Extra werken voor ouder niet lonend

Voor mensen die in deeltijd werken, is het de afgelopen jaren financieel niet aantrekkelijker geworden om meer te gaan werken. Vooral voor deeltijdwerkers met jonge kinderen is het niet erg lonend om een dag meer te gaan werken. Van elke euro die zij dan extra verdienen, verdwijnt 40 tot 60 cent naar belasting en kinderopvang.

Dat blijkt uit een onderzoek van het ministerie van Sociale Zaken naar de zogenoemde armoedeval, het fenomeen dat mensen die (meer) gaan werken er financieel niet of weinig op vooruitgaan.

De uitkomst staat haaks op het streven van het kabinet-Balkenende om de arbeidsparticipatie onder deeltijdwerkers te vergroten.

In het rapport staat dat juist bij deze groep werknemers de meeste winst te halen is. Als alle werknemers met een deeltijdbaan van minder dan 32 uur een dag extra gaan werken, neemt het arbeidsvolume met een half miljoen voltijdbanen toe. Het arbeidspotentieel van andere groepen, zoals de werkloze minima, is lager.

In het onderzoek is gekeken naar de marginale druk, het percentage van het extra inkomen dat teniet wordt gedaan door belastingen en het verlies aan subsidies. Tussen 2002 en 2006 is de marginale druk vergroot voor deeltijdwerkers die hun uren uitbreiden. Dit komt door de stijging van het belastingtarief in de tweede schijf, een hogere AWBZ-premie en een stijging van de pensioenpremies. Voor werklozen is het wel financieel aantrekkelijker geworden om te gaan werken, onder meer door verhoging van de arbeidskorting en wijzigingen in de kinderkorting.

Een woordvoerder van Sociale Zaken zegt dat er wel maatregelen zijn genomen om de armoedeval voor deeltijdwerkers te beperken. „Dat gebeurt ook dit jaar weer. De WW-premie daalt en de tegemoetkoming voor kinderopvang gaat omhoog. Helemaal oplosbaar is het probleem niet, want de marginale druk kan niet lager worden dan 40 procent, het gemiddelde belastingtarief. Tenzij de belastingtarieven omlaaggaan.”