte dat in meer dan 90 procent van de gevallen. Als een speler daarentegen moest scoren om zijn team niet te laten verliezen, dan daalde het scoringspercentage tot 55. „Het lijkt erop dat het fout gaat als je focust op de negatieve gevolgen van een misser”, zegt Jordet.

Met Marije Elferink-Gemser heeft Jordet tien van de 14 Nederlandse en Zweedse internationals geïnterviewd die deelnamen aan de strafschoppenserie in de door Nederland gewonnen halve finale op het EK van 2004. In de geanonimiseerde interviews praten internationals over hun stress: „Toen we in de middencirkel stonden was ik geweldig nerveus”, zegt één van hen. „Zo nerveus dat ik dacht dat je het trillen van mijn benen op televisie moest kunnen zien.”

Jordet gelooft dat er aan dit soort onproductieve stress best iets te doen is. „Je kunt tijdens de trainingen proberen de druk rond een strafschoppenserie op te voeren. Nu hangen spelers na afloop van een training rond het strafschopgebied, ze maken grappen en de sfeer is relaxed. Misschien moet je gaan trainen in een stadion met publiek.”

Toch relativeert de sportpsycholoog ook zijn resultaten. Als jonge aanvaller had David Trézéguet afgelopen zomer een deel van de statistieken achter zich. Jordet: „Aan de strafschoppenserie tijdens het afgelopen WK is vooral opmerkelijk dat de spelers van Frankrijk en Italië het zo goed deden. Tot Trézéguet had geen van hen gemist. Zo’n performance zou je graag willen verklaren, maar dat is lastig. Tijdens het voetbalcongres in Turkije dat ik onlangs bezocht vroeg iemand de winnende Italiaanse coach Lippi wat hij had gedaan om zijn spelers voor te bereiden. ‘Niets’, was het antwoord.”