Polderen aan de Nijl

Boeren in Egypte verdelen het water volgens Nederlands model – en met Nederlandse steun. „Uh...wanneer komt er geld voor onderhoud van de irrigatiekanalen?”

Waterrad in de Fayoum. Foto Alexander Weissink Weissink, Alexander

Hag Hamed (62) ligt in de gang op de grond te slapen. Wanneer het onverwachte bezoek zijn huis in het gehucht Esbit Tedrus aandoet, schudt zijn zoon hem ruw wakker. Hoestend en slaapdronken stommelt hij overeind. Het is hem niet aan te zien, maar Hamed is de held van zijn dorp. Sinds hij is verkozen tot penningmeester van een van de waterschappen in de Fayoum Oase, die met Nederlandse ontwikkelingshulp zijn opgezet, rijst zijn ster.

Hamed heeft slechts enkele hectaren grond en een bescheiden woning. Maar met zijn grote mond compenseert hij het gebrek aan aardse bezittingen. De maïsboer geeft zijn zoon opdracht thee te brengen. Hij wrijft nog eens in zijn ogen en krabt zich onder zijn traditionele boerengewaad, de galabeiya. Dan, met een brede grijns, vertelt hij: „Ja, de burgemeester hebben we mooi te grazen genomen.”

Samen met zijn dorpsgenoten zit Hamed benedenstrooms het irrigatiesysteem van de Fayoum-depressie, zo’n 90 kilometer ten zuidwesten van Kairo. Het landbouwgebied telt ruim twee miljoen inwoners en werd al in faraonische tijden gecultiveerd met water dat het via kanalen van de Nijl ontvangt. Langs een ingewikkeld sluizensysteem onder beheer van het ministerie van Water en Irrigatie moet dat water eerlijk worden verdeeld. Als de boeren stroomopwaarts meer water gebruiken, blijft er minder voor Hamed over. De grondbezittende burgemeester had naast de sluis naar zijn eigen land stiekem nog een buis laten aanleggen om meer water te onttrekken.

Hamed stelde de zaak binnen zijn waterschap aan de orde en de buis werd verwijderd. Niet gewend een kleine boer te moeten gehoorzamen, liet de burgemeester even later doodleuk een nieuwe trekken. Opnieuw kwam Hamed in het geweer en tot verbazing van iedereen werd de buis weer weggehaald. De burgemeester leed ernstig gezichtsverlies.

Hamed is trots op zijn prestatie. „Ik laat me mijn water niet afnemen”, zegt hij. Die Hollandse waterschappen zijn een goede vondst, meent hij. „Maar uh, waar blijft het geld voor het schoonmaken van de irrigatiekanalen?”, vraagt hij, wetende dat de vergoeding voor het klaren van de kanalen ook uit een Nederlands potje komt.

Nederland helpt Egypte al dertig jaar bij het waterbeheer. Sinds 1976 heeft Den Haag grofweg 175 miljoen euro besteed aan deze ontwikkelingssamenwerking. Nederland is bij lange na niet de enige hulpverlener, maar volgens de minister voor Water en Irrigatie, Dr. Mahmoud Abu Zeid, is de Nederlandse assistentie „zonder twijfel de belangrijkste en het effectiefst van allemaal”. Hij maakt geen geheim van zijn dankbaarheid. „We hadden anders nooit het huidige niveau bereikt”, zegt hij tijdens een interview in zijn kantoor in Kaïro aan de westoever van de Nijl. De minister is tevens voorzitter van de in 1976 opgerichte Nederlands-Egyptische waterdenktank, Advisory Panel Project On Water Management (APP).

Abu Zeid is geen benijdenswaardige man. Sinds 1997 heeft hij als minister de verantwoordelijkheid iedereen in Egypte van voldoende schoon water te voorzien. Het is een overweldigende taak. Bij bijna alles wat water aangaat wendt hij zich tot Nederland. Zo werden met Nederlands geld Nederlandse adviseurs ingehuurd om de Egyptische reserves van grondwater in kaart te brengen. Ook zetten Nederlanders een systeem op om toezicht te houden op de waterkwaliteit. Recent formuleerde een Egyptisch-Nederlands team het nationale waterplan tot 2017 (National Water Resources Plan). Het waterschap is uitgegroeid tot het paradepaardje van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking.

De Fayoum Oase is van het begin af aan de belangrijkste begunstigde geweest van de Nederlandse hulp. Hier introduceerden Nederlandse wateringenieurs het concept van het waterschap tien jaar geleden voor het eerst. Inmiddels is een kwart van de Fayoum in waterschappen opgedeeld. Boeren en andere watergebruikers kiezen vertegenwoordigers uit hun irrigatiegebied die vervolgens een bestuur vormen om het beheer en het onderhoud van de lokale waterwerken op zich te nemen. Uiteindelijk moeten alle landbouwgronden in Egypte worden georganiseerd in waterschappen, vindt Abu Zeid.

Hij ziet veel voordelen in het Nederlandse model. Door de belanghebbenden direct verantwoordelijk te maken, zullen zij het irrigatienetwerk beter onderhouden. Ook zullen de watergebruikers hun onderlinge geschillen zelf oplossen en minder klachten indienen bij zijn ministerie. Lokale problemen moeten zo veel mogelijk op lokaal niveau worden opgelost. Niet langer is het nodig om te wachten tot een ambtenaar van het ministerie van water en irrigatie de laarzen aantrekt om poolshoogte te nemen.

Hag Hamed, de kleine maïsboer van Esbit Tedrus die in opstand kwam tegen de burgemeester, gebruikt zijn waterschap precies zoals het is bedoeld. En zo zijn er veel meer conflicten die binnen een waterschap kunnen worden opgelost, meent Robert Roostee. Hij is een consultant van het ingenieursbedrijf DHV die al zes jaar werkzaam is in de Fayoum. Ruzies over waterverdeling kunnen uitlopen op familievetes die decennia voortduren, zo heeft hij ondervonden. „In een geval liep het zo uit de hand dat er schietpartijen uitbraken. Zelfs de inspecteurs van het ministerie durven daar niet meer langs te gaan.” Door de introductie van waterschappen krijgen de boeren de gelegenheid om hun ruzies bij te leggen. De centrale overheid hoeft zich daar niet meer mee te bemoeien.

Het Egyptische waterschap is weliswaar geen rechtstreekse kopie van het Nederlandse origineel, maar het introduceert wel het poldermodel van overleg tussen belanghebbenden. Dat is een rigoureuze breuk met het verleden. In Nederland mag het waterschap de oudste vorm van bestuur zijn, in Egypte zet het juist de bijl aan de duizenden jaren oude bestuurscultuur waarbij alles is gecentraliseerd. De deelname van de watergebruiker in de besluitvorming was in Egypte tot voor kort volstrekt onbekend. De overheid had de taak het complete irrigatie- en drainagesysteem te controleren en te onderhouden. Het resultaat was een reusachtige bureaucratie. „Dat is niet meer vol te houden”, zegt Abu Zeid. „De kosten lopen te hoog op. We kunnen niet op elke kilometer irrigatiekanaal een ambtenaar neerzetten.”

Maar niet iedereen is enthousiast. Aanvankelijk werd de introductie van waterschappen in de Fayoum vooral door de staatsveiligheidsdienst met argusogen bekeken. Vrije verkiezingen voor een onbekende lokale volksvertegenwoordiging leken toch verdacht veel op democratisering waar de centrale macht geen vat op had. De gevestigde orde is ervan doordrongen dat de oppositie, met name de verboden Moslim Broederschap, onder het volk aan populariteit wint. De mogelijkheid dat een waterschap zou worden gegijzeld door de politieke islam, was voor agenten aanleiding om navraag te doen over de kandidaten.

„Voor mijn tijd heeft de veiligheidsdienst wel eens een waterschap naar huis gestuurd”, vertelt Roostee. Inmiddels is de bezorgdheid afgenomen. „We hebben ze kunnen geruststellen dat er met de waterschappen geen revolutie op touw wordt gezet. Maar ze houden het wel scherp in de gaten.” Politiek en waterschap dienen strikt te worden gescheiden, maar dat wil niet altijd lukken. „We hebben wel eens gehad dat een kandidaat van de regerende Nationaal Democratische Partij niet werd verkozen in het bestuur van een waterschap. Dat lag gevoelig”, zegt Roostee.

Nog veel groter is het verzet van de ambtenaren van het ministerie van water en irrigatie. „Veel bureaucraten moeten nog overtuigd worden”, geeft Abu Zeid toe. „Van oudsher wordt de irrigatie-ingenieur gezien als een hele grote meneer. Nu verliest hij een beetje macht. De mensen op het land krijgen meer verantwoordelijkheden.” Abu Zeid slaakt een diepe zucht. „Het zal nog wel enige tijd duren voordat de ingenieurs eraan gewend zijn.”

Het is Roostee ook opgevallen. De consultant staat bij een vertakking van een irrigatiekanaal in de Fayoum. De sluismonden zijn van gewapend beton en bekleed met stalen platen om te voorkomen dat de openingen met geweld worden verbreed. Hij wijst op de peilmeter naast een sluis waarmee wordt bijgehouden hoeveel water er naar een benedenstrooms gebied vloeit. Vroeger was het uitgesloten dat boeren zelf de standen van die meters noteerden. Die informatie was alleen bestemd voor de ogen van de inspecteurs van het ministerie. „Nu de waterschappen zelf die gegevens verzamelen, weten de boeren precies wanneer ze benadeeld worden. Dat is een verbetering, maar het levert ook weleens spanningen op.” Hij vertelt over inspecteurs die weigeren met het bestuur van een waterschap te overleggen. „Soms wordt het zo bont, dan zoek ik het hogerop. Maar dat kun je ook niet altijd doen.”

De weerbarstigheid binnen het ministerie van Water en Irrigatie is een hardnekkig probleem dat al eerder werd gesignaleerd. Een evaluatierapport van de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB) uit 1998 over de eerste twintig jaar van de Nederlandse hulpverlening bij het waterbeheer van Egypte was niet erg positief. „Verscheidene voortgangsrapportages, evaluaties en sectorverslagen verwijzen naar het gefragmenteerde institutionele raamwerk en de rigiditeit van de Egyptische overheidsstructuur die een efficiënt waterbeheer verhinderen”, meldde het rapport. In feite was het verslag zo negatief dat minister Abu Zeid een brief schreef om toch vooral ook de positieve kanten te belichten en de Nederlandse belastingbetalers te bedanken voor hun offer.

Mohammed (46) staat er onbeholpen bij op zijn akker. Van de zenuwen lacht de tandeloze maïsboer breed, maar hij heeft weinig reden om vrolijk te zijn. Het dorre land ligt op het laagste punt van de Fayoum waar nog geen waterschap is opgericht. Het is een schril contrast met de groene weldaad in de hoger gelegen gebieden. De grond is wit van de verzilting. Het irrigatiewater bereikt hem niet. Toch heeft hij zich diep in de schulden gestoken om nieuwe waterspuiten te kunnen kopen. Hij pompt water uit een drainagekanaal om over zijn gewassen te sproeien. De maïsplanten staan er armetierig bij. Weet hij dan niet dat de slechte waterkwaliteit funest is voor zijn oogst? Mohammed haalt zijn schouders op. „Ik heb geen keus.”

Het waterschap moet een antwoord bieden op het ernstige watertekort waar Egypte mee kampt. Het Nijlwater dat vanuit Soedan Egypte binnenstroomt wordt al jarenlang bijna tot op de laatste druppel gebruikt. Het jaarlijkse quotum van 55 miljard kubieke meter dat Khartoem en Kaïro in 1959 afspraken, was een halve eeuw geleden nog ruim voldoende, maar sindsdien is de Egyptische bevolking bijna verdubbeld, tot ruim 70 miljoen mensen. In 2050 zal dat aantal opnieuw zijn verdubbeld. Maar een hoger waterquotum zit er voorlopig niet in. De onderhandelingen daarover zijn nog niet eens begonnen, erkent minister Abu Zeid.

Waterschappen zullen de watertoevoer niet verhogen, maar ze moeten de Egyptische boer wel minder dorstig maken door een eind te maken aan gratis water. Hans van Leeuwen van het ingenieurskantoor Arcadis/Euroconsult werkte twintig jaar lang als wateringenieur in Egypte: „Als je geen prijs instelt, dan blijft de verspilling en vervuiling doorgaan.” Bijna driekwart van het beschikbare water gaat op aan landbouw. Als boeren heffingen zouden betalen aan hun eigen waterschap, dan zouden ze het water meer op waarde schatten en gingen ze er automatisch voorzichtiger mee om, zo is de gedachte.

Abu Zeid heeft weinig keus. Uit een onderzoeksrapport van de Wereldbank uit mei 2005 blijkt dat de huidige opzet financieel onhoudbaar is. Maar heffingen zijn zo controversieel dat de juridische status van het waterschap nog altijd niet is vastgelegd. Daarom mogen waterschappen geen bijdragen van de boeren vragen en mag het ministerie de waterschappen evenmin financieren.

Tot nu toe nam Nederland de kosten van de waterschappen in de Fayoum voor haar rekening. „Dat is natuurlijk een volstrekt kunstmatige financiering, want op een dag houdt dat op”, zegt Roostee. „Dit is een transitiefase. Op den duur moeten ze op eigen benen staan.”

Hag Hamed heeft geen flauw benul. De penningmeester van het waterschap reageert verbaasd op de suggestie dat hij ooit zelf zal moeten betalen. Hij is er vooral op gebrand dat Nederland snel doorkomt met de beloofde vergoeding voor het schoonmaken van de kanalen. Dat heeft vertraging opgelopen omdat Abu Zeids ambtenaren de overmaking niet willen goedkeuren. Het onderhoud is daarom tijdelijk gestaakt. Zonder geld kan zelfs de held van Esbit Tedrus geen mensen aan het werk krijgen.

    • Alexander Weissink