Beetje subsidie loont in China

Nederland geeft vele miljoenen ontwikkelingshulp voor een schoner China.

In feite komt die hulp neer op staatssteun aan Nederlandse bedrijven.

De Chinese stad Wuhan groeit in een hoog tempo. „Als je er doorheen rijdt en iemand zegt dat het Houston is, geloof je het ook.” Foto Reuters Students of Lingzhi Primary School do morning exercises on the roof of their school in Wuhan, Hubei province, September 12, 2006. The school, founded in 1999 for the children of migrant workers, was constructed over a vegetable market. The roof is used as a playground, local media reported. CHINA OUT REUTERS/Stringer (CHINA) REUTERS

Ingenieursbureau Grontmij tekende onlangs een contract met de Chinese miljoenenstad Wuhan. Minister Peijs (Verkeer en Waterstaat, CDA), op bezoek in China, was daarbij. Grontmij mag voor de Chinezen een afvalscheidingsfabriek gaan opzetten. De Nederlandse staat betaalt 35 procent van de rekening van in totaal 10 miljoen euro. Geld dat komt uit de subsidiepot voor ontwikkelingslanden.

Wuhan, in het midden van China, groeit net als de rest van het land in adembenemend tempo. „Het gaat heel hard. De stad ligt op een strategisch punt in het midden van China, aan de rivier Yangtze. Per jaar komen er een half miljoen inwoners bij. Wolkenkrabbers en vierbaanssnelwegen bepalen het gezicht. Je ziet veel grote westerse en Japanse auto’s. Als je er doorheen rijdt en iemand zegt dat het Houston is, geloof je het ook”, zegt Eep Visser van Grontmij.

Door de snelle groei loopt Wuhan tegen afval- en milieuproblemen op. Grontmij helpt het afval milieuvriendelijker te verwerken en opnieuw te gebruiken. Visser is blij met de subsidie. „De Chinezen vinden het wel zo prettig als de Nederlandse overheid zich betrokken toont. Zij hechten sterk aan relaties. Vertrouwen is daarvoor heel belangrijk. Als de Nederlandse overheid ons steunt, dan versterkt dat het vertrouwen in ons.”

China is verreweg het rijkste land in de wereld dat Nederlandse ontwikkelingshulp ontvangt. Nederland geeft dat sinds 1985. Vooral het bezoek van premier Kok in 1995 aan China betekende een impuls. Kok beloofde voor zeven jaar 1,3 miljard gulden aan steun voor Nederlandse bedrijven in China, waarvan een deel als zachte lening. Kok noemde de Nederlandse hulp „een signaal aan China dat Nederland belang hecht aan langdurige economische samenwerking”.

De Chinese levensstandaard is inmiddels zo sterk gegroeid, dat China zelf ontwikkelingshulp geeft. Met name aan het grondstoffenrijke Afrika. Eind vorig jaar tijdens de Chinees-Afrikaanse top in Peking, beloofde de Chinese president Hu Jintao de hulp van het grondstoffenhongerige China aan Afrika in drie jaar tijd te verdubbelen. Chinese bedrijven in Afrika krijgen 5 miljard dollar extra subsidie. Voor zachte leningen komt nog eens 5 miljard dollar beschikbaar. China traint daarnaast 15.000 Afrikanen, zendt 100 landbouwdeskundigen uit, bouwt 60 ziekenhuizen en malariaklinieken, verschaft malariamedicijnen, bouwt 100 scholen.

De Nederlandse steun voor Grontmij komt uit het Nederlands budget voor ontwikkelingshulp. Het gaat daarbij om het ‘Programma Ontwikkelingsrelevante Exporttransacties’ (ORET). Van deze subsidie profiteren vooral grote bedrijven die al in China actief zijn. De gesubsidieerde projecten moeten goed zijn voor werkgelegenheid, vrouwen, milieu en armoede, „of in ieder geval geen negatieve effecten hebben”, zo staat in een recente brief van minister Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking, CDA) aan de Tweede Kamer.

Grontmij heeft al eerder geprofiteerd van subsidies voor activiteiten in Wuhan. Zo betaalde de Nederlandse overheid 60 procent van de kosten voor het inrichten van een vuilstortplaats in de Chinese stad. Deze opdracht was 9,4 miljoen euro waard. Grontmij hoopt ook op subsidie voor het bouwen van een slibverwerkingsfabriek in Wuhan. Daar wordt nog over onderhandeld.

China ontving van Nederland in 2005 iets meer hulp dan Burundi en iets minder dan Rwanda. Het gemiddelde inkomen per hoofd ligt in China tien keer hoger dan in Burundi en vijf keer hoger dan in Rwanda (gecorrigeerd voor koopkrachtverschillen). Volgens gegevens van de OESO, de club van 30 industrielanden in Parijs, gaf Nederland in 2005 in totaal 21,4 miljoen euro hulp aan China. In 2006 is in ieder geval 18 miljoen euro uitgegeven, maar het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft nog geen definitief overzicht. Ook dit jaar lopen de hulpprogramma’s gewoon door.

„De subsidies zijn al lager dan voorheen”, zegt Visser van Grontmij. „Eerst kregen we 60 procent vergoed, nu 35 procent. Dat is een politieke beslissing. De verlaging van de subsidie, dat snappen de Chinezen ook wel. Maar hoe meer steun, hoe eerder de Chinezen geneigd zijn het project uit te voeren. Met subsidie kan je het project makkelijker vlot trekken.”

Nederland concurreert met andere westerse landen om opdrachten in China. „Als Franse bedrijven meer steun krijgen, krijgen zij sneller projecten. Zo zijn de Chinezen ook wel weer”, zegt Visser. En de Fransen zijn bijzonder actief in Wuhan. Twee maanden voor het bezoek van Peijs was de Franse president Chirac in de stad. Volgens Franse media lobbyde Chirac tijdens een lunch met het gemeentebestuur openlijk voor de Franse industriële conglomeraten Alstom en Veolia. Alstom is in een strijd met het Duitse Siemens verwikkeld om een spoorverbinding tussen Wuhan en Guangzhou aan te mogen leggen. Veolia hoopt op contracten voor de drinkwatervoorziening van de stad.

„Het is met die ontwikkelingssubsidies net als met de staatssteun destijds aan de scheepsbouw”, zegt Visser.

China kreeg in 2005 1,3 miljard euro aan buitenlandse ontwikkelingshulp. Van alle landen geeft Japan de meeste hulp (63 procent). Naast Japan zijn Duitsland en Frankrijk grote donoren van China (samen 25 procent).

Volgens OESO-richtlijnen zijn subsidies alleen toegestaan wanneer zij een duidelijke ontwikkelingsdoelstelling hebben. Is dat het geval? Een recente evaluatie van het ORET-programma door de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie zet vraagtekens bij de Nederlandse hulp aan China. De hulp blijkt ten aanzien van de ontwikkelingsdoelstellingen (armoede, vrouwen en milieu) „minder relevant dan gehoopt”, gaf minister Van Ardenne september vorig jaar toe na de evaluatie.

Tweede Kamerlid Ten Hoopen (CDA), vindt dat het nieuwe kabinet de criteria voor ontwikkelingshulp zo moet aanpassen, dat een land als China er niet meer voor in aanmerking komt. „Het is een rare zaak dat Nederland subsidies geeft aan een land dat zo hard groeit”, zegt Ten Hoopen. „Dat moet zo snel mogelijk stoppen.”

    • Ben Vollaard