Slank en beweeglijk in een oude wijk

Minister Winsemius pleit voor meer groen in Vinex-wijken. Maar een groene, ruime wijk is niet automatisch gezond, ontdekten onderzoekers van de VU.

De eilandenwijk IJburg in Amsterdam. Mensen met een fiets voor de deur gebruiken die meer dan mensen met een fiets in de schuur. Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer IJburg Foto NRC H'Blad, Maurice Boyer 050513 Boyer, Maurice

In de regen jogt Hans Groenendijk (47) door Amsterdam-Oost. Het is een dichtbebouwde stadswijk uit het begin van de negentiende eeuw. De straten zijn smal, vrijwel alle parkeerplaatsen zijn bezet. Stratenmakers zetten hun busje op de stoep.

Hans Groenendijk doet zijn boodschappen bijna altijd op de fiets, vertelt hij. Dat is veel sneller en handiger dan met de auto door de drukte manoeuvreren. Bovendien vind je niet zomaar een parkeerplaats bij de supermarkt. Zijn auto gebruikt hij om naar zijn werk te gaan, buiten de stad.

Minister Winsemius (VROM, VVD) pleitte deze week voor meer groen in Vinex-wijken. Maar een groene, ruime wijk is niet per se een gezonde wijk, ontdekten onderzoekers van het VU Medisch Centrum en de Architecten Cie. Hun onderzoek De gezonde wijk , verschijnt volgende week in boekvorm. Er blijkt uit dat bewoners van een ‘stadse’ wijk in Amsterdam meer bewegen en slanker zijn dan bewoners van de ruimere, groene wijken aan de randen van de stad.

De onderzoekers denken dat bewoners van de stadse wijk meer bewegen omdát er een parkeerprobleem is. Als je je auto niet makkelijk kunt parkeren, ga je sneller lopen of fietsen. Er is ook een andere reden. Mensen die langs winkeltjes en tussen andere mensen lopen, ervaren de afstand naar de supermarkt als korter. „Omgekeerd lijkt de afstand langer als je langs de kelderboxen van een flatgebouw loopt”, zegt Frank den Hertog, als geograaf betrokken bij het onderzoek. Ook zijn de winkels in Osdorp geconcentreerd rond een plein. Dat nodigt uit om er naar toe te rijden en in één keer al je boodschappen in de achterbak te laden.

De onderzoekers hopen dat er meer aandacht komt voor beweging bij het ontwerpen van wijken. Dat is nodig, zegt professor Willem van Mechelen van de VU, omdat mensen steeds dikker worden. Nu al worden de indirecte kosten van overgewicht geraamd op 2 miljard euro per jaar, zegt hij, bijvoorbeeld omdat extreem dikke mensen minder of niet werken.

bewegen Het groen in de wijk is gedateerd

Het onderzoek werd gedaan in vier Amsterdamse wijken, die gemeen hebben dat er veel mensen wonen met een lage opleiding en een laag inkomen. Deze groep heeft het grootste risico op overgewicht.

De onderzoekers weten niet of mensen die van lopen en fietsen houden, juist in een stadse wijk gaan wonen. Hoogleraar Willem van Mechelen: „Dit is een eerste onderzoek naar de relatie tussen een buurt en beweging. We willen graag meer onderzoeken, bijvoorbeeld of mensen meer of minder gaan bewegen als ze verhuizen.”

De Boerhaave-buurt in Amsterdam-Oost is de oudste van de vier wijken die is onderzocht. Er zijn buurtsupers, maar ook veel kleine winkeltjes verspreid door de buurt. Daarnaast werden twee naoorlogse wijken in Amsterdam-Osdorp onderzocht, één met laagbouw en één met portiekflats. Osdorp is een tuinstad met een ruim stratenpatroon en veel groene perkjes en bosschages. De vierde wijk was de Van der Pekbuurt in Amsterdam-Noord, waar een huis vaak bestaat uit een beneden- en een bovenwoning.

De conclusies verbaasden de onderzoekers, omdat de groene, ruime wijken in Osdorp juist zijn ontworpen met de gedachte dat mensen er veel buiten kunnen zijn en daardoor veel zullen bewegen. Maar in die ruime wijken is het ook makkelijker om de auto te pakken. Parkeerproblemen zijn er meestal niet. En het groen is er gedateerd, zegt stedebouwkundige Pieter van Wesemael van de Architecten Cie. „De perkjes en bosjes zijn meer om naar te kijken dan om in te sporten en te bewegen.”

Voor kinderen gelden deze uitkomsten overigens niet. Kinderen in de westelijke tuinsteden spelen meer op straat dan kinderen in Amsterdam-Oost. Daar staat tegenover dat zij ook meer tijd binnen op hun kamer doorbrengen. Een van de redenen daarvoor is dat zij meestal een grotere kamer hebben, met computer en televisie.

Het is gezonder om bij het ontwerpen van een wijk bewoners geen inspraak te geven, concludeerde het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) vorig jaar. Bewoners willen meestal parkeerplaatsen voor de deur, terwijl dat niet gezond is. Hetzelfde geldt voor supermarkten. Die willen graag een groot parkeerterrein, maar dat is eigenlijk niet in het belang van de maatschappij.

Hoe bevoogdend mag je zijn in het bevorderen van een gezonde levensstijl? Zeer, vindt Willem van Mechelen inmiddels. „Lang is gedacht dat kennis leidt tot een verandering van het gedrag, maar iedereen weet dat roken ongezond is, en mensen stoppen daar niet door.” Niets doen tegen overgewicht werkt zeker niet, zegt hij. „Dat zie je in de VS en Australië.”

Het besef dat de overheid invloed moet uitoefenen op gewicht, ontbreekt nog, vinden de onderzoekers. Als voorbeeld noemt Van Mechelen dat er in het gebouw bij een nieuw zwembad in Amsterdam, het Jan van Galenbad, een Kentucky Fried Chicken is gevestigd. „Die verhuur levert het stadsdeel geld op, maar dat vind ik een verkeerde keuze. Draai dan maar beter een paar straatlantaarns uit.”

Bij de bouw van een wijk is de overheid verplicht de milieugevolgen daarvan te onderzoeken. Hetzelfde zou moeten gelden voor gezondheid, vindt Van Mechelen. „Kinderen gaan vanzelf voetballen als je de contouren van een veldje tekent op straat, als je dat weet moet je daar iets mee doen.”

Het volledige onderzoek is te lezen op www.degezondewijk.nl