Het hart vervuld van liefde voor de VS

Barack Obama geldt als de Tiger Woods van de politiek.

Zijn boodschap is: wees progressief én trots op Amerika.

Barack Obama: The Audacity of Hope. Thoughts on Reclaiming the American Dream. Crown, 375 blz. € 18,99 De Amerikaanse presidentskandidaat Barack Obama schreef een ware bestseller The Audacity of Hope(Crown, €18,99). Het is vooral zijn toon die het hem doet, aldus Menno de Galan. Zie pagina 27

De Afro-Amerikaanse leiders Jesse Jackson en Al Sharpton schorten hun oordeel nog even op. Beide veteranen van de burgerrechtenstrijd steunen Barack Obama vooralsnog niet als presidentskandidaat omdat Obama geen echte brother is; het getto is nooit zijn referentiekader geweest. Zelfs de zwarte Republikein Alan Keyes, in 2004 de tegenstander van Obama voor een senaatszetel in de staat Illinois, beschuldigde hem er tijdens de verkiezingsstrijd van geen echte Afro-Amerikaan te zijn. Hij voegde eraan toe dat Obama, die voor het recht op abortus is, evenmin op de stem van Christus kon rekenen.

Maar Obama is nu eenmaal niet traditioneel voor een politicus met presidentiële pretenties, en daardoor moeilijk grijpbaar. In zijn eerste boek Dreams from my Father (1995), een boeiende mix van autobiografie en zoektocht naar zijn vader, bekende hij hasj te hebben gerookt en cocaïne gesnoven. Toen hij er als politicus mee werd geconfronteerd, reageerde hij laconiek: hij zei dat hij destijds nog niet wist dat hij de politiek in zou gaan. Een ander was er misschien niet mee weggekomen, maar de 45-jarige Obama geldt als de Tiger Woods van de politiek. Net als de zwarte golfkampioen koppelt hij het Amerikaanse voorkomen van de geboren winner aan een jongensachtig, bijna onschuldig uiterlijk. ‘A black man with a funny name’, noemt hij zichzelf spottend. Dat was, in het mijnenveld van de Amerikaanse etnische identiteit, een meesterzet. Boodschap: hij kan zijn identiteit relativeren. Evenals Woods weigert hij de race card uit te spelen; hij wil worden beoordeeld op zijn prestaties.

Toch geeft hij in Dreams from my Father ruiterlijk toe te hebben geworsteld met zijn identiteit. Zijn vader heeft hij nooit gekend. Obama senior belandde als student econometrie op Hawaï waar hij een blanke studente ontmoette met wie hij trouwde, een zoon kreeg en die hij achterliet nadat hij een beurs kreeg voor Harvard; een tussenstop op de terugweg naar Nairobi. Nadat in Jakarta het tweede huwelijk van Obama’s moeder in zwaar weer belandde, hemelde ze haar eerste echtgenoot op: zijn zwarte identiteit, trots en intelligentie. Die koppelde ze aan het karakter van haar zoon én aan de burgerrechtenstrijd in Amerika, zodat de jonge Barack al vroeg bekend was met Martin Luther King en Rosa Parks. In de bibliotheek van de Amerikaanse ambassade kreeg Obama de schok van zijn leven. In Life zag hij een gruwelijke foto van een zwarte man die in de knoop lag met zijn huidskleur en deze met een chemisch middel had bewerkt. In tegenstelling tot wat zijn moeder hem inpeperde, was deze man dus niet trots op zijn zwarte voorkomen. Obama bleef in verwarring achter. Eenmaal terug in Amerika sloeg zijn verwarring om in woede. Hij werd geconfronteerd met racisme, zocht aansluiting bij de zwarte basketbalwereld en gebruikte drugs. Pas later, nadat hij in Kenia het graf van zijn vader bezocht, accepteerde hij zijn gemengde afkomst. Dat wil zeggen: niet als Afrikaans-Amerikaan, maar als Afrikaan en Amerikaan, zonder streepje.

De laatste zin van van zijn tweede boek, The Audacity of Hope, is veelzeggend: ‘Mijn hart is vervuld van liefde voor dit land.’ Het is deze liefde, onnadrukkelijk opgeschreven en niet onvoorwaardelijk, die de kern vormt van het boek, dat al wekenlang de Amerikaanse bestsellerslijsten aanvoert. Inmiddels zijn ruim 800.000 exemplaren in druk verschenen. De woede die Jesse Jackson en Al Sharpton te pas en te onpas weten op te roepen en die bij beide mannen voortdurend vlak onder de oppervlakte lijkt te kolken, is Obama vreemd. In tien hoofdstukken met no nonsense-titels als ‘Politiek’, ‘Grondwet’, ‘Ras’, ‘Geloof’ en ‘Gezin’ legt hij uit wat hij voorheeft met Amerika. Hij zoekt common ground, schrijft hij om de zoveel bladzijden. Gemeenschappelijkheid en samenwerking, maar wel onder voorwaarden: die van een Democraat die zich zorgen maakt over het Amerikaanse militaire machtsvertoon, milieuvervuiling en het verlies van banen in eigen land. ‘Als we geen actie ondernemen tegen de almaar toenemende ongelijkheid in Amerika’, waarschuwt hij, ‘een ongelijkheid die zich langs raciale lijnen voltrekt en daardoor de rassenstrijd aanwakkert, terwijl het land juist steeds zwarter en bruiner wordt, dan zullen onze democratie en economie daar schade van ondervinden.’

De Republikeinen hebben volgens hem de staat gebruikt om met belastingvoordelen voor ondernemers de ongelijkheid tussen rijk en arm te vergroten. Obama wil belastinggeld aanwenden voor omscholingsprojecten voor werklozen, betaalbare gezondheidszorg en de renovatie van verpauperde woonwijken. Dat klinkt redelijk, maar verklaart niet waarom zo veel mensen zijn gegrepen door het boek. Want makkelijk leesbaar is The Audacity of Hope niet. Het is waarschijnlijk vooral de toon die Obama’s boek tot een succes maakt. Hij komt nergens over als een betweter. Hij geeft een richting aan, maar heeft geen kant en klaar recept voor de problemen in binnenland (globalisering) en buitenland (terrorisme).

Obama schrijft dat de Amerikaanse politiek in een ‘dead zone’ is beland. Republikeinen en Democraten waren de afgelopen kwarteeuw vooral bedreven in het binnenhalen van het eigen gelijk. Met hun strategie van polarisatie hebben de Republikeinen de Democraten in de verdediging gedrongen. Progressieve politici worden weggezet als archaïsche gelovigen in overheid en bureaucratie, vakbondsleden als losers, gettobewoners als misdadigers en pathologische studieobjecten en intellectuelen als naïevelingen die soft on terrorism zijn.

Obama verzet zich hier vanzelfsprekend tegen, maar hij steekt de hand ook in eigen boezem. De Republikeinen zijn erin geslaagd de thema’s van het debat te bepalen. De Democraten werden gedwongen te reageren en wie reageert heeft per definitie wat uit te leggen. De oplossing die Obama aandraagt voor een reveil voor zijn partij is even simpel als voor veel Amerikanen aanlokkelijk: erken het belang van typisch Republikeinse thema’s als patriottisme, ondernemingszin, gezin, geloof, normen en waarden. Maar geef ook aan dat in de toekomst op het gebied van milieu, terreurbestrijding, en het behoud van werk voor uitdagingen staat die niet kunnen worden opgelost met Republikeins jargon. Streef naar samenwerking, maar geef ook aan dat de Democraten beter in staat zijn de nieuwe problemen op te lossen.

Dat geldt vooral voor de buitenlandse politiek. Obama had vanaf het begin geen vertrouwen in het Amerikaanse avontuur in Irak. Hij sprak zich ruim voor de invasie tijdens een demonstratie in Chicago al uit tegen de oorlog. Daarmee stak hij zijn nek uit, maar hij geeft te kennen dat het hem geen voldoening geeft om achteraf zijn gelijk te behalen. In plaats daarvan spreekt hij na een bezoek aan Irak zijn bewondering uit voor het ‘Amerikaanse vernuft, de rijkdom en technische know-how’. Zijn landgenoten zijn er in geslaagd ‘hele steden te planten in vijandig grondgebied’. Dat is een Republikeinse benadering: wees trots op wat Amerika in de woestijn heeft neergezet. Maar zodra hij zich buiten de Groene Zone begeeft waar het Amerikaanse bestuur zich heeft gevestigd, krijgt de lezer een andere boodschap mee: de onderneming is geen succes. Een van zijn medewerkers spreekt zelfs een Amerikaanse soldaat die pleit voor volledige terugtrekking van het leger. Zo ver gaat Obama niet, maar hij schrijft wel dat de strijd alleen met politieke middelen kan worden gewonnen. Het slimme van zijn betoog schuilt in de subtiele signalen: altijd al tegen de oorlog, maar geen betweter; bewondering voor Amerikaans technisch en militair vernuft, maar ook oog voor de politieke werkelijkheid.

De Amerikaanse pers suggereerde dat Obama de ervaring mist om een succesvolle gooi te doen naar het presidentschap. Maar hij geeft blijk van grote belangstelling voor de buitenlandse politiek. Bovendien heeft hij meer van de wereld gezien dan veel Amerikaanse generatiegenoten. Door zijn ervaringen in Indonesië en Kenia weet hij hoe willekeur, corruptie en geweld een samenleving kunnen ontwrichten. Wat hij zag, is dat de buitenlandse politiek van Amerika niet per definitie goed uitpakt. Amerikaans beleid, schrijft hij ‘is soms gebaseerd op foute veronderstellingen, […] die de legitieme aspiraties van andere volken ontkennen, onze eigen geloofwaardigheid ondermijnen en van de wereld een gevaarlijker oord maken’. En dat is een uitzonderlijke uitspraak voor een Amerikaanse presidentskandidaat.

Bekijk de keynote speech van Obama uit 2004 op: www.americanrhetoric.com/speeches/convention2004/barackobama2004dnc.htm

Barack Obama: The Audacity of Hope. Thoughts on Reclaiming the American Dream.

Crown, 375 blz. € 18,99

Barack Obama: Dreams from my Father. A Story of Race and Inheritance. Three Rivers Press, 457 blz. € 14,99.

    • Menno de Galan