Duizend doden bij hittegolf 2006

Nederland staat vierde op de wereldranglijst van landen waar natuurrampen in 2006 de meeste dodelijke slachtoffers hebben gemaakt. Dat blijkt uit cijfers die het CRED, het gerenommeerde Onderzoekscentrum voor Rampenepidemiologie van de Université Catholique de Louvain (België) gisteren in Genève bekend heeft gemaakt.

De hittegolf in juli 2006 maakte in Nederland 1.000 dodelijke slachtoffers, zo blijkt uit de lijst. Alleen een aardbeving in Indonesië (5.778 doden), de tyfoon Durian in de Filippijnen (1.399) en een aardverschuiving, eveneens in de Filippijnen (1.112), eisten een hogere tol. Het CRED houdt statistieken bij van natuurrampen over de hele wereld. De cijfers worden geleverd door nationale instanties, in Nederland door het Centraal Bureau voor de Statistiek.

„Drie Europese landen – Nederland, België en Oekraïne – in de top-tien, dat is verontrustend”, zegt Debarati Guha-Sapir, directeur van het CRED. „Gewoonlijk voeren Aziatische en Afrikaanse landen de lijst aan. Maar die worden beter in het beperken van de schade na natuurrampen. Europa, dat door de klimaatveranderingen steeds meer getroffen zal worden door rampen, heeft daar weinig ervaring mee.”

Opmerkelijk is dat de gegevens die het CRED uit Azië krijgt kwalitatief beter zijn dan die uit Europa. Guha-Sapir: „Op de Filippijnen zit één centrum dat alles coördineert. In Europa krijgen we van de politie andere cijfers dan van een gemeente. En als we cijfers hebben, weten we wel hoeveel doden er zijn gevallen, maar niet waaróm. Zo weten wij niet waaraan die duizend Nederlanders in juli 2006 zijn overleden. Bekend is alleen dat het vooral om oudere vrouwen uit het zuiden des lands ging. Maar waren dit gezonde mensen die rond het middaguur waren gaan tennissen? Of waren ze in bed geveld door ziektes waaraan ze anders misschien drie weken later waren overleden?”

Pagina 9: Nog nooit zo warm

Lees het hele rapport‘2006 disasters in numbers’op de site www.unisdr.org

    • Caroline de Gruyter