Randstadprovincie niet goed voor de rest van Nederland

De commissie-Kok is, in navolging van de commissie-Geelhoed (2002), met een voorstel gekomen tot schaalvergroting, in casu een nieuwe superprovincie voor de Randstad (NRC Handelsblad, 18 januari).

Bestuurders houden van vergroting van hun gebied. Groter is modern. Nederlandse ziekenhuizen en gemeenten en hun inwoners hebben al onder vergrotingszucht te lijden gehad.

Ja, er zijn problemen die de provinciale grenzen overstijgen. Een Deltaplan voor een betere ontsluiting van de Randstad zou dan ook niet zo gek zijn. Hebben we daar een nieuwe grotere provincie voor nodig? Behoort het rijk niet in staat te zijn dergelijke problemen op te lossen (nieuwe wegen boven en onder de grond)?

Een Randstadprovincie, omvattende Noord- en Zuid-Holland en grote delen van Utrecht en Flevoland, zal met zo`n 7 miljoen inwoners ongeveer 40 procent van de bewoners van Nederland omvatten en de andere provincies volledig overvleugelen. Het is de vraag of dat goed is voor de rest van Nederland.

Schaalvergroting vervreemdt burgers van het bestuur. Het loslaten van historische eenheden doet dat zo mogelijk nog sterker. Is het bij het bestuur betrekken van burgers minder belangrijk dan een eventuele, dubieuze efficiëntiewinst? Denkt de commissie-Kok werkelijk dat vergroting van bestuurlijke eenheden het vestigingsklimaat voor bedrijven zal verbeteren? Het valt te vrezen van wel.