Even naar Turijn voor een schaatssprint

Erben Wennemars schaatst dit seizoen een moordend schema met 56 wedstrijden in alle uithoeken van de wereld. „Waar hebben we het nou over? Een paar minuten schaatsen.”

Morgen stapt Erben Wennemars op het vliegtuig naar Turijn. Daar rijdt hij zaterdag een 1.500 meter, die ongeveer één minuut en 45 seconden zal duren. Dan keert hij terug naar Heerenveen, om zich voor te bereiden op het WK allround. Daar plaatste de 31-jarige TVM-schaatser zich vorige week voor, na een zware skate-off. En dat was weer een paar dagen nadat hij het WK sprint had gereden in Noorwegen. Eigenlijk had Wennemars de eerste marathon op natuurijs van het jaar ook willen rijden, donderdag in zijn eigen Overijssel. „Maar dat haalde ik niet door de skate-off. En de kortebaanwedstrijd in Warga was vrijdag afgelast, anders hadden we daar ook gereden”, zegt hij gekscherend.

Erben Wennemars krijgt nooit genoeg van schaatsen. Het overvolle programma lijkt bovendien geen enkele invloed te hebben op zijn prestaties. Met de vijf kilometer van donderdag nog in de benen raffelde hij zaterdag tijdens de wereldbekerwedstrijden in Heerenveen een 1.000 meter af in 1.08,98, waarmee hij als eerste Nederlander de barrière van 1.09 minuut op Nederlands ijs slechtte. „Ik ben wel een beetje moe”, erkende hij na afloop van zijn rit.

Het was zijn 39ste officiële start dit seizoen, zo had hij – typisch de cijfermens Wennemars – ’s ochtends nog uitgerekend. Zondagavondstond de teller op 41. Het worden er 56 dit seizoen, ijs en weder dienende. „Ik train om wedstrijden te rijden”, zegt hij nuchter. „Niet om te trainen.”

Wennemars rijdt dit jaar alles wat hij kan rijden: sprint, allround, het maakt hem niets uit. In november, toen de schaatsen nog maar net uit het vet waren, liet hij tijdens de NK afstanden in Assen terloops al eens vallen dat hij graag mee zou doen aan het wereldkampioenschap allround – „mijn jongensdroom”, noemde hij dat. Toen werd er nog wat lacherig gereageerd.

Hij hield woord, maar paste zijn programma niet aan. „Ik doe niets extra’s voor het allrounden”, zei hij in december. Terwijl andere schaatsers af en toe een weekend met de benen omhoog zitten, verschijnt Wennemars sinds begin november vrijwel elk weekeinde ergens aan de start.

Het enige toernooi dat Wennemars bewust oversloeg was het EK allround in Collalbo. Dat was hem te dicht op het WK sprint geagendeerd. „Natuurlijk is het veel”, zegt Wennemars. „Het programma is heel erg vol.” Hij erkent dat hij best eens een weekendje zou willen uitwaaien, met schoenen onder zijn voeten in plaats van schaatsen. „Maar ik vind die wereldbekerwedstrijden en de klassementen ook belangrijk. Daar rijd ik al die wedstrijden voor. Rijden in een vol Thialf vind ik prachtig. Het publiek heeft er ook recht op dat de toprijders meedoen.”

Ondanks alle drukte is Wennemars bezig met een uitstekend seizoen, zeker na een teleurstellend olympisch jaar. „Vorig seizoen had ik het hele jaar zere benen.” Hij won dit seizoen al drie wereldbekerwedstrijden, een ploegachtervolging, hij werd Nederlands kampioen sprint en derde op het NK allround. „Als je fit bent, kun je een heleboel aan”, zegt hij. En blessures heeft hij niet. Wennemars zegt het moordende schema te kunnen volhouden door zijn ervaring. „Ik weet precies wat ik moet doen rond de wedstrijden. Altijd even uitfietsen na een race. De verzorging is heel erg belangrijk. Door de weet doe ik bepaalde intensieve trainingen niet meer, want die doe ik al in het weekend, tijdens de wedstrijden. Als je dat dubbelop doet, ga je kapot.”

Of zijn ongeremde werklust niet ten koste zou gaan van zijn sprintprestaties, was de grote vraag. Het werd hem zo vaak gevraagd dat het hem zelfs begon te irriteren, omdat hij de sport niet serieus zou nemen. „Ik vind het steeds moeilijker om te genieten van het WK allround”, liet hij zich vorige week ineens ontvallen na de skate-off. „Laat mij toch lekker dromen over een WK in een kolkend Thialf. Iedereen vindt het geweldig wat Shani Davis doet. Die denkt ook niet in hokjes.”

Het enige moeilijke moment dat hij tot nu toe kende, was de 5.000 meter op het NK allround, vlak voor Kerstmis, waar hij de laatste rondjes „behoorlijk stuk ging”. Maar, zegt hij, „waar hebben we het nou over? Een paar minuten schaatsen.”

Wennemars zegt veel te profiteren van de vele trainingsuren met zijn collega’s in de TVM-ploeg, Sven Kramer en Carl Verheijen, twee specialisten op de lange afstanden. Het komt zelfs zijn sprint ten goede. „Ik ben Carl en Sven heel dankbaar, dat ik het hele jaar met ze mag trainen, want het is altijd diezelfde slag die je maakt. Ik moet niet te veel sprinten, altijd maar die honderd meter rammen. Dat trekt mijn energiesystemen leeg. Daardoor ga ik rennen in plaats van schaatsen op de sprint. Ik moet juist een beetje rust in mijn slagen brengen. Dat kan dankzij die duurtrainingen.”

Maar een sprinter is Erben Wennemars, tweevoudig wereldkampioen sprint, al lang niet meer. Want wie de elfde plaatst bezet op de eeuwige wereldranglijst voor allrounders, de Adelskalender, ruim vóór tijdgenoten als Gianni Romme, Rintje Ritsma, Bob de Jong, Mark Tuitert en Ids Postma, heeft alle recht zichzelf een allrounder te noemen.