Spanning stijgt met verwacht lenteoffensief Talibaan

Zullen de Talibaan na de winter een nieuwe aanval doen op de geallieerde troepen in Afghanistan? De spanning stijgt.

Alles lijkt in Afghanistan in het teken te staan van het verwachte lenteoffensief van de Talibaan. De 10,6 miljoen dollar die de regering Bush dit jaar extra wil spenderen aan Afghanistan – dat in geen geval een mislukking in de trant van Irak mag worden. Naar verluidt willen de Verenigde Staten 3.200 extra militairen in Afghanistan actief laten zijn. Dat is een aanvulling op de meer dan 20.000 militairen die ze nu al in het land hebben, waarvan ongeveer 11.000 binnen de NAVO-stabilisatiemacht (ISAF).

Het wordt tijd voor de aanval, liet de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Condoleezza Rice, deze week in Brussel weten: economisch, diplomatiek, politiek en ook militair. Er zijn nog onbevestigde berichten over een nieuwe NAVO-gevechtsbrigade in het zuiden van Afghanistan.

Vorig jaar, bij de start van ISAF in het zuiden van Afghanistan, was het zomeroffensief van de Talibaan min of meer een verrassing voor de NAVO. De fundamentalistische strijders golden destijds als een vrijwel verslagen beweging waarvan nog slechts de resten moesten worden opgeruimd – in plaats daarvan maakten ze een militaire comeback, met meer dan 4.000 doden als gevolg.

Dit jaar wordt het lenteoffensief wel voorzien, en neemt de onrust langzaam toe. Talibaan-woordvoerder mullah Hayat Khan maakte deze week tegenover het persbureau Reuters melding van 2.000 zelfmoordterroristen die klaar zouden staan – zoveel dat de Talibaan moeite hebben voldoende doelwitten te bedenken. Best mogelijk dat deze uitspraken overdreven zijn en onderdeel van de zenuwenoorlog. Maar ze zijn tekenend voor de sfeer in Afghanistan.

Wat betekenen al deze berichten voor de Nederlandse militaire missie in Uruzgan? Die kreeg deze week trouwens een nieuwe commandant, kolonel Hans van Griensven, opvolger van de deze week bij terugkeer in Nederland tot generaal bevorderde Theo Vleugels. De Nederlanders in Uruzgan hebben tot nu toe niet zo veel te maken gehad met grootscheeps geweld van de Talibaan, in tegenstelling tot de Britten en Canadezen in de aangrenzende provincies.

De suggestie dat dit vooral samenhangt met de deëscalerende manier van optreden van de Nederlanders (met een nadruk op constructieve werkzaamheden, zoals het bouwen van scholen), kent binnen de NAVO haar critici. „De Nederlanders waren nog niet met hun missie begonnen, toen de Talibaan vorig jaar aan hun offensief begonnen”, aldus een van hen. „Deze lente brengt het moment van de waarheid”. Het geweld zal, volgens deze opvatting, toenemen naarmate de Nederlanders meer hebben bereikt in termen van invloed en opbouw in Uruzgan. „Er is dan meer om aan te vallen en te verdedigen”.

Inderdaad lijkt het geweld in het zuiden van de provincie Uruzgan, waartoe de Nederlanders tot nu toe hun ‘inktvlek’ beperkt hebben, langzaam toe te nemen. Nabij de vooruitgeschoven basis bij de Baluchi-pas lagen Nederlandse troepen deze week twee uur onder vuur. Nu zij voor het eerst een territorium benaderen waar de Talibaan de dienst uitmaken, blijkt dat een recept voor vijandelijkheden. In de buurt van het district Tarin Kowt, waar de hoofdbasis van de Nederlanders is gevestigd, werden bij aanslagen de politiechef van Tarin Kowt gedood, en raakte diens collega van Khaz Uruzgan zwaar gewond.

Of een sterkere Amerikaanse rol in Afghanistan uitkomst biedt, lijkt sterk de vraag. Het ‘draagvlak’ voor de Uruzgan-missie in Nederland hangt ook af van de mate waarin de missie een typisch Nederlandse of althans geallieerde onderneming is, wordt in Den Haag gedacht. Dat het meer een Amerikaanse zaak lijkt, kan voor dat draagvlak wel eens fnuikender zijn dan Nederlandse slachtoffers.

Meer over de missie in dossier Uruzgan op www.nrc.nl/binnenland