Steun online een Afrikaanse vrouw met twintig euro

Vanachter de computer kun je ondernemers in Afrika financieel steunen zonder acceptgiro’s in te vullen, hoorde Marc Doodeman

KLEIN GEBAAR, GROTE VERANDERING Vlnr: Matthew en Jessica Flannery, de oprichters van de Kiva-site, met een Afrikaanse vrouw. Enkele ondernemers die via de Kiva-site mini-leningen krijgen: Lydiah Wanjiru uit Kenia; Marlene Mora uit Ecuador (foto); Tania Rosada en kinderen uit Ecuador

Twee vrouwen uit verschillende werelden. Nooit hadden ze elkaar ontmoet. De een, Lydiah Wanjiru, een jonge moeder, woont in Muranga, een klein plaatsje vijftig kilometer buiten Nairobi, Kenia. Ze heeft een winkeltje in huishoudelijke producten en komt met moeite rond. Ze verkoopt meel, suiker, granen, dranken, zout, wasmiddelen en wc-papier. Veel levert het haar echter niet op. Het liefst zou ze ook luxere artikelen willen verkopen. Er is behoefte aan fietsspullen: nieuwe binnen- en buitenbanden bijvoorbeeld. En ook voor verfpotten is er een markt, denkt Lydiah Wanjiru. Klanten kopen dit soort producten nu tien kilometer verderop, ziet ze. Ze heeft 150 dollar nodig om haar zaak uit te breiden. Met de extra inkomsten die ze verwacht te behalen wil de opleiding van haar kinderen bekostigen.

De andere vrouw is Carol. Ze woont in Smyrna, een voorstadje van Atlanta, Georgia, in de Verenigde Staten. Carol en vier andere internetters lazen het verhaal van Lydiah op de microkredietwebsite Kiva.org en ondernamen actie: ze leenden ieder een klein bedrag aan de Keniaanse. „Ik ben een helper”, zegt Carol op de Kiva-website. „Ik hou ervan om te zien dat kleine, eenvoudige gebaren grote rimpelingen van verandering kunnen produceren.”

Het verhaal van Lydiah en Carol is het verhaal van de website Kiva.org. Iedereen die tijdelijk twintig euro of meer kan missen en toegang heeft tot internet kan iemand een microkrediet geven. Bij peer to peer-microkredietwebsite Kiva.org selecteert de internetter zelf een ondernemer naar zijn gading uit een lijst. Daarbij kan geselecteerd worden op land, sector en geslacht. Op de website staan de verhalen en foto’s van duizenden vrouwen en mannen uit ontwikkelingsgebieden in Afrika, Azië, Midden- en Latijns-Amerika en Oost-Europa.

kunstmest

De zachte leningen blijken vooral voor vrouwen een succes. „Afrikaanse vrouwen die werkzaam zijn in de landbouw vinden gauw een microfinancier, soms binnen een paar minuten”, vertelt Kiva-oprichter en directeur Matt Flannery op zijn weblog The Kiva Chronicles. Met de op het web verzamelde kredieten kunnen ze bijvoorbeeld zaden en kunstmest kopen of een koe, om daarmee hun levensstandaard te verbeteren en economisch onafhankelijk te worden. Microkrediet is sinds de Nobelprijs voor Muhammad Yunus bekend bij het grote publiek.

Kiva, een Amerikaanse non-profit organisatie, sluist de aangeboden geldsommen door naar ervaren, lokale partnerorganisaties. Deze organisaties selecteren de mensen die in aanmerking komen voor een microkrediet en voor plaatsing op de Kiva-website. Ze zorgen er ook voor dat de lening wordt terugbetaald. Betalingen en terugbetalingen van en aan de internettende microfinanciers vinden (kosteloos) via Paypal plaats, de internetbetaaldienst die ook het fundament vormt voor de succesvolle internetveiling eBay. De leningen leveren op dit moment geen rente op voor de leningverstrekker. Ze moeten het doen met het idee dat ze een bijdrage leveren aan armoedebestrijding en hun geld terugkrijgen, al weet je dat laatste nooit helemaal zeker.

do it yourself

De microkredietwebsite past in een trend dat mensen niet meer zomaar een acceptgiro willen invullen voor een goed doel. Mensen doen liever iets persoonlijks, blijkt onder meer uit recent onderzoek van tijdschrift Onze Wereld. „D.I.Y., do it yourself – dat is de trend”, zegt Theo Schuyt, hoogleraar filantropie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, die opmerkt dat al acht procent van het goede doelen-geld via websites besteed wordt. „En dat neemt snel toe.”

„Persoonlijke betrokkenheid is belangrijk”, zegt ook Leendert Bos, marketingdirecteur van microfinancieringsorganisatie Oikocredit Nederland Fonds. „Mensen willen graag weten bij wie het geld terechtkomt.”

Bos, die zelf ook een paar mini-leningen op Kiva.org heeft uitstaan bij wijze van experiment, vindt het Amerikaanse initiatief ‘interessant’. „Maar nadeel is wel dat één-op-één-financiering relatief veel organisatiekosten met zich meebrengt. Dat moet óf door de arme mensen, óf door de microfinanciers zelf betaald worden. Verder is het voor een particulier lastig in te schatten of de partnerorganisaties achter Kiva goed werk verrichten en de lening dus goed terecht komt. Microfinanciering is toch een business op zich.”

Het risico dat je het geld niet terugkrijgt, is bij Kiva groter dan bij beleggen in sociaal ethische fondsen bij bijvoorbeeld Oikocredit, ASN of Triodos, vindt Bos. „Bij deze organisaties worden tientallen miljoenen ingelegd, en wordt het risico veel beter gespreid dan bij Kiva.” Maar of de kleine internetfinanciers het zullen betreuren dat hun mini-lening uiteindelijk een mini-gift blijkt, betwijfelt hij. „Het geld voor zo'n lening komt eerder uit de goede doelen-portemonnee dan uit de beleggingsportefeuille.”

Toch lijkt ook het risico bij het in 2005 gestarte Kiva beperkt. Volgens Kiva-directeur Matt Flannery betaalde iedereen tot nu toe het geleende bedrag terug. Of dat zo blijft, is echter de vraag. De laatste maanden is het aantal aanvragen en de totale leensom verdubbeld. Op dit moment staat er voor ruim twee miljoen dollar aan leningen uit. Het veroorzaakt groeipijnen, ziet Flannery. ,,Voor onze websitebeheerders, voor de partnerorganisaties die leningaanvragen op de website plaatsen, en de rest van Kiva die bezig is meer partnerorganisaties aan te sluiten op Kiva.”

Maar Flannery houdt de moed erin. „Dit soort luxeproblemen zien we natuurlijk graag.”

    • Marc Doodeman