Geüpdatete lexicologie

Afgelopen vrijdag heeft Piet van Sterkenburg afscheid genomen als hoogleraar lexicologie in Leiden. Lexicologie is de wetenschap die onderzoekt hoe je het best woordenboeken kunt maken. Behalve hoogleraar was Van Sterkenburg dertig jaar lang directeur van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie in Leiden. In die periode heeft hij op dit terrein meer voor elkaar gekregen dan wie ook. Niet alleen stelde hij verschillende woordenboeken en taalstudies samen, hij was ook verantwoordelijk voor de samenstelling van drie edities van het Groene Boekje.

Zijn grootste verdienste is echter dat hij ervoor heeft gezorgd dat enkele grote wetenschappelijke woordenboeken werden voltooid en gedigitaliseerd. Als alles volgens plan verloopt, zijn binnen vier jaar alle historische wetenschappelijke woordenboeken van het Nederlands gratis online te raadplegen. Sinds zaterdag is dat al het geval voor het Woordenboek der Nederlandsche Taal, het veertigdelige woordenboek dat het Nederlands van omstreeks 1500 tot 1976 beschrijft. Ik kan alle lezers van deze rubriek aanraden om dit woordenboek op z’n minst één keer te bekijken, want het is het mooiste taalmuseum dat we hebben. Bovendien is deze online-versie alweer een stuk beter dan de cd-romversie, waarvan de eerste editie verscheen in 1995. Het WNT is geschreven in de spelling van 1863 en dat geldt zelfs voor de Aanvullingen, hoewel die pas een paar jaar geleden zijn verschenen. Maar omdat niet iedereen nog vertrouwd is met de spelling ‘De Vries en Te Winkel’, kom je, als je bijvoorbeeld mus intikt, automatisch bij musch terecht.

Nou ja, log in (via www.inl.nl) en als de server niet overbelast is (wat dit weekend het grootste deel van de tijd wel het geval was), kunt u hier volop genieten.

De afscheidsrede van Van Sterkenburg, getiteld Woorden van en voor emotie, bevatte enkele passages die sommige lezers van deze rubriek uit het hart gegrepen zullen zijn. Doorgaans zeggen taalkundigen en woordenboekenmakers dat zij geen mening hebben over de taalveranderingen die zij zo grondig mogelijk in kaart proberen te brengen. Als iedereen hun hebben zegt, dan registreren zij dat, want dat is nou eenmaal de ‘taalwerkelijkheid’.

In zijn afscheidsrede zei Van Sterkenburg nu dat taalwetenschappers veel te veel gedogen. Daarmee zouden zij aan de ‘teloorgang’ van het Nederlands bijdragen. Hij vindt dat het ‘rode educatieve potlood’ veel vaker tevoorschijn moet worden gehaald, om dit tegen te gaan.

Zo blijkt Van Sterkenburg het helemaal niks te vinden dat woordenboeken ‘krankzinnige neologismen’ als bloggen, skypen, pimpen en chillen opnemen, samen met ‘Engelse werkwoorden’ als updaten, upgraden, downloaden en saven. „Ik begrijp niet dat we deze werkwoorden de toegang niet weigeren tot woordenboeken en grammatica’s”, aldus Van Sterkenburg.

Ik begrijp wél waarom we dat niet doen – waarom spellinggidsen en woordenboeken dergelijke woorden dus wel vermelden. De laatste twee weken heb ik van allerlei kanten te horen gekregen dat de werkwoordspelling echt supereenvoudig is. De Amsterdamse taalkundige Jan Stroop heeft in deze krant zelfs beweerd dat dit „in een uurtje” te leren zou zijn.

Goed, noteer dan nu, zonder hulpmiddelen, alle vervoegingen en werkwoordstijden van updaten, upgraden, downloaden en saven, en doe e-mailen er nog bij. U kunt bezwaar hebben tegen deze woorden, maar dat neemt niet weg dat ze in het hedendaags Nederlands volop worden gebruikt, daar helpt geen rood potlood tegen.

Grootverbruik en spellingsonzekerheid – ik kan geen betere redenen bedenken om deze woorden ruimhartig tot onze woordenboeken en spellinggidsen toe te laten.

    • Ewoud Sanders