Waterbalans met gapend gat

In de film ‘An inconvenient truth’ toont Al Gore deze satellietbeelden van het Tsjaadmeer in de jaren 1963, 1973, 1987 en 2001. foto’s nasa Lake Chad Evaporation 1973 to 1987 Lake Chad Disappearing between 1963 and 1997: Located on the edge of the Sahara and bordering four countries--Chad, Cameroon, Nigeria, and Niger--the immense area of this land locked lake has nearly disappeared in recent years. Persistent drought has caused the lake to drop from its former sixth place position in the list of world's largest lakes; it is now one tenth its former size. The basin of the lake is not naturally deep, so the surface area of the lake tended to spread out, keeping the total depth to little more 23 feet (7 meters). In recent years, rainfall patterns have begun to change, and tributaries to Lake Chad have not been refilling the basin as rapidly as they used to. The lush, productive flora and fauna fed by the wetlands of the shallow lake have suffered as a result. This has led to significant changes for various communities of people that live in the vicinity of the Lake. While for some the now exposed lake bed has enabled new land to be cultivated, much of the available fresh water that might have been used for irrigation is no longer dependable. As rainfall rates appear to be declining year after year, people living nearby develop even greater dependence on the lake, draining it even faster. Lake Chad in 1987 FOTO: NASA NASA

In een BBC-reportage die op 15 januari op internet verscheen wordt het verdwijnen van het Tsjaadmeer zonder veel voorbehoud aan het broeikaseffect toegeschreven. Afrika wordt opnieuw door het geïndustrialiseerde westen bedrogen, zegt een geograaf van de universiteit van Maiduguri in Nigeria. “Amerika weigerde ‘Kyoto’ te ratificeren en onze meren drogen op.” De Sahara in het noorden raast met een snelheid van 600 km per jaar naar het meer, meldt de Britse omroep. Afgelopen week herhaalde de BBC in een nieuwe reportage, nu over Nigeria, dat de zandduinen van de Sahara richting kust galopperen. Deze keer wordt het vooral aan onmatige houtkap geweten.

Ook Al Gore nam de uitdroging van het Tsjaadmeer op in de effecten waarvoor het Westen verantwoordelijk is: wij zijn mede-schuldig aan het lijden van Afrika. Toch is er geen enkele reden om het opdrogen van het Tsjaadmeer a priori aan het broeikaseffect toe te schrijven. Geologen hebben vastgesteld dat het niveau van het meer door de eeuwen heen altijd sterk heeft geschommeld. Naar ruwe schatting is het de afgelopen duizend jaar wel een keer of vijf helemaal drooggevallen.

Kort na het eind van de laatste ijstijd stond het zó hoog dat het overstroomde naar de oceaan. Een eeuw geleden was het praktisch opgedroogd. Lang voor er sprake kon zijn van een door de mens veroorzaakt broeikaseffect reageerde het Tsjaadmeer dus op klimaatschommelingen die kennelijk van natuurlijke aard waren. Wat dat betreft lijkt het lot van het meer veel op de geschiedenis van de Kaspische Zee, zoals die door Salomon Kroonenberg beschreven is in het boek ‘De menselijke maat’ (Atlas, 2006). Inclusief voorstellen om rivieren af te tappen om watertekorten aan te zuiveren.

Van het veel kleinere, en vooral ondiepere Tsjaadmeer (bijna nergens dieper dan zeven meter) is het hydrologisch wel en wee veel makkelijker te verklaren dan dat van de enorme Kaspische Zee. Het Tsjaadmeer ontvangt zo’n negentig procent van zijn water van slechts twee rivieren in het zuidoosten: de Chari en de Logone, afhankelijk van het seizoen voegen kleinere rivieren daar nog wat aan toe. Op hun beurt ontvangen de bovenlopen van de Chari en Logone negentig procent van hun regenwater in de moeson-maanden juli, augustus en september. Ook op het meer zelf valt dan natuurlijk regen, maar dat is niet meer dan 10 procent van het totaal. De seizoensritmiek veroorzaakt niveauschommelingen van een kleine meter.

Zoals de Dode Zee is het Tsjaadmeer een meer zonder afvoer. Het mirakel is dat het meer toch min of meer zoet is gebleven. Dat is voor een deel toe te schrijven aan neerslag van zouten (carbonaten) op de bodem en oevers die ook de soda-winning mogelijk maakte. Verder is het te danken aan drainage door de poreuze bodem naar het grondwater. De omvang van deze ‘percolatie’ of ‘infiltratie’ werd in 1983 op zo’n 9 procent van de jaarlijks wateraanvoer geschat en in 1990 zelfs op 19 procent (Isiorho en Matisoff in Limnology and Oceanography, 1990). Recentere literatuur houdt het op zo’n 6 à 7 procent. Dat betekent dat het overgrote deel van het aangevoerde water verdwijnt door verdamping, door ‘evapotranspiratie’ om precies te zijn want ook de rietkragen (met riet, lisdodde en papyrus) brengen veel opgezogen water in de lucht.

regenval

Al met al is het niet zo lastig een waterbalans van het Tsjaadmeer op te stellen. Het meest recente en gezaghebbende werk op dit gebied is verricht door Coe en Foley van de University of Wisconsin (Journal of Geophysical Research, februari 2001) die zelf ontwikkelde computermodellen gebruikten. Zij stelden vast dat de afname van het Tsjaadmeer tot aan 1975 bijna helemaal aan de verminderde regenval kan worden toegeschreven. Maar daarna gaan de verschillende irrigatiewerken die al sinds de jaren zestig worden aangelegd een steeds zwaardere tol eisen. De dramatische teloorgang van het meer na 1975 moet uiteindelijk voor bijna de helft aan wateronttrekking voor irrigatie worden toegeschreven. De ondoordachte en verspillende uitvoering van de irrigatie wordt door veel deskundigen, ook die van de FAO, beschreven als weinig minder dan een ramp.

De kans is daarom groot dat het Tsjaadmeer de Afrikaanse tegenhanger wordt van het verdroogde Aralmeer, dat ook de dupe werd van irrigatie. Dit ondanks het feit dat de regenval in de Sahel zich na de droogtes van de jaren zestig en zeventig weer grotendeels heeft hersteld en terugkruipt naar het niveau van het 50-jarig gemiddelde. Want de BBC-reportages zitten er op twee manier naast: de Sahara breidt zich helemaal niet uit naar het zuiden, zelfs niet met 6 km per jaar: de Sahel wordt steeds groener. En de droogte tot aan 1985 bleek niet eenduidig aan het broeikaseffect toe te schrijven, al is dat wel geprobeerd. Vermoedelijk was het een natuurlijke gril. Het neemt niet weg dat de toekomst van de Sahel er somber uitziet, zegt de Wageningse onderzoeker Lars Hein die vorig jaar een studie over het regenklimaat van de Sahel publiceerde. “Het merendeel van de klimaatmodellen voorspelt voor de gangbare emissie-scenario’s voor de komende halve eeuw opnieuw sterke droogte.” Als dat uitkomt valt het Tsjaadmeer niet meer te redden.

    • Karel Knip