Bolkestein

Frits Bolkestein zat op zijn praatstoel, letterlijk en figuurlijk, en hij vond het er niet onprettig, ook al hoestte hij veel vanwege een verkoudheid. Plaats van handeling was het politieke café van de VVD in de Heeren van Aemstel in Amsterdam. Bolkestein trof er een groot, aandachtig gehoor.

Ingeklemd tussen sigarettenautomaat en pilaar luisterde ik mee – soms met de nodige verbazing. Wat me vooral trof, was de gematigde toon die Bolkestein aansloeg toen het islamdebat aan de orde kwam. Zó had ik hem nog niet eerder gehoord. Toen dat debat na de moorden op Fortuyn en Van Gogh in Nederland een steeds xenofobere ondertoon kreeg, heb ik me vaak afgevraagd waarom gezaghebbende (ex)politici als Bolkestein daar nooit voor waarschuwden. Wiegel en Dijkstal deden het wél. En Cohen natuurlijk.

Maar gisteravond zei Bolkestein opeens over minister Verdonk: „Dat (de kwestie van de hoofd doekjes) heeft ze niet goed gedaan. De mensen mogen dragen – ook hoofddoekjes – en eten wat ze willen. Jonge mensen willen rebelleren, als je ze wat verbiedt maak je het alleen maar extra aantrekkelijk. Dat is niet verstandig.” Een opmerkelijk kritische noot, temeer omdat hij kort daarvoor zelf constateerde dat hij Verdonk altijd in haar beleid had gesteund. (Hij maakte nu overigens geen keus tussen Verdonk en Rutte, beiden hadden ‘grote voordelen’).

Over Geert Wilders: „Ik deel zijn standpunt over Turkije, maar hij heeft ook domme dingen gezegd, zoals over de tsunami van islamisering. Twee jaar geleden zei hij dit soort dingen niet bij de VVD. Hij heeft zich in zijn isolement geradicaliseerd, dat is jammer.”

Hoe moeten de politici zich in Nederland tegenover de islam opstellen? „Veel geduld, veel dialoog, veel gepolder”, zei Bolkestein. „Op sociaal-economisch terrein ben ik daar geen voorstander van, maar bij belangrijke culturele verschillen wél.”

Geduld, dialoog, gepolder? Komt dat niet opvallend dicht in de buurt van het ‘theedrinken’ met moslims, waar burgemeester Cohen zo vaak om gehoond werd, met name door het Hirsi Ali-kamp in de VVD en daarbuiten?

Zeer kritisch was Bolkestein over de oorlog in Irak, de rol van de regering-Bush en het Nederlandse kabinet. „Ik ben altijd tegen die oorlog geweest. Het verdriet mij dat het Nederlandse kabinet er steun aan heeft gegeven.”

„Bravo!” riep een man uit de zaal. Eén persoon klapte – verder was er een bedremmeld zwijgen.

„Is dat wel fair?” vroeg de interviewer bezorgd.

„Nu weet niemand meer hoe het moet”, zei Bolkestein. „Ze zitten vast in Irak, als een vlieg op vliegenpapier. Ik zou het ook niet weten. Je verwijdert de dictator, maar dan krijg je de straat, en dat is erger.” Al dat gepraat over ‘the axe of evil’ door Bush, hij vond het maar ‘stomme diplomatie’.

Men vroeg hem welke drie eigenschappen een politicus moest hebben. Gezond verstand, burgermoed en gevoel voor sociale verhoudingen, somde hij op. En hij voegde er bijna sardonisch aan toe: „De rol van intelligentie in de politiek wordt zeer overschat. Normale mensen met een normaal verstand kunnen het.”

Ook daar viel veel voor te zeggen, maar aan de andere kant: Bush leek toch ook zo’n normale vent met een normaal verstand?

    • Frits Abrahams