Youp doet vooral veel aan vrolijk soort freewheelen

Youp van 't Hek Foto Bob Bronshoff Bronshoff, Bob

Schreeuwstorm

Door Youp van ‘t Hek. Tournee t/m 22/12. Informatie: www.youp.nl

****-

„Het circus is weer op tournee”, zegt Youp van ’t Hek, terwijl hij een huifkarretje het toneel optrekt. „Ik ben de clown, de directeur en alle dieren. Ik trek de kar al dertig jaar.” Het is een mooi, romantisch beeld waarmee zijn nieuwe voorstelling begint, dat na de pauze bovendien een verrassend ander decor oplevert. En het past ook goed bij wat hij vanavond te berde brengt, want dat gaat grotendeels over alles wat hem als „vedette” overkomt, al dan niet verzonnen.

Schreeuwstorm wijkt af van wat Van ’t Hek doorgaans maakt: de buitenwereld is nog steeds een belangrijk doelwit, maar komt nu voornamelijk zijn conferences binnen via verhalen over de vele ontmoetingen van een artiest op tournee.

Met dat thema geeft Van ’t Hek zichzelf de ruimte om van de hak op de tak te springen en nergens echt lang bij stil te staan. Hij begint over de cabarethausse van dit moment („we cabaretten ons totaal te pletter langzamerhand”) zonder er iets houtsnijdends over te debiteren. Hij haalt een herinnering aan Toon Hermans op die nergens naartoe gaat. Hij vertelt hoe de media iemand van zijn status belagen („ik wilde cabaretier worden, maar nu ben ik Bekende Nederlander”) en hij signaleert de huidige angst om te zeggen wat je zou willen zeggen, zonder daar een zwaarwegende draai aan te geven. Dit is vooral een vrolijk soort freewheelen, waarin hij de lachers ruimschoots op zijn hand krijgt, maar waarmee hij zichzelf als satiricus tekortdoet. Zijn verhaal over de ideale god die hij zelf heeft gefantaseerd, verdient bijvoorbeeld meer aandacht.

Maar wat bovenal opvalt, is de overrompelende hoeveelheid grappen die Van ’t Hek op de zaal afvuurt. Dat is ook een gevolg van de losse vorm: dat er meer ruimte is voor een spervuur aan snelle grappen, vaak als drietrapsraketten gelanceerd, en de schilderachtige scheldpartijen die zijn specialisme zijn. Zodat er naast de ‘zweefteef’ ditmaal ook sprake is van de ‘doorzondragonder’.

    • Henk van Gelder