‘Daar wil ik niets over verklaren’

Journalisten van De Telegraaf weigerden hun bronnen te openbaren in een zaak waarbij volgens justitie staatsgeheimen waren doorgespeeld. Voor de rechtbank hielden zij gisteren vast aan hun verschoningsrecht.

Journalisten hebben verschoningsrecht, zo stelde voorzitter R. Elkerbout van de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Den Haag. Elkerbout ondervroeg daar gisteren twee journalisten van De Telegraaf naar aanleiding van publicaties in die krant over geheime dossiers van de Binnenlandse Veiligheidsdienst, tegenwoordig de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Dossiers die via een voormalige AIVD-medewerker zouden zijn doorgespeeld aan Amsterdamse criminelen.

Het Openbaar Ministerie verdenkt de oud-medewerker van diefstal van die dossiers en twee vrienden van hem van het doorspelen ervan naar De Telegraaf. Het verhoor van de journalisten moest duidelijkheid geven over hun bronnen. In december werden ze door justitie hiervoor gegijzeld, maar de raadskamer hief die gijzeling na enkele dagen op vanwege onvoldoende grond om ‘inbreuk te maken op hun verschoningsrecht’.

Advocaten of medici hebben een volledig verschoningsrecht, betoogde Elkerbout gisteren. Maar voor journalisten is dat recht beperkt tot bronbescherming. Andere vragen moeten ‘naar waarheid’ beantwoord worden. Dat leverde vervolgens een ondervraging op waar de rechters niet veel wijzer van werden. „In mei vorig jaar stond in uw krant dat de voormalig AIVD-medewerker een bomaanslag op een makelaarskantoor in Den Haag heeft gepleegd. Hoe wist U dat?” wilde Elkerbout weten. „Daar wil ik niets over verklaren”, was het antwoord. „Hoe weet ik dan dat er niet gewoon een broodje-aapverhaal in de krant staat?”, vroeg Elkerbout zich af. Hij kreeg geen antwoord. Het nieuws dat die vertrouwelijke BVD-stukken in het criminele circuit terecht waren gekomen, stond niet in die documenten zelf, werd de journalisten voorgehouden. „Hoe wist U dat dan? Was dat goddelijke inspiratie of zo?” De vraag bleef onbeantwoord.

Een intern document met kritiek op het functioneren van de BVD werd door beide journalisten toegeschreven aan de ex-medewerker. Want zijn initialen stonden daarop vermeld. Maar onderzoek door de AIVD had volgens Elkerbout uitgewezen dat op dat bewuste document helemaal geen initialen geplaatst waren. De journalisten hielden vol dat dat wel zo was. Heeft u voorafgaand aan publicatie nog contact gehad met die oud-medewerker? wilde Elkerbout weten. „We hebben wel eens bij zijn voordeur gestaan”, herinnerde de ene journalist zich. „Nee, daar was geen aanleiding voor”, was het antwoord van de ander.

Op de vraag of een van de verdachten een beroep op de journalisten had gedaan om te verklaren dat hij de bron niet was, moesten de journalisten wel antwoord geven. Want dat viel volgens de rechtbank niet onder het verschoningsrecht. Tijdens de zitting gaven de journalisten aan dat de twee verdachten die gisteren terecht stonden op beschuldiging van het doorspelen van de dossiers naar De Telegraaf, herhaaldelijk gevraagd hadden wie de bron was geweest. Waarop de advocaten van beide verdachten de conclusie trokken dat hun cliënten de bron niet konden zijn geweest. Want als je zelf de bron bent, ga je vervolgens niet bij journalisten hengelen om erachter te komen van wie de documenten afkomstig waren. Dat was de enige concrete informatie die de ondervraging had opgeleverd.

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel ‘Daar wil ik niets over verklaren’ (30 januari, pagina 2) staat dat twee journalisten van De Telegraaf in december door justitie zijn gegijzeld. Die gijzeling vond plaats in opdracht van de rechter-commissaris, tegen het advies van het Openbaar Ministerie in.

    • Jos Verlaan