Shani Davis razendsnel bij wereldbeker in Thialf

Shani Davis is neergestreken in Heerenveen – en dat is niemand in de schaatstop ontgaan. De Amerikaanse wereldkampioen allround liet bij wereldbekerwedstrijden zien dat hij over twee weken, tijdens het WK allround, een groot gat kan slaan op de kortste afstanden.

Davis maakte gistermiddag in een bomvol Thialf veel indruk met zijn 500 meter, tijdens het WK sprint in Hamar vorige week nog zijn ‘zwakke’ punt. Hij klokte 35,43 en eindigde daarmee net achter de Fin Pekka Koskela (35,29) en de winnaar, Davis’ landgenoot Tucker Fredricks (35,27), maar voor alle Nederlanders.

Op zijn favoriete afstand was de Amerikaan superieur. Hij won twee keer de 1.000 meter, waarbij hij zaterdag zijn eigen baanrecord evenaarde (1.08,91). Gisteren deed hij het met 1.08,98 nog eens dunnetjes over.

„Het is ongelooflijk hoe hard Shani hier rijdt”, zei Erben Wennemars vol lof. Hem was overigens niet aan te zien dat hij dit seizoen al 41 keer aan de start verscheen en in alle hoeken van de wereld wedstrijden rijdt. Zijn kilometer van zaterdag (1.08,98) was de snelste ooit van een Nederlander op Nederlands ijs. Hij werd tweede achter Davis. Een dag later was de uitslag hetzelfde. De 31-jarige Wennemars schoof daardoor op naar de eerste plaats in het klassement van de wereldbeker, omdat de Koreaan Kyou Hyuk Lee ontbrak. Hij koos voor de Aziatische Winterspelen in China.

Bij de vrouwen maakten de sprinttalenten Annette Gerritsen en Margot Boer indruk. Gerritsen won gistermiddag tot haar eigen verbazing voor het eerst in haar carrière een wereldbekerwedstrijd. Zij erkende na afloop dat dat mede te danken was aan de glijpartij van de Duitse favoriete Jenny Wolf, die zaterdag nog veruit de snelste was geweest.

Maar de 21-jarige Gerritsen, die op het NK sprint onlangs maar net verloor van haar ploeggenoot Marianne Timmer en steeds dichter bij de wereldtop komt, reed de 500 meter in 38,93. Daarmee was ze een fractie sneller dan de Italiaanse Chiara Simionato (38,97) en de Nederlandse kampioen op de 500 meter, Margot Boer (39,00). Zaterdag had Gerritsen al brons gewonnen op de 500 meter, met een achterstand van bijna een seconde op Jenny Wolf.

Maar ook Boer kreeg uiteindelijk de medaille die ze na een sterk weekeinde verdiende. Ze werd derde op de 1.000 meter (1.17,27), en stond voordat ze het wist op het podium naast de Canadese Cindy Klassen (1.16,02) en wereldkampioene sprint Anni Friesinger (1.15,97). „Het was gaaf om daar met hen te staan”, zei Boer na afloop. „De één is haast onverslaanbaar, de andere won tijdens de Spelen van Turijn vijf medailles. En daar stond ik tussen, als een klein meisje.”

    • Rob Schoof