Devil Kiss is graag moordenaar

Chinese popmuziek schalt door de kale ruimte van de X-club op de vijftiende verdieping van het Hong Tianhotel in Peking. Op de muren zijn duistere cyberfiguren geschilderd met wapens in de aanslag. Jongeren met punkkapsels liggen rokend onderuitgezakt op skaileren banken. Zij bereiden zich voor op het spelen van ‘moordenaar’ oftewel ‘sharen’, een nieuwe rage onder de Chinese jeugd.

Wanneer zich twaalf spelers hebben gemeld, gaat de scheidsrechter hen voor naar een speciaal ingerichte speelruimte. Zestien genummerde stoelen zijn in een u-vorm tegen de wand geschoven. De scheidsrechter neemt plaats achter een computer waarop een enorm tv-scherm is aangesloten.

‘Moordenaar’ is een ingewikkeld detectivespel. Volgens een van de spelers leer je het pas door het keer op keer te spelen. Het wordt gespeeld door ‘politie’ (jingcha) en ‘burgers’ (pingmin) die samen een onderzoeksteam vormen. Ze nemen het op tegen een stel ‘moordenaars’ (huidiao). Het onderzoeksteam trekt aan het langste eind als het erin slaagt de daders te identificeren. De moordenaars op hun beurt winnen als alle politiemannen zijn gedood.

Tot voor kort werd het spel gespeeld in parken of in de trein. Spelers die er verslaafd aan waren geraakt richtten zogenaamde ‘moordenaarsclubs’ op, zoals de X-club. Inmiddels zijn alleen al in Peking rond de 80.000 spelers actief in clubverband.

Scheidsrechter Xiao Yun (20) heeft van zijn hobby zijn beroep gemaakt. „Mijn ouders maakten zich zorgen. Ik was verslaafd aan het spel. Nu verdien ik tenminste 150 euro per maand als scheidsrechter bij de club. Soms heb ik wat andere klussen, maar meestal slaap ik overdag”, zegt hij.

Xiao Yun is de enige die zijn echte naam wil noemen. De spelers gebruiken de schuilnaam waaronder ze in de ‘moordenaarswereld’ bekend zijn. Zoals ‘Devil Kiss’, een lange, Engelssprekende Chinese jongen die werkt bij een IT-bedrijf. „Ik hou van de sfeer hier. De ruimte is vertrouwd, je kunt vrijuit spreken zonder iemand te kwetsen en zonder gezichtsverlies te lijden. Allemaal dingen die je buiten niet kunt veroorloven. De meeste spelers ervaren dat als een bevrijding.”

Xiao Yun brengt gesloten doosjes rond met daarin een striptekening van een politieman, een moordenaar of een burger. Als de spelers weten welke rol ze spelen roept de scheidsrechter: „Het is nacht. Politiemannen en burgers sluit je ogen.” De drie moordenaars houden hun ogen open en wijzen een slachtoffer aan.

Daarmee begint het spel van nadenken, logisch redeneren en raden. Al gauw staat de ruimte blauw van de sigarettenrook. De deelnemers gedragen zich onbehouwen. Ze schreeuwen, lachen en ballen hun vuisten.

Het eerste spel is al na een uur al afgelopen omdat de frêle politievrouw ‘Mei Mi’ haarscherp kan analyseren. ‘Mei Mi’ – lang sluik haar, enorme plateauzolen – weet de andere leden van het politieteam ervan te overtuigen wie de moordenaars zijn. De nummers van de daders verschijnen op het scherm en de muziek speelt weer.

‘Mei Mi’ lacht. Ze wordt als speler gevreesd in het circuit. Volgens ‘Devil Kiss’, een van de ‘moordenaars’, kan Mei Mi in de rol van politieman of burger logisch denken en beschikt ze over veel intuïtie.

‘Mei Mi’ zegt dat ze genoeg tijd heeft om het spel te spelen. Ze studeerde een jaar in de Verenigde Staten maar is desondanks al een half jaar werkloos. „Ik woon nog bij mijn ouders en omdat ik enig kind ben, is het daar ’s avonds saai en ongezellig. Hier ontmoet ik leeftijdgenoten en gaat de tijd snel voorbij”, zegt ze.

    • Bettine Vriesekoop