Jargon

Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel Maurice Horsthuis (1948), altviolist,componist. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Amsterdam, 24 januari 2007 Mentzel, Vincent

„Ik kon nooit zomaar aan bijvoorbeeld de taxichauffeur uitleggen wat voor muziek ik maakte. ‘Oh is het dát?’ ‘Nee, dat is het niet.’ ‘Lijkt het dan dáárop?’ ‘Nee, ook niet.’ En ook bij subsidieaanvragen en podia: ‘Nee, dan hoor je niet bij óns, dan moet je dáár wezen.’ Toen bedacht ik: het zal wel een eigen jargon zijn, laat ik dat dan ook maar als geuzennaam gaan gebruiken.”

Maurice Horsthuis (1948), altviolist en componist, is leider van Jargon, een ensemble dat balanceert op de grens van moderne muziek en improvisatie. Horsthuis kreeg ooit bekendheid als componist van theatergroepen als Baal, maar verliet de theaterwereld volledig (‘dat is écht verleden hoor, vreselijk’.) Ook maakte hij deel uit van het Amsterdam String Trio, het Guus Janssen Septet en het ICP Orkest. In Jargon werkt hij met veelal jonge musici uit zowel de jazz als de klassieke muziek. Voornamelijk strijkers, maar ook gitaar en laptop. Improvisatie speelt tijdens de optredens een cruciale rol. Jargon verzorgt in Amsterdam al twee jaar de onalledaagse concertreeks ‘Slang’. In januari verhuisde ‘Slang’ naar een nieuwe locatie: De Badcuyp, in De Pijp. De reeks gaat daar verder onder de titel ‘New Slang’.

„Ik nodig elke keer wisselende mensen uit. Ik noem Jargon dan ook een ‘elastisch ensemble’. Verder zal ik veel thematisch te werk gaan: een keer met zang, een keer met piano, video, tapdance, van alles.

„In de laatste drie jaar zijn er een stuk of dertig, veertig stukken ontstaan. Daar zijn er tien tot vijftien bij die ik zó op de lessenaar kan zetten als ik het menu voor de avond wil samenstellen: ‘Vanavond spelen we Kendo, Loopjongen en Rails.’ De muzikanten kennen die stukken, die spelen ze zo. Daarnaast zijn er altijd nieuwe dingen, die speciaal te maken hebben met de bezetting van die avond.

„Er zijn veel meer strijkers die improviseren dan twintig jaar geleden. Er is een heel bloemenperk ontstaan, dat wás er gewoon niet: violisten die ongelofelijk mooi kunnen improviseren, die helemaal vrij zijn. Ze pakken gewoon hun instrument en ze spélen. Er zit vaak zo’n rijkdom in; die mensen zijn echt ter plekke aan het componeren. Ik vind dat waanzinnig om naar te luisteren, en ik zie het als mijn taak om het basismateriaal aan te leveren.

„De improvisatie gebeurt vaak binnen een specifiek kader: ‘dit is het gegeven en jullie hebben een kwartier’. Wat dat ‘gegeven’ is, hangt af van het stuk: soms een akkoordenschema, een half tekeningetje of een ritmisch patroon. Soms loopt een stuk gewoon op een bepaalde manier af, en moeten de musici zelf maar zien hoe ze ermee verdergaan. Jazzjongens geef ik wat anders dan klassieke musici; ik zorg dat er voor iedereen wat in zit.

„Als ik een muziekstuk schrijf, zie ik voor me hoe dat zich op het podium afspeelt. Dat is misschien het enige dat ik aan mijn werk voor het theater heb overgehouden. Er zitten ook altijd beelden aan vast, die vaak met de titel te maken hebben. Ik heb een serie stukken over ‘pluimvee’ gemaakt.

„Soms denk ik ook aan een bepaalde rolverdeling of casting in het orkest. Dat er in de compositie bijvoorbeeld een ‘klootzak’ nodig is. Het is voor het publiek in principe niet nodig om dat te weten, maar meer voor mezelf: om er een gezicht bij te hebben. Muziek heeft voor mij gezichten. Personages.”

Jargon: New Slang. Elke eerste dinsdag van de maand in De Badcuyp, Amsterdam (gratis entree). Info en geluidsfragmenten: www.jargon.ws.

    • Jochem Valkenburg