Emancipatiekrediet

Microkrediet geldt als een wondermiddel tegen armoede en achterstand van vrouwen.

Oegandese vrouwen die lenen zijn minder afhankelijk, maar nog niet minder arm.

Een vrouw in Oeganda. Vooral vrouwen maken gebruik van microkrediet, al worden ze er lang niet altijd minder arm van. Foto Jeffrey Barbee Hadija Malufa carries water up to the container she works in selling airtime vouchers for a new cellular network in Kampala Uganda. Copyright Jeffrey Barbee Barbee, Jeffrey

Armoedebestrijding die voorbijgaat aan de achterstand van vrouwen is half werk, vinden ontwikkelingsdeskundigen. Zij pleiten voor empowerment van armen, in het bijzonder van vrouwen. Microkrediet – kleine leningen zonder onderpand – zou het antwoord zijn. Een Bengaalse bankier kreeg voor dit idee de Nobelprijs en prinses Máxima gelooft er heilig in.

Pleitbezorgers van microkrediet hanteren nogal eenzijdige definities van armoede en macht, vindt Alfred Lakwo (36) die vorige week promoveerde aan de Radboud Universiteit. Lakwo was jaren ambtenaar in het Oegandese district Alwi, zijn geboortestreek aan de bovenloop van de Witte Nijl. Daar deed hij met een Nederlandse NWO-beurs onderzoek naar effecten van microkrediet.

„Microkrediet is een voornaam onderdeel van het ontwikkelingsbeleid in Oeganda”, vertelt Lakwo, „en het krijgt steun van buitenlandse donoren. Aanvankelijk zagen NGO’s microkrediet als een mogelijkheid om inkomen te genereren voor de armen. Nu verschuift het accent van armoedebestrijding naar de opbouw van financieel gezonde instellingen voor microfinanciering.”

Dat microkrediet de armoede niet verhelpt, ligt volgens Lakwo aan de dwang op dorpsbanken hun winst te maximaliseren. „Die banken zijn een gezamenlijk fonds van dorpelingen en mobiliseren plaatselijk spaargeld. Middelen voor opbouw van de organisatie krijgen ze van de overheid en van donoren, maar het grootste deel van het kredietfonds moeten ze lenen op de kapitaalmarkt.”

„Dorpsbanken brengen een rente in rekening van 20 procent over drie jaar en vragen zich niet af of cliënten dat kunnen opbrengen. Tegelijkertijd wordt bezuinigd op zakelijk advies en steun bij marketing, want dat knabbelt aan de winstmarge.” Nu lopen mensen vaker weg van huis tegen de vervaldatum van hun lening, zegt Lakwo. „Anderen verkopen huisraad. Het aantal drop-outs neemt toe.”

Over versterking van de positie van vrouwen is Lakwo positiever. „Dorpsbanken lenen vooral aan groepen, en de meeste groepen bestaan uit vrouwen. In dit deel van Oeganda is de kloof tussen de seksen het gevolg van discriminerende praktijken: mannen binden vrouwen aan de keuken en de grond en dicteren wat ze wel en niet mogen doen. Vrouwen bezitten geen land. Dat wordt overgeërfd in de mannelijke lijn. Vrouwen bewerken de grond, maar de oogst is niet van hen. De mannen verbouwen marktgewassen, de vrouwen alleen voedsel voor de familie. Zij hebben dus geen geld en zijn volkomen afhankelijk van de mannen.”

Als vrouwen een lening krijgen, investeren ze in handelswaar, constateerde Lakwo. „Handel bevrijdt hen uit de gebondenheid aan keuken en akker, want ze moeten naar de markt om te verkopen. Ze verdienen geld en kunnen zelf bepalen waaraan ze het uitgeven. In afwijking van wat men in het Westen denkt – wat je verdient, is alleen van jou – kiezen vrouwen ervoor om het geld samen met hun mannen te beheren. Zij willen niet dat hun handel hun huwelijk ontwricht, want een gescheiden vrouw is niet huwbaar en geniet geen respect. Vrouwen worden sociaal en economisch sterker door hun handeltjes, maar worden geen ‘macho’ zakenlui. Door hun geldinkomen krijgen zij een aandeel in het huishouden en groeit hun gevoel van eigenwaarde: ze vinden zichzelf betere moeders en echtgenotes.”

    • Dirk Vlasblom