Conflict in kabinet over strijd papavers

De ministers Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking, CDA) en Kamp (Defensie, VVD) zijn openlijk in conflict geraakt over de bestrijding van de papaverteelt in de Afghaanse provincie Uruzgan.

Naar aanleiding van uitspraken van Van Ardenne dat het omploegen van papaverveldjes op dit moment onwenselijk is, en dat de Nederlandse militairen in Uruzgan daar niet aan moeten meewerken, zei Kamp vanochtend tegenover deze krant: „Wij moeten alles doen, de tijd dringt, en er is geen tijd voor theoretische discussie. Als de Afghaanse regering-Karzai een plan heeft, en de Nederlandse militairen doen alles om die regering te ondersteunen, dan valt dit er ook onder.”

Achtergrond van het conflict is een aanwijzing van de regering in Kabul aan het provinciaal bestuur van Uruzgan en andere Afghaanse provincies, om op korte termijn over te gaan tot de vernietiging van papavervelden met tractoren.

De Afghaanse papaverteelt levert de grondstof voor meer dan negentig procent van de mondiale heroïneproductie, steeg in 2006 met 49 procent en vormt, naar wordt aangenomen, een belangrijke financieringsbron voor de opstand van de Talibaan.

Tijdens haar bezoek aan Uruzgan vorige week verklaarde Van Ardenne het omploegen van papavervelden „niet verstandig” te vinden. Zij vreest dat dit, bij gebrek aan alternatieve inkomstenbronnen voor de getroffen boeren, de bevolking zal innemen tegen het Afghaans bestuur en de Nederlandse militairen. Dat zou „de effecten van [de] wederopbouwmissie teniet kunnen doen”.

Volgens Kamp heeft Van Ardenne er in Kabul mee ingestemd dat Nederland het anti-drugsbeleid van de Afghaanse regering zou steunen. „En dit valt daar automatisch onder”, zegt hij. Kamp is het met Van Ardenne eens dat het aanpakken van de papaverteelt gepaard moet gaan met het ontwikkelen van alternatieven voor de boeren.

hoofdartikel: pagina 7