Een titel waarin het woord ‘prangend’ voorkomt, trekt mij

Het is weer ramsjtijd. Hét moment om je slag te slaan en boeken te kopen die je thuis op een plank zet, nooit leest, en uiteindelijk op Koninginnedag voor de helft van het geld doorverkoopt. Door hun goedkoopte lijken deze boeken een must. Kopstukken van de Rococo, ván negenenzestig vijfennegentig vóór vijf euro! Je moest toch al jaren wat aan je vorming doen, vooral op het gebied van kunst. Meenemen, die handel.

Hoe houd ik huis? was het ramsjboek dat mij aantrok, vooral vanwege de ondertitel: En andere prangende vragen voor de moderne man! Een titel waarin het woord ‘prangend’ voorkomt, trekt mij sowieso. En huishouden voor mannen, dat was wel iets voor mij. Op vrouwenniveau huishouden is een onhaalbaar ideaal. Ik – en vele vrouwen met mij – vind Cif griezelig, gebruik Andy voor alles, was kleding soms met shampoo en weet nog steeds niet wat ik met het sponsje moet doen nadat ik de wc heb schoongemaakt. (Weggooien? Ritueel verbranden?)

Eerst was ik teleurgesteld in het boek. Niemand hoeft mij te vertellen dat ik muziek moet opzetten als ik aan het schoonmaken ben. En al helemaal niet dat ik na de schoonmaak ‘minstens één bier’ moet drinken. (Ik wil liever ouderwetse schoonmaakrecepten waarin bier is verwerkt.) Ook wist ik al dat het handig is om de prut van je bord af te schrapen voor je het afwast, en dat je eerst je hoeslaken op het bed moet leggen als je het opmaakt.

Wat voor handboek was er dan geschikt voor mij? Huishouden voor mannen die ondanks hun manzijn weten wat een hoeslaken is? Huishouden voor vrouwen die bang zijn voor sponsjes?

Gelukkig vond ik toch nog een schat aan informatie die mijn vijf euro waard was, in het hoofdstuk ‘Onderhoud buitenshuis’. Ademloos las ik hoe ik een bitumineuze dakpan moet vervangen. Geen idee wat een bitumineuze dakpan is, maar vervangen kan ik hem, mocht het ooit nodig zijn. Ik kan nu ook mijn schoorsteen vegen (en die van anderen), een schouw vervangen (gewoon, met een koevoet, een ‘drevel’ en een plankje) en ik weet wat de beste waakhond is. (Een teckel. Ja, echt.)

Wat ik met het wc-sponsje moet, is me nog steeds niet duidelijk. Van het boek hoefde ik trouwens geen sponsje te gebruiken. Ik moest gewoon een fles bleek in de wc mikken, „en dan naar de kroeg”.