Staar je niet blind op gebrekkige abortuswet

In de abortuskliniek wordt nauwelijks gesproken over andere opties, zoals adoptie.

Informatievoorziening is een van de vele gebreken die de abortuspraktijk vertoont.

De hulpverlening aan ongewenst zwangere vrouwen kan een stuk beter. Zelfs veel critici van de abortuswet hebben geen oog voor de gebreken in de dagelijkse praktijk. Ook de vrouwenstrijdsters van Women on Waves maken zich in een open brief aan de ChristenUnie enkel druk om de ‘verworven’ abortuswetgeving (nrc.next, 19 januari), zonder zich te bekommeren om de broodnodige hulpverlening.

Dat is merkwaardig. Met de inwerkingtreding van de Wet afbreking zwangerschap (Waz) hebben wij als samenleving immers bepaald dat niet alleen het recht op bescherming van het ongeboren menselijk leven van belang is, maar ook het recht op hulp aan de vrouw. In de praktijk is die balans echter zoekgeraakt.

Wat schort er zoal aan de hulpverlening aan ongewenst zwangere vrouwen? Al sinds de evaluatie van de Waz in het najaar van 2005 is duidelijk dat het recht op hulp bij ongewenste zwangerschap in de praktijk te vaak neerkomt op recht op abortus. Voor die evaluatie werden 255 ongewenst zwangere vrouwen ondervraagd die abortusklinieken raadpleegden.

De abortusarts sprak met meer dan de helft van hen (57 procent) níét over de optie van het uitdragen van de zwangerschap. De mogelijkheid van adoptie kwam bijna helemaal niet aan bod: slechts 16 procent van de vrouwen hoorde daar iets over. Ook professionals die steun kunnen bieden aan de ongewenst zwangere vrouw kwamen er bekaaid van af: 89 procent van de vrouwen kreeg ook daar geen informatie over. Het bespreken van alternatieven vinden veel abortusartsen overbodig. Een veelgehoord geluid van abortusartsen is dat een vrouw zelf heel goed heeft nagedacht over abortus. Zij komt niet zomaar naar de abortuskliniek, is dan de gedachte.

Helaas, het tegenovergestelde is waar. De wereld van een vrouw die ongepland zwanger raakt, staat op zijn kop. Zij is verward en maakt dus minder weloverwogen keuzes. Dat de huisarts en de abortusarts de vrouw vaak naar elkaar doorverwijzen helpt dan ook niet mee. Een richtlijn over de specifieke verantwoordelijkheden van deze medici zou al een hele verbetering zijn. Bovendien kan de Nederlandse vrouw alleen een weloverwogen keuze maken als zij daadwerkelijk alle opties krijgt voorgelegd zodat zijzelf, zo nodig met hulp, kan kiezen. Schriftelijke cliëntinformatie over alle opties is daarom hard nodig.

Een ander probleem van de Wet afbreking zwangerschap: ‘noodsituatie’ en ‘bedenktermijn’ zijn vage begrippen. Een noodsituatie laat zich moeilijk definiëren. Feit is dat veel vrouwen achteraf spijt krijgen omdat hun reden voor abortus toch niet zo ‘noodzakelijk’ bleek als gedacht. Ter illustratie: bij onze vereniging VBOK, die keuzegesprekken aanbiedt aan onbedoeld of ongewenst zwangere vrouwen, ontvangen wij jaarlijks tweehonderd à driehonderd vrouwen die spijt hebben van hun keuze.

De wettelijk verplichte bedenktijd van vijf dagen vinden abortusartsen volgens de evaluatie vaak belemmerend of bevoogdend. Echter, 63 procent van de ondervraagde vrouwen ervaart de bedenktijd als neutraal tot (zeer) prettig. Ook blijkt dat zes op de tien twijfelende vrouwen in de abortuskliniek niet over hun aarzelingen spreken. Het feit dat de gesprekken bij wijze van spreken plaatsvinden naast de behandeltafel met zuigcurettage, helpt daarbij niet. Het is essentieel dat een keuzegesprek op een neutrale locatie plaatsvindt.

Kortom, de mogelijkheid van een abortus lijkt in de praktijk belangrijker te worden gevonden dan het verlenen van hulp. De VBOK pleit daarom voor een verschuiving van de aandacht van het plegen van abortus naar de mogelijke verbeteringen in de hulpverlening. Alleen vasthouden aan een wet, omdat je die als abortusvoorstander nu eenmaal verworven hebt, is verwerpelijk – vooral omdat de wet in de praktijk niet goed werkt. Want het gaat uiteindelijk toch om het welzijn van vrouw en kind?

Georgette Lageman werkt sinds 2003 voor de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren kind (VBOK).

Lees het evaluatierapport over de Wet op de website minvws.nl/dossiers/abortus/

    • Georgette Lageman