Duizend doden sterven

De hittegolf in Nederland in juli vorig jaar pakte uit als een natuurramp in de mondiale top-tien: 1.000 doden. Maar gegevens voor een analyse ontbreken.

Nederland staat vierde op de wereldranglijst van landen waar natuurrampen in 2006 de meeste dodelijke slachtoffers hebben gemaakt. Dat blijkt uit cijfers die het CRED, het gerenommeerde Onderzoekscentrum voor Rampenepidemiologie van de Université Catholique de Louvain (België) vandaag in Genève bekend heeft gemaakt.

De hittegolf in juli 2006 maakte in Nederland 1.000 dodelijke slachtoffers. Alleen de aardbeving in Indonesië in mei (5.778 doden), de tyfoon Durian in de Filippijnen (1.399) en een aardverschuiving in februari, eveneens in de Filippijnen (1.112), eisten een hogere menselijke tol. Op de vijfde plaats staat België, waar tijdens dezelfde hittegolf in juli 940 mensen het leven lieten. Oekraïne is achtste, met 801 doden na strenge kou in januari.

Het CRED houdt statistieken bij van natuurrampen over de hele wereld sinds 1900, die worden aangeleverd door nationale instanties. Zo komt de informatie over Nederland van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

„Drie Europese landen in de top-tien, dat is verontrustend”, zegt Debarati Guha-Sapir, directeur van het CRED. „Normaal voeren Aziatische landen als Bangladesh en de Filippijnen, en Afrikaanse en Caraïbische landen de lijst aan. Maar juist deze landen worden beter in het beperken van menselijke en materiële schade na natuurrampen. Europa, dat door de klimaatveranderingen steeds meer getroffen wordt door overstromingen en hittegolven, heeft daar weinig ervaring mee. Europeanen voelen zich veilig. Die denken: ons kan niets overkomen. Er wordt weinig aan preventie gedaan. Het wordt tijd om dat te veranderen.”

Op het eerste gezicht was 2006 een gemiddeld jaar, constateert Guha-Sapir. „Er waren geen spectaculaire rampen, zoals de tsunami en de Pakistaanse aardbeving van 2005. In totaal waren er 395 rampen ter wereld, waarbij 21.796 doden vielen. Eén gegeven springt er meteen uit: ruim 15 procent van alle doden viel in Europa, terwijl dit tussen 2000 en 2005 gemiddeld maar 10,5 procent was. Dit is geen geringe toename.”

Tegelijkertijd doet zich een ander verontrustend fenomeen voor: de gegevens die het CRED uit Azië krijgt, de regio die altijd het hardst getroffen wordt door natuurrampen, zijn kwalitatief beter dan die uit Europa.

„De Europese statistieken zijn armzalig”, zegt ze. „Op de Filippijnen zit één centrum dat alle gegevens coördineert. Ministeries, lokale overheden, de politie en ngo’s sturen alles naar dit centrum, dat ze weer naar ons doorstuurt.

„In Europa bestaat dit niet of nauwelijks. Van de politie krijgen we andere cijfers dan van een gemeente of provincie. Vaak sturen ze ons helemaal niets en moeten we aan de hand van krantenberichten zelf op zoek naar goed cijfermateriaal. En als we cijfers hebben, weten we wel hoeveel doden er zijn gevallen, maar niet waaróm. Dat wordt nauwelijks onderzocht. Zo weten wij niet waaraan die 1.000 Nederlanders in juli 2006 zijn overleden.”

Bekend is alleen dat het vooral om oudere vrouwen uit het zuiden des lands ging. Maar waren dit gezonde mensen die rond het middaguur waren gaan tennissen? Of waren ze in bed geveld door ziektes waaraan ze anders misschien drie weken later waren overleden? „In het eerste geval moet je je zorgen maken, en mensen voorlichten hoe ze zich moeten gedragen tijdens een hittegolf. In het tweede geval hoort Nederland dus niet in de top-tien thuis.”

Kortom, hoe significant het is dat Nederland op de vierde plaats staat, weet Guha-Sapir ook niet. Maar dat, zegt zij, zou wetenschappers er juist toe moeten aanzetten om dit rampencijfer te analyseren. Dat gebeurt niet. Zo wil zij weleens weten hoeveel Nederlanders er binnen drie maanden ná de hittegolf aan hartziektes overleden. „Als dat aantal hoger was dan normaal, kun je uitzoeken of dit ook een gevolg was van de hitte. Alleen door onderzoek te doen kun je cijfers betrouwbaar maken en aan preventie doen.”

Zo bleek na de tsunami dat veel vissersvrouwen op Sri Lanka waren gedood door omvallende muren: zij waren in paniek voor de vloedgolven hun huizen in gevlucht. Nu vertellen de overheid en ngo’s vissersvrouwen dat ze dat een volgende keer níet moeten doen. Bangladesh wordt door evenveel overstromingen geteisterd als vroeger. Maar nu zijn veel burgers van lagerliggende eilandjes naar hogergelegen gebieden verhuisd en vallen er minder doden.

Er staan Europa meer hittegolven en overstromingen te wachten, zegt Guha-Sapir. Het heeft de middelen om onderzoek te doen en maatregelen te nemen. In haar ogen is de top-tien van 2006 dan ook „een wake-up call”. Betrouwbaar of niet.

Rapport ‘2006 disasters in numbers’: www.unisdr.org

    • Caroline de Gruyter