‘Poliuto’ eindigt groots in de muil van de leeuw

Concert: Donizetti’s ‘Poliuto’ door Radio Kamer Filharmonie/Groot Omroepkoor o.l.v. G. Carella. Gehoord: 27/1 Concertgebouw, A’dam. Radio 4: 30/1, 20 u.

De titel doet abusievelijk misschien even denken aan een onfortuinlijk gifdood, maar Donizetti’s opera Poliuto (1838) behandelt de martelaarsdood van een tot Christen bekeerde Armeniër, ingeluid door en gekruid met een multireligieuze vierhoeksverhouding.

In de operaserie van de Matinee was Poliuto zaterdag de zoveelste opera waarvan het stof werd afgeslagen in een felle, imponerende uitvoering. Donizetti’s Linda di Chamounix en La favorita kwamen eerder al aan de beurt, Poliuto klonk in de pas onlangs (2001) gepubliceerde oerversie mogelijk überhaupt nog nergens anders.

Donizetti heeft zijn opera, in zijn behandeling van de wortels van de Armenocide nu zelfs actueel, zelf nooit gehoord. Dat is treurig, want Poliuto – een rijper werk onder Donizetti’s grofweg zestig grotendeels vergeten opera’s – is op de slechtste momenten kundig vakwerk, en veel vaker een meeslepend monumentale muzikale tragedie met massakoren en een in de gang verstopte ‘banda’.

Giuliano Carella mag zich bij de Matinee inmiddels bijna een vaste gastdirigent noemen, die zijn talent voor spanningsopbouw in het Italiaanse repertoire al vaak bewees. Ook van Poliuto maakte hij vanaf de door vier fagotten melancholiek geopende ouverture een klassieke Matinee, met veel on-Hollandse bulderovaties.

Carella is sterk in de vertragingen of versnellingen die een aria net even een extra theatraal zuchtje kunnen geven. Hij realiseerde in de tempelscène (een duidelijke voorbode van het triomfkoor uit Verdi’s Aida) de nodige stormkracht, maar gunde de Radio Kamer Filharmonie ook de ruimte om de devote stemming van het tussenspel in de eerste akte grondig over te brengen.

Poliuto is een opera van veel dragende rollen. Paolina weigert hogepriester Callistene te trouwen. Ze prefereert de vooraanstaande Poliuto, maar blijft dromen van de Romeinse generaal Severo. Poliuto vermoedt dat en laat zich dopen – net als Paolina later. Severo bestraft ze met een dood in de arena.

Ook in de kwaliteit van de bezetting was dit een ouderwetse matinee, met bariton Nicola Alaimo (Severo) als sterkste troef. Smeltend klonk zijn liefdesduet met Paolina, door sopraan Majella Cullagh niet altijd gemakkelijk maar in de hoogte indrukwekkend zeker ingevuld. Francisco Casanova (Poliuto) trof met zijn lichte, wat kelige tenor de juiste sfeer. Slechts in subtiliteit bleef hij soms achter bij het Omroepkoor, dat zijn kwaliteit bewees als volk van grote gevoelens en stille verlangens.

    • Mischa Spel