Een bruiloft met mitsen en maren

In Nederland trouwen de meeste stellen in gemeenschap van goederen. Toch kan trouwen op huwelijkse voorwaarden veel ellende voorkomen.

Wie in Nederland trouwt zonder iets te regelen, doet dat automatisch in gemeenschap van goederen. Dit betekent dat op de huwelijksdatum alle bezittingen en schulden van de gehuwden samensmelten. Hierin wijkt Nederland af van andere Europese landen waar juist huwelijkse voorwaarden, ofwel precieze afspraken over wat van wie is, de regel zijn.

Maar ook in Nederland neemt het animo voor huwelijkse voorwaarden toe. Uit een publicatie van M. van Mourik, hoogleraar notarieel en privaatrecht in Nijmegen, blijkt dat in de jaren vijftig en zestig 8 procent van de stellen voor huwelijkse voorwaarden koos. Nu ligt dat percentage rond 30.

Er zijn plannen om het wettelijk automatisme van gemeenschap van goederen te beperken. In december 2005 is hiertoe een voorstel tot wetswijziging ingediend bij de Tweede Kamer. De belangrijkste verandering zou zijn dat schenkingen en erfenissen voortaan buiten het gemeenschappelijk vermogen blijven, tenzij de partners in hun huwelijkse voorwaarden iets anders regelen. Op dit moment is nog onduidelijk wat er met het voorstel zal gebeuren.

Waarom kiezen Nederlanders van oudsher voor gemeenschap van goederen? „Mensen zien huwelijkse voorwaarden vaak als een motie van wantrouwen”, verklaart Frits von Seydlitz-Kurzbach, notaris in Breda. „Ze hebben er moeite mee van tevoren afspraken te maken voor het geval dat het misgaat.” Volgens hem is dit niet terecht. „Je sluit ook een inboedelverzekering af, terwijl je er niet van uitgaat dat je huis afbrandt.”

Toch blijft voor veel mensen gemeenschap van goederen de meest voor de hand liggende keuze. Alleen al om de kosten, het opstellen van huwelijkse voorwaarden kost al gauw 600 à 700 euro. Bovendien is gemeenschap een rechtvaardig systeem. De partner die ervoor kiest minder buitenshuis te werken en meer te zorgen, deelt eerlijk mee in de vermogensopbouw.

In een aantal situaties is het verstandiger voor huwelijksvoorwaarden te kiezen, vindt Von Seydlitz. „Bijvoorbeeld als een van de partners een eigen bedrijf heeft, of plannen in die richting. Huwelijkse voorwaarden voorkomen dan dat bedrijfsschulden op het hele gemeenschappelijke vermogen verhaald kunnen worden.”

Ook als iemand kinderen heeft uit een eerdere relatie, kunnen huwelijkse voorwaarden zorgen dat de nalatenschap voor die kinderen veiliggesteld wordt, rekent Von Seydlitz voor. Stel, een vrouw met een vermogen van 120.000 euro en twee kinderen uit een vorige relatie, hertrouwt op huwelijkse voorwaarden met een partner die 60.000 euro bezit. Als de vrouw overlijdt, erven de kinderen en de echtgenoot ieder 40.000 euro. Was ze in gemeenschap van goederen gehuwd, dan zou de helft van het gemeenschappelijk vermogen, 90.000 euro, verdeeld worden en zou elk kind slechts 30.000 euro erven.

Huwelijkse voorwaarden zijn ook het overwegen waard als de één veel rijker is dan de ander. Dit was bijvoorbeeld het geval bij Esther Bryson en Miriam Bryson-Sommer. Miriam bezat onder andere een eigen woning met een behoorlijke overwaarde. „We trouwden toen we pas vier maanden bij elkaar waren”, zegt Miriam. „Onze relatie zat helemaal goed, maar het gaf me toch een zekerder gevoel huwelijkse voorwaarden op te laten stellen.”

Haar partner vond het geen probleem. „Het ging mij om het trouwen, de financiële aspecten vond ik niet zo belangrijk.” Het stel heeft wel een zogenoemd finaal verrekenbeding laten opnemen. Dit houdt in dat als een van de twee overlijdt, er wordt ‘afgerekend’ alsof er gemeenschap van goederen was. Volgens Von Seydlitz kiezen de meesten daarvoor. „Koude uitsluiting, een volledige scheiding van vermogens, zie ik nauwelijks meer.”

    • Heidi Klijsen