Kauwend en likkend aan vlaflip en snoepketting

Pauline Slot: De inwendige. De Arbeiders-pers, 269 blz. €18,95

**---

In De inwendige vertelt hoofdpersoon Alma Oosting over haar eetverslaving. Na een paar hoofdstukken komen de lammetjespap, de schoolmelk en het vruchtvlees je de strot uit. Wellicht is dat ook precies wat auteur Pauline Slot beoogt, want het meisje dat zij al kauwend, likkend en slikkend opvoert, ontwikkelt zich tot een boulimia-patiënte. Misschien moeten we het zintuiglijke proza, waarin een kind mijmert over eten, als ‘experimenteel’ opvatten.

Deze opzet blijft echter steken in een wijze van schrijven die het midden houdt tussen het therapeutische zelfhulpboek en de psychologische roman waarin de stoornis uit jeugdervaringen en opvoeding wordt verklaard. Het bewustzijn en de herinnering van de hoofdpersoon zijn bepaald door eetervaringen. Dat wordt de lezer via allerlei associaties, opgewekt door snoepketting en vlaflip, ingepeperd.

Alma groeit tijdens de jaren zestig op in een bekrompen ambtenarenmilieu waar alles draait om netheid en schraperigheid. Als Alma gaat puberen, blijven haar gedachten zich op voedsel fixeren. Met de zich ontwikkellende verslaving van Alma wordt het proza gaandeweg eentoniger, de therapeutische taal krijgt de overhand. Alma promoveert, ontwikkelt een stabiele relatie met een vrouw en maakt een gigantische maaltijd voor haar familie die ze gewoon binnen houdt. Intussen is ze dan ook in therapie geweest. Daar heeft ze geleerd dat eten niet kan troosten. Ongetwijfeld waar, maar met literatuur heeft het weinig meer te maken. Om in therapeutische termen te blijven: vergeleken met Slots vorige romans, en zeker haar debuut Zuiderkruis uit 1999, is het autobiografische geneuzel in De inwendige een terugval.

Elsbeth Etty

    • Elsbeth Etty