Specialisten?

Bij de WK sprint reden schaatsers van de middellange afstand goed. Erben Wennemars rijdt de WK’s sprint én allround. Zijn er nog specialisten?

Erben Wennemars, tweevoudig wereldkampioen sprint, vorige week zesde bij WK sprint, rijdt ook WK allround: „Echte specialisten blijven er altijd. Nu zijn dat bijvoorbeeld de Japanners Nagashima en Shimizu op de 500 meter en Bob de Jong op de tien kilometer. De rest zit ertussenin en kruipt naar elkaar toe. Dat is een beetje de trend. Ik ben zelf een schaatser van de middellange afstand. Ja, middellangeafstandsrijders kunnen twee kanten op.”

Wopke de Vegt, bondscoach Nederlandse schaatsbond: „Iedere schaatser houdt één of twee afstanden waarop hij iets beter is. Nederland heeft specialisten op de vijf en tien kilometer. Shimizu is een superspecialist op de 500 meter. Bij de WK sprint kon je met een goede 1.000 en een redelijke 500 meter goed in het klassement eindigen. Trainingsvormen met focus op de 1.000 meter, doorslaggevend bij een WK, gaan ten koste van explosiviteit op de 500 meter, een echt specialisme. Verder zie je het naar elkaar toeschuiven. Door de competitie tussen overdekte ijsbanen worden de tijden sneller. Schaatsers die een goede 1.000 meter rijden en op goed ijs door kunnen glijden, rijden ook een goede 1.500 meter. En omgekeerd, door de hogere basissnelheden. Hetzelfde geldt voor de 1.500 meter en vijf kilometer. Schaatsers krijgen in merkenteams ook meer kans hun horizon te verbreden. Er is meer teamspirit en collegialiteit dan in de kernploegen van vroeger, toen schaatsers meer elkaars concurrenten waren. Sprinters maken allrounders beter en omgekeerd.”

Ab Krook, oud-bondscoach en oud-technisch coördinator schaatsbond: „Bij de WK sprint domineerden bij de dames kanjers op de 1.000 meter als Friesinger, Wüst en Klassen. Wolf [won tweemaal de 500 meter] is wel een echte sprintster. Er zijn bij de dames nu weinig echte topsprintsters, maar die komen wel weer. Bij de heren eindigden echte sprinters als Lobkov en Koskela, die de basis leggen op de 500 meter, wel hoog. Het is een golfbeweging die blijft bestaan, omdat schaatsen een sport is die nog in ontwikkeling is en afhankelijk is van de techniek: ijskwaliteit en materiaal. Op de lange afstanden worden de tijden nog sneller. Overigens heb je in Nederland nog pure specialisten zoals Bob de Jong. Bovendien is specialiseren aantrekkelijker geworden doordat – los van de Winterspelen – het belang van de wereldbeker en de WK afstanden is toegenomen. Vroeger hoorde je er als specialist in allroundland Nederland niet bij. Door het wereldbekercircuit hebben de individuele afstanden meer aanzien gekregen. Internationaal wordt specialisatie steeds belangrijker.”

Hein Vergeer, tweevoudig wereldkampioen allround: „Als Wüst en Friesinger niet te veel verliezen op de 500 meter, maken superspecialisten op de sprint de schade op de 1.000 meter niet meer goed. Maar de dominantie van de middellangeafstandsrijdsters is tijdelijk. Bij de heren stonden de echte sprinters wel bovenaan bij de WK sprint. Eerder waren er ook allrounders die tussen de sprinters eindigden. [Wereldkampioen allround] Hilbert van der Duim werd derde bij een WK sprint. En in het verleden waren er schaatsers als Karin Enke, Ard Schenk en Eric Heiden die op alle afstanden konden heersen. Als je vroeger niet goed genoeg was om een goed allroundklassement te rijden, werd er om je gelachen. Recent zijn er meer specialisten bijgekomen zoals Romme, De Jong en Verheijen op de lange afstand.”

Jeroen Straathof, wereldkampioen 1.500 meter WK afstanden 1996: „Dat er bij de dames drie allrounders op het podium staan bij de WK sprint, zegt iets over het niveau van de rassprintsters. Echte sprinters zijn nu schaarser, maar dat is tijdelijk. Doordat het wereldbekercircuit en de WK afstanden in de jaren negentig meer prioriteit kregen van de KNSB en de ISU, hebben specialisten sindsdien meer waardering gekregen. Neem Söndral, een superspecialist op de 1.500 meter. Er zijn nu ook genoeg specialisten zoals De Jong en Verheijen. Allround rijden is ook een specialiteit. Bij de heren heb je Kramer en Fabris, bij de dames Wüst en Klassen.”