Staat verliest decorum: Israëls morele crisis

Het was een ontluisterend tafereel deze week: de president van Israël, Moshe Katsav, ontplofte haast van woede voor openstaande microfoons en draaiende camera’s. Hij tierde en schreeuwde en vergat dat hij een man in functie was. Alleen al dit verlies aan decorum maakte hem op dat moment ongeschikt voor zijn representatieve ambt. Katsav wordt beschuldigd van verkrachting en seksuele intimidatie van een aantal medewerksters. Hij heeft zijn werk als president tijdelijk overgedragen, maar is (nog) niet afgetreden,naar eigen zeggen omdat hij niet wijkt voor chantage. Zijn aanblijven is onverstandig. Of hij nu schuldig is of niet, het kwaad is geschied. Zijn ambt is bezoedeld en hij zou er om die reden goed aan doen om op te stappen. Door te blijven zitten, verergert hij de morele crisis die Israël op dit moment doormaakt.

Het land kampt met zwak leiderschap dat omgeven is met een geur van corruptie of erger. De gevolgen van een niet gewonnen oorlog, afgelopen zomer tegen Hezbollah-strijders in Libanon, hadden eerder al het moreel aangetast. Voor een kleine staat in een vijandige omgeving is dat een gevaarlijke ontwikkeling. Mentaliteitskwesties kunnen makkelijk leiden tot rot van binnenuit. Israël maakt zich hiermee kwetsbaar voor zijn vijanden.

Yossi Klein Halevi, medewerker van het Shalem Center voor onderzoek en onderwijs in Jeruzalem, schreef op de opiniepagina van de Wall Street Journal gisteren dat veel Israëliërs de wanhoop nabij zijn. Hij somde nog eens de rij schandalen op bestuursniveau op: het gedoe met de president, een justitieel onderzoek naar seksueel getinte intimidatie door een voormalige minister van Justitie, de arrestatie van hoge belastingmedewerkers op verdenking van fraude, een onderzoek naar de minister van Financiën en het „half dozijn vermeende financiële schandalen” dat premier Ehud Olmert ten val zou kunnen brengen.

Een land dat in een bijna permanente staat van oorlog verkeert, moet zich verzekeren van rust en orde aan het thuisfront. De regering dient een geestesgesteldheid te bewerkstelligen die de burger hoop geeft. Een perspectief op betere relaties met de omringende landen zou daarbij helpen. Het is verontrustend dat in plaats daarvan van alle functionarissen die onder vuur liggen door aantijgingen van corruptie, intimidatie of mismanagement, alleen legerleider Dan Halutz schoorvoetend ontslag heeft genomen. En dit pas na aanhoudende kritiek op de slechte resultaten die Israëlische troepen hebben geboekt in de strijd tegen Hezbollah.

Plotseling was toen voor de buitenwereld zichtbaar hoe het ooit zo machtig geachte leger zich door de guerrillatactiek van de moslimfundamentalisten liet verrassen. Israël bleek minder onoverwinnelijk dan werd aangenomen. Dat de politiek destijds niet meteen ingreep, maar de legerleiding liet doormodderen, kan premier Olmert en zijn onervaren minister van Defensie, Amir Peretz, worden aangerekend. Deze omissie heeft de machtsbalans in het Midden-Oosten aangetast – ten nadele van de Joodse staat.

Israël zou schoon schip moeten maken met zijn verloedering op politiek en bestuurlijk niveau. Dat veronderstelt op z’n minst dat de politici aan de top zelf niets te verwijten valt. En dit is nu juist de vraag. Katsav, Olmert en anderen hebben de schijn tegen. Dat Israël zoals altijd onder het vergrootglas van de wereldpolitiek ligt, kan dit keer reinigend werken. Maar de belangrijkste impuls om het rot en het decorumverlies van de staat te bestrijden, moet van binnenuit komen.