40 jongeren ontsnapt uit inrichtingen

Van de 600 jongeren die een straf uitzaten in een jeugdinrichting, zijn er in 2006 veertig ontsnapt. Vier minderjarigen zouden nog voortvluchtig zijn. Dat bevestigt het ministerie van Justitie.

Het ministerie heeft de cijfers vrijgegeven op verzoek van het Algemeen Dagblad.

Het gaat om jongeren die door de rechter een zogeheten pij-maatregel opgelegd hebben gekregen, wat staat voor plaatsing in een inrichting voor jeugdigen. De maatregel wordt opgelegd als een minderjarige een zwaarder delict pleegt. De maatregel duurt twee jaar, maar kan bij een gewelddelict worden verlengd tot vier jaar. Als blijkt dat de jongere lijdt aan een psychische stoornis kan de maatregel maximaal zes jaar duren.

In 2006 zaten 600 jongeren in een meer of minder gesloten jeugdinrichting. Daar worden ze behandeld en heropgevoed, waarna ze worden begeleid bij hun terugkeer in de samenleving. Volgens een woordvoerder van het ministerie van Justitie zijn de veertig gevallen in 2006 niet allemaal daadwerkelijke ontsnappingen. „Het zijn alle meldingen van ongeoorloofde afwezigheid die we gemeld hebben bij het landelijk meldpunt van het politiekorps KLPD”. Volgens hem betrof het ook jongeren die niet of te laat terugkeerden van hun proefverlof.

Minister Donner (Justitie, CDA) kondigde begin 2005 aan de pij-maatregel te verbeteren. Dat deed hij na een aantal incidenten met volwassenen die in 2004 uit een tbs-kliniek waren ontsnapt. Van de 1.400 volwassen tbs’ers ontsnapten er vorig jaar veertig.

In het spraakgebruik wordt de pij-maatregel vaak ‘jeugd-tbs’ genoemd, maar wijkt daar op een essentieel punt van af. Voor tbs geldt dat de delinquent een ziekelijke stoornis heeft waarvoor hij (gedwongen) behandeld dient te worden. Een pij-maatregel kan ook worden opgelegd als er geen ziekte ten grondslag ligt aan het delict, en alleen heropvoeding gewenst is. In een brief aan de Tweede Kamer op 10 juli 2006 constateerde Donner dat de pij-maatregel goed functioneerde.