Asbest lag los op de Amsterdamse kade

Het afgedankte tankschip Sandrien zou milieuvriendelijk worden gesloopt. Maar vorige week bleek er asbest op het sloopterrein te liggen.

Het slopen van de Sandrien in het dok had de „sterke voorkeur” van VROM. De eerste sloper deed dat; de tweede niet. Die sloopte het wrak drijvend, waarbij afval in het water kon komen. Foto HH, Ge Dubbelman Nederland, Amsterdam, mei 2006. Het ministerie van VROM heeft het bedrijf Van Eijk in Leiden opdracht gegeven de sloop te hervatten van de voormalige chemicaliëntanker de Sandrien. De sloop zal circa acht maanden in beslag nemen. De voormalige sloper van het schip, Amsterdam Ship Repair (ASR), ging in mei 2005 failliet. Sanering en sloop van de chemicaliëntanker kwamen daardoor stil te liggen. De Sandrien is in februari 2001 door de VROM-Inspectie in de haven van Amsterdam aan de ketting gelegd. Het schip, waarin asbest is aangetroffen, was onderweg naar India om daar gesloopt te worden. In India verwijderen arbeiders alle materialen, waaronder asbest, zonder bescherming met alle consequenties voor mens en milieu. Het schip wordt gesloopt in de haven van Amsterdam aan een stuk kade waar ook een ander sloopschip ligt, de Otapan. De dienst Domeinen (van het ministerie van Financiën) zoekt voor dit schip nog een verantwoorde oplossing. Foto: Gé Dubbelman/Hollandse Hoogte Hollandse Hoogte

In de haven van Amsterdam, aan het IJ, dobbert een roestige hoop metaal. Dat is alles wat over is van de Sandrien, een tankschip van 170 bij 29 meter. Dertig jaar lang voer het met chemicaliën over de wereldzeeën.

De Sandrien had het voorbeeld moeten worden voor de milieuvriendelijke wijze waarop Nederland afgedankte zeeschepen sloopt. Dat was de intentie van toenmalig minister Pronk (Milieu, PvdA). Die legde de Sandrien in 2001 in Amsterdam aan de ketting. De eigenaar, een postbusfirma in Mauritius, wilde het schip naar een sloopstrand in India brengen. Daar worden tankers drijvend in de golven gesloopt, zonder acht te slaan op milieu en volksgezondheid. Pronk wilde dat voorkomen, ook al omdat Europese regels de Sandrien als gevaarlijk afval bestempelen.

De Sandrien zou in Amsterdam gesloopt worden en ontdaan van asbest. Kosten: ruim twee miljoen euro, te betalen door het ministerie van VROM, de gemeente Amsterdam en Rijkswaterstaat. De eisen van VROM waren hoog. Het werk moest met de „allergrootste zorgvuldigheid” volgens de „hoogste normen” worden uitgevoerd, staat in het Programma van eisen voor sanering en sloop van de Sandrien. De milieuwetgeving diende „strikt te worden nageleefd”. Hierop zou „scherp worden toegezien” zodat „de kwaliteit van de gehele operatie moet kunnen dienen als voorbeeldfunctie”.

Maar vorige week legde de arbeidsinspectie het sloopwerk stil. Op de kade, naast de roestbruine scheepsresten, lag asbest. Wat ging er mis met dit toonbeeld van milieuvriendelijk slopen?

Het verhaal begint als de sloper, Van Eijk Sloopwerken uit Leiden, aan het werk gaat. Dat is een jaar geleden. Van Eijk was al de tweede sloper. De eerste ging in 2005 failliet. De Sandrien bleef achter, voor eenderde ontmanteld. Begin vorig jaar werd het werk opnieuw gegund en toen dus aan Van Eijk. Het bedrijf had van alle aanbieders de laagste offerte.

De failliete sloper had tot dan toe de Sandrien grotendeels ‘droog’ gesloopt, in een dok. Dat had ook de „sterke voorkeur” van VROM omdat zo de milieurisico’s het kleinst zijn. Van Eijk pakte het anders aan. Het bedrijf mocht van VROM grotendeels ‘nat’ slopen, drijvend voor de kade. Van Eijk haalde met snijbranders grote stukken uit het drijvende schip. Zo is de Sandrien stukje bij beetje ontmanteld. De drijvende methode bespaarde het ministerie van VROM, Rijkswaterstaat en Amsterdam geld.

Alvorens met de sloop te beginnen diende Van Eijk „alle asbest uit de machinekamer te verwijderen” had VROM vooraf bepaald. De machinekamer bevatte niet-hechtgebonden, bruine asbest. Deze gevaarlijke soort asbest was gevonden door het onafhankelijk asbestlaboratorium Sanitas Milieu Services. Dat adviseerde de zogenoemde containmentprocedure. De machinekamer moest afgesloten worden. Daardoor konden asbestvezels niet in de omgeving terecht komen. Mannen in beschermende pakken zouden daarna het asbest uit de machinekamer slopen. Het is tijdrovend en duur.

Van Eijk begon te slopen vóórdat alle asbest weg was. Dak en wanden gingen van de machinekamer af. Het asbest is in de open lucht verwijderd. Dat is in strijd met het BRL 5050, het landelijk geldend besluit dat het verwijderen van asbest regelt. In het besluit staat dat eerst het asbest moet worden verwijderd, voordat gesloopt wordt. Van Eijk verweert zich met de boodschap dat de machinekamer op „een groot aantal plaatsen” was opengemaakt. Sanitas Milieu Services en de eerste sloper bestrijden dat: er was weliswaar een opening, maar die kon eenvoudig gesloten worden.

Opmerkelijk is dat er geen overheidscontrole was, toen Van Eijk het asbest verwijderde. De arbeidsinspectie – de toezichthouder – was er op die momenten niet. Waarom niet? De inspectie reageert: „Er is over een langere periode gesaneerd. In die periode wordt af en toe asbest weggehaald; asbest zit verspreid over zo’n schip. De trefkans is dan niet zo groot.” Nadat NRC Handelsblad vorige week vragen stelde aan de arbeidsinspectie, bezocht de dienst de werf, en vond de stukjes asbest op de kade.

Een andere kwestie is het overboord zetten van vloeistoffen. Het programma van eisen is daar duidelijk over: alle vloeistoffen, die na het schoon en leeg maken in de tanks achterblijven of opnieuw binnenkomen, worden beschouwd als vervuild. „Dit geldt tevens voor water dat wordt gebruikt voor het ballasten en trimmen van het schip gedurende alle fasen van de sanering.”

Op foto’s die deze krant heeft, is te zien hoe een vloeistof overboord wordt gepompt. Volgens Arie van Zoomeren, directeur van een eenmansbedrijfje dat namens VROM toezicht houdt, gebeurde dat vaker: regenwater uit de machinekamer, water uit de ladingtanks en water uit de ballasttanks. Van Zoomeren: „Van Eijk liet monsters nemen. Het was altijd schoon, dus mocht het.” De toezichthouder heeft „nooit overtredingen gezien”. De overheid nam zelf geen monsters.

In de voorschriften waaraan Van Eijk zich moet houden, staat ook dat materialen van de Sandrien niet te water mogen raken. De eerste sloper (die failliet ging) kon hieraan voldoen, die sloopte immers in een dok. Van Eijk sloopt echter drijvend in het water. Bij het in stukken snijden van de buitenste scheepswand is zonder de gebruikelijke schermen gewerkt. Die voorkomen dat staalsnippers, verfschilfers en ladingresten in het water vallen. Van Eijk meerde wel een dekschuit af als „afscherm- en opvangmiddel”. Maar uit de foto’s van deze krant blijkt dat toch afval in het water kwam. Rijkswaterstaat – net als VROM in een dubbelrol als opdrachtgever én controleur van Van Eijk – zag geen overtredingen.

De provincie Noord-Holland diende het naleven van de milieuvergunning te controleren. De provincie meldt enkele „kleine overtredingen” die „in orde gebracht” zijn. Dat wil niet zeggen dat de milieuvergunning is nageleefd, zo blijkt.

In de vergunning staat dat materialen van het schip „in containers op de kade” dienen te worden opgeslagen. Op de kade mag niets anders worden gedaan dan „het opslaan van afvalstoffen”. De foto’s laten zien dat op de kade grote hoeveelheden afval en schroot zijn verwerkt.

De provincie zegt dit „weloverwogen” te hebben gedoogd „omdat er geen risico bestaat op het gebied van milieuhygiëne”. „Bovendien is geconstateerd dat het in de werksituatie efficiënter, sneller en gemakkelijk is dat grote stukken van boord worden gehesen en die daarna op de kade in stukken te knippen.”

Het ging inderdaad sneller, en was weer goedkoper. Maar nergens in Nederland mag een sloper van een scheepswrak schroot en afval opslaan en bewerken zoals hier. Volgens de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming bedrijfsmatige activiteiten moet er een verwaarloosbaar risico op bodemvervuiling zijn.

Dat kan door een vloeistofdichte vloer. Maar ook die is duur. Van Eijk verwerkt het schroot op gebroken puin. Als het regent loopt het water, door schroot en afval vervuild, de grond in. Hiertegen trad de provincie niet op.

Lex Michiels, hoogleraar bestuursrecht aan de Universiteit van Tilburg en handhavingsspecialist, concludeert dat de sloper zich aan meerdere voorschriften niet heeft gehouden. „Ik vraag me af waarom de controlerende overheden daar niet tegen zijn opgetreden”, zegt Michiels. „Het getuigt niet van standvastigheid om in een milieuvergunning te bepalen dat er geen schroot mag worden bewerkt op de kade en dat uiteindelijk toch toe te staan.”

Ook bij het optreden van de arbeidsinspectie plaatst hij vraagtekens. Michiels: „Die dienst had er in samenspraak met het slopersbedrijf misschien toch wel achter kunnen komen op welke moment asbest verwijderd werd. Heeft men dat eigenlijk geprobeerd?”

Kritiek heeft Michiels ook op het inzetten van een extern toezichthouder. „Past het wel om bij zo’n toonaangevend project het toezicht te laten doen door één externe persoon? Dat is erg minimalistisch. Als ik het zo bekijk denk ik dat VROM aanvankelijk iets te hoog van de toren heeft geblazen.”

Vindt VROM nog steeds dat de Sandrien een voorbeeld is voor milieuvriendelijk slopen? Het ministerie: „Het moment dat de sloop is voltooid is het moment een oordeel te geven over de operatie.”

Bekijk een fotoserie over de Sandrien op www.nrc.nl/binnenland

    • Joep Dohmen