Sinn Féin bindt in, maar heeft geen spijt

Sinn Féin brak dit weekeinde met een lange traditie van gewapende strijd tegen het Britse gezag. Met politiek valt meer te bereiken dan met wapens.

Leden van Sinn Féin stemmen tijdens de buitengewone vergadering, dit weekeinde in de Ierse hoofdstad Dublin, over de koerswijziging van hun partij. Foto AP Sinn Fein delegates listening to debates and voting on issues at the Sinn Fein Extraordinary meeting in Dublin Sunday Jan. 28, 2007, on the Policing Bill on Northern Ireland. (AP Photo/John Cogill) Associated Press

Dublin, 29 jan. - Onder de melancholieke tonen van Ierse volkswijsjes lopen de Sinn Féin-leden, sommigen geharde strijders die jarenlang in Britse gevangenissen hebben gezeten, de congreszaal in Dublin binnen. Ze staan voor een radicale keuze: gaan ze na een eeuw strijd akkoord met een voorstel van de partijleiding om het gezag van de Britse politie en justitie in Noord-Ierland te erkennen?

Tot hun geruststelling blijft de retoriek van veel sprekers even krijgshaftig als vroeger. „Wij komen van de IRA-traditie die vocht tot het Britse leger tot staan was gebracht”, buldert de spijkerharde nummer twee van de partij, Martin McGuinness. Geen woord van spijt over onschuldige Britse burgers die door IRA-bommen het leven lieten, laat staan over driehonderd gedode politieagenten.

Toch ging het congres, waaraan zowel afgevaardigden uit Noord-Ierland als de Ierse republiek deelnamen, enkele uren later met overweldigende meerderheid akkoord met het voorstel. Vanzelfsprekend misschien in de ogen van buitenstaanders, maar psychologisch een bijna onneembare barrière voor Sinn Féin met zijn lange traditie van gewapende strijd tegen het Britse gezag, eerst in Ierland, later in Noord-Ierland.

Sommige vurige republikeinen in de congreshal verzetten zich principieel tegen zo’n stap, omdat het een erkenning van de Britse heerschappij in Noord-Ierland zou betekenen. Anderen betogen emotioneel dat de politie in Noord-Ierland steeds een verlengstuk van de protestanten is geweest, die het katholieke volksdeel vooral in het laatste kwart van de twintigste eeuw onnoemelijk veel leed heeft berokkend. „Hoe kunnen jullie deze motie ondersteunen”, vraagt een afgevaardigde vertwijfeld aan het congres. „We moeten naar ons hart luisteren.”

Als bewijs voor de Britse kwaadaardigheid verwijzen velen naar een recent rapport van een Noord-Ierse ombudsman. Daaruit bleek dat de politie nog in de jaren ’90 militante protestantse informanten gebruikte, van wie bekend was dat ze moorden op onschuldige katholieken hadden gepleegd. De politie nam niet de moeite de daders te vervolgen.

Vanaf het begin van het congres is echter duidelijk dat de meeste sprekers het met partijleider Gerry Adams eens waren. Hij betoogt dat de tijd is gekomen om de controle over het politieapparaat in eigen hand te nemen. Volgens hem toont het rapport van de ombudsman juist aan dat zulke misstanden kunnen en moeten worden blootgelegd. „We moeten er voor zorgen dat zulke vreselijke gebeurtenissen nooit en te nimmer opnieuw kunnen gebeuren”, houdt Adams zijn gehoor voor.

Hoop op Ierse hereniging gloort

De inspanningen van de partijtop van de afgelopen weken bleven niet zonder resultaat. Dag in dag uit hadden Adams en McGuinness zaaltjes in stad en land afgelopen om de leden te bewegen tot aanvaarding van de politie. De realist Adams was al eerder tot de conclusie gekomen dat Sinn Féin met politieke middelen meer kan bereiken dan met wapens.

Adams besefte dat het instrument van de terreur na 11 september 2001 in de Westerse wereld te zeer in diskrediet is geraakt om er nog iets mee te bereiken. Zeker in de Verenigde Staten, vanouds een steunpilaar voor de Ierse zaak. Daarom maakte hij in 2005 een eind aan de gewapende strijd van de IRA en leverde de wapens in.

De Sinn Féin-leider wist zich toen al verzekerd van electorale successen aan beide kanten van de grens. De partij, decennialang volstrekt onbetekenend bij verkiezingen, is de afgelopen jaren snel gegroeid. Nu al is ze in zeteltal de tweede partij in Noord-Ierland, na de Democratische Unionistische Partij (DUP) van dominee Paisley. En ook in Ierland groeit de aanhang snel, nu Sinn Féin haar radicalisme afschudt. Waarnemers sluiten niet uit dat de partij bij de volgende Ierse kabinetsformatie een sleutelrol zal spelen.

In Noord-Ierland kan dat moment zelfs al heel dichtbij zijn. Begin maart worden verkiezingen verwacht. Daarna zal het gebied vermoedelijk worden bestuurd door een grote coalitie, waarvan Sinn Féin en Paisley’s DUP deel uitmaken. Adams had dan ook recht van spreken toen hij het congresbesluit van gisteren omschreef als „werkelijk historisch” en het debat als „een van de belangrijkste uit de geschiedenis van ons land”.

De kunst voor de partijleiding is nu de gelederen gesloten te houden. Sinn Féin heeft namelijk in het verleden de neiging gehad tot scheuringen. Een klein groepje radicalen maakte Adams en McGuinness gisteren buiten het gebouw uit voor verraders, maar in de congreshal zelf bleef het kalm. Niet zonder spanning wordt aan beide kanten van de grens nu afgewacht of ook alle voormalige IRA-sympathisanten, van wie bekend is dat velen gemengde gevoelens hebben over de koers van de partij, zich verder koest zullen houden.

Tegelijk gloort bij veel Sinn Féin-leden hoop dat Ierland een stap dichter bij de vereniging van Ierland en Noord-Ierland is gekomen. Ook bij ‘gewone’ Ieren. „Zelf zal ik de Ierse hereniging wel niet meer meemaken”, zegt een taxichauffeur in Dublin, „maar mijn kinderen hopelijk wel.”

    • Floris van Straaten