Een goede baan én een nuttig christelijk netwerk

De Christelijke Hogeschool Ede laat talentvolle studenten een coachingstraject volgen.

„Organisaties zullen succesvoller worden van christelijk leiderschap.”

Studente Thessa Gosker Foto’s Merlin Daleman Tessa Gosker. Christelijk Hogeschool. Ede, 23-01-07 © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Op het nachtkastje van de baas van de Christelijke Hogeschool Ede, Kees Boele, ligt momenteel het boekwerk De Institutione Oratoria van de Romeinse retoricus Quintillianus. Boele verdiept zich ook in de werken van pedagogen, psychologen, sociologen, politicologen en filosofen. Op het boekenplankje achter zijn bureau ontbreken de managershandboeken.

Maar Boele, econoom en filosoof, is bovenal christen. Het adjectief ‘Christelijk’ in de naam van zijn hogeschool dient letterlijk te worden genomen: de Bijbel dient er als grondslag en de studenten zijn overwegend van gereformeerde of evangelische huize.

Onlangs maakte Boele bekend dat hij studenten de mogelijkheid wil bieden om deel te nemen aan een twintig jaar durend coachingstraject dat christelijke studenten begeleidt op weg naar een maatschappelijke toppositie. Het traject houdt in dat jonge christenen enkele gesprekken per jaar voeren met directeuren, bestuursvoorzitters en hoge ambtenaren, allen overtuigd christen. Tien tot twintig studenten mogen jaarlijks op kosten van de hogeschool een ‘intake assessment’ volgen, op voorwaarde dat ze bereid zijn de christelijke levensfilosofie uit te dragen.

Een toptraject voor talentvolle christenen sluit aan bij de essentie van de geloofsbelijdenis, legt Boele uit. Zijn hogeschool verlaat zich op het gedachtegoed van de zestiende-eeuwse theoloog Johannes Calvijn, voor wie niet de mis, maar het leven een offer aan God betekende. Boele: „Wij vertalen dat door activiteit in het publieke domein te propageren. Wij vinden dat je je geloof moet uitdragen in je beroep. Laat in de kwaliteit van je werk zien dat je een christelijke bakker bent.”

Het coachingstraject past ook in de onderwijsvisie van de school. De Christelijke Hogeschool Ede doet meer met studenten dan alleen opleiden en toerusten tot de arbeidsmarkt, zegt Boele. „Studenten worden gedwongen een visie te ontwikkelen op maatschappelijke gebeurtenissen.”

De aantrekkingskracht van de hogeschool reikt verder dan de identiteit. Boele: „Negen van de tien studenten komen nog steeds vanwege onze identiteit. Maar een toenemend aantal, nu zo’n 65 procent, zegt dat ook kwaliteit een rol heeft gespeeld in de keuze voor ons.”

De Keuzegids Hoger Onderwijs bestempelt Ede al drie achtereenvolgende jaren als beste hogeschool van het land. De studenten waarderen hun hogeschool soms hoger dan de school zelf had verwacht. Zelfs de faciliteiten, die op andere hogescholen aantoonbaar beter zijn, scoren hoog. Het verleidde een visitatiecommissie eens tot de suggestie dat Ede „watjes” zou opleiden, kritiekloze studenten.

Boele zou eerder van het tegendeel willen spreken. Hij haalt het voorbeeld aan van studenten die zich vorig jaar vernederd voelden bij de introductie op de hogeschool. Enkelen van hen zochten contact met Trouw, dat het artikel ‘Eerstejaars uit Ede voelt zich een slaaf’ publiceerde. Boele: „Een ontevreden student die naar de krant stapt, dat zou ik best kritisch durven noemen.”

Ook het coachingstraject kreeg kritiek. Boele: „We zouden een geheime vijfde colonne in het leven willen roepen.” Daarmee heeft het niets te maken, bezweert Boele. Het traject, vertelt hij, heeft een parallel met ‘Gids’, een „club” van succesvolle christenen die zich zorgen maken over de „uitholling” van het maatschappelijk middenveld: kerken, maar ook politieke partijen, verenigingen, onderwijs- en zorginstellingen.

Volgens Gids zou iedere burger zich moeten inzetten voor de gemeenschap, op een manier die binnen zijn bereik ligt. Zelf maakt Boele nu het beleidsplan van de kerk in zijn dorp, zegt hij. „En als het dorp een voetbalveld wil, dan ken ik weer een ondernemer die het veld kan aanleggen. Ik heb mensen in mijn kaartenbak, christelijke ‘key players’, die mijn buurman misschien niet heeft.”

Die sleutelfiguren zitten in de bankwereld, de accountancy, bij bedrijven, bij de overheid, bij de politie. Een van hen, tevens toekomstig studentencoach, is Gert-Jan Huisman (38), bestuursvoorzitter van het Duits-Nederlandse, beursgenoteerde bedrijf Centrotec, dat duurzame energiesystemen produceert. Wat kan hij de studenten leren? Huisman: „Ik denk vooral aan het delen van morele dilemma’s waar je als christen voor staat. Bijvoorbeeld de vraag hoe je met een hoog salaris of openheid in de media moet omgaan.”

Het geloof biedt een „concept voor leiderschap”, zegt Huisman. „Ik noem dat ‘dienend leiderschap’. Het uit zich bij mij in het streven naar een klein ego, fouten durven toegeven, eerlijkheid, milieubewust ondernemen.” Organisaties, voorspelt hij, zullen uiteindelijk succesvoller worden van christelijk leiderschap.

„Christelijk netwerken” heeft volgens Huisman een hoge vlucht genomen door de bloei van een nieuw evangelisch christendom, dat zich niets van kerkmuren aantrekt. Het is het christendom van de EO, de ChristenUnie en de Hogeschool Ede, dat volgens Huisman „opener” is geworden. De kritiek op het traject noemt hij „goedkoop”. „Het evangelische christendom wordt soms kwaadwillend vergeleken met moslimfundamentalisme, maar ik zie het als liefdevol en dienend tot in de haarvaten. Niemand heeft iets te vrezen.”

De christelijke wortels van Europa moeten worden bewaakt, aldus Kees Boele. Christenen, zegt hij, zijn niet zozeer betere mensen dan niet-christenen. „Maar ze hebben wel een belangrijke verantwoordelijkheid, doordat het leven voor hen een offer aan God betekent. Christenen op een sleutelpositie hebben een dubbele verantwoordelijkheid.”