Overleven in Chinese mijnen

Shanxi is de steenkool-provincie van China, waar de centrale overheid nu jaagt op illegale mijnen. ‘Veiligheid voor het volk.’ Maar de mijnbazen staan er niet om te springen.

Arbeiders dragen het lijk weg van een mijnwerker die met zeven collega’s om het leven kwam door de instorting, in december, van een kleine mijn in de stad Lianyuan, in midden-China. Foto Reuters Labourers carry the body of a victim of a coal mine accident at a coal mine in Lianyuan city, central China's Hunan province December 5, 2006. Eight miners died and four more are missing after the roof of a shaft collapsed in a small coal mine in Lianyuan, China Daily reported. Chances of survival are slim for four miners who were left missing, rescuers said. CHINA OUT REUTERS/China Daily (CHINA) REUTERS

Op een groot plein bij de mijn in het dorpje Hua Baogou, staat een bord met een levensgroot portret van oud-president Jiang Zemin met daaronder de tekst ‘Herstel de glorie’. Op een hoog gebouw hangt een banier waarop nog een leus staat: ‘Veiligheid voor het volk’.

Hua Baogou ligt in Shanxi, de provincie die goed is voor een kwart van China’s steenkoolproductie. De mijn, waar 600 mensen werken en per dag 900 ton steenkool wordt gedolven, ligt in het hart van het dorp. In een kaal kantoor wacht het voltallige bestuur. Mijnwerkers zijn nergens te zien.

Directeur Wang Liu zegt trots te zijn dat vorig jaar door de centrale overheid zes miljoen euro is geïnvesteerd in de modernisering van de staatsmijn: voor gasventilatie, lekkagepreventie en de kwaliteit van de schacht. Ook is er een speciaal opleidingscentrum ingericht waar mijnwerkers worden onderwezen in veiligheid.

Wang gaat ons voor naar een schacht die 158 meter diep is en drie meter breed. Twee ijzeren kooien hebben een paar uur geleden zo’n twintig mijnwerkers naar beneden gebracht. Per dag zijn er drie ploegendiensten van acht uur. Eten doen de mijnwerkers beneden.

De mijn van Hua Baogou is niet representatief voor de mijnen in China. Door gasexplosies, instorting en overstromingen komen jaarlijks rond de 5.000 mijnwerkers om in slecht beveiligde, vaak illegale mijnen. Omdat China nog altijd voor bijna driekwart van zijn energieproductie afhankelijk is van steenkool, heeft Peking de hervormingen in de mijnbouwsector tot prioriteit verheven.

Als reactie op het recordaantal van 5.986 doden in de mijnbouw in 2005 publiceerde de overheid in augustus het eerste vijfjarenplan voor veiligheid en hervorming in de sector. Besloten werd 46 miljard euro te investeren in de veiligheid en productiviteit. Een paar maanden eerder sloot de centrale overheid al ongeveer zesduizend mijnen en aan het eind van dit jaar zullen nog eens vijfduizend mijnen dicht gaan.

De centrale overheid maakt vooral jacht op illegale mijnen die eerder door de lokale overheid werden gesloten omdat ze niet voldeden aan de veiligheidsvoorschriften. Na een paar dagen zijn veel gesloten mijnen weer gewoon aan het draaien. Formeel zijn ze illegaal, maar in de praktijk leggen lokale partijfunctionarissen ze geen strobreed in de weg. Gemeentebesturen zien maar al te graag de belastinginkomsten binnenkomen. Sterker nog, veel bestuurders hebben persoonlijke belangen in de mijnen.

Geen wonder dat de centrale overheid daar iets aan wil doen. Maar de mijneigenaren staan er niet om te springen. Ze maken veel winst, zijn niet geïnteresseerd in veiligheid en houden pottenkijkers het liefst buiten de deur. Een bezoek aan illegale mijnen is voor journalisten bijna onmogelijk en kan levensgevaarlijk zijn. Twee weken geleden werd vlakbij Datong, 100 kilometer van Hua Baogo, een journalist van de China Trade News doodgeslagen door de eigenaren van een illegale mijn uit angst voor negatieve publiciteit of afpersing.

De kleinschalige mijn van Taoshu, een paar kilometer van Hua Baogou, is niet illegaal. Toch staat ook deze mijn onder zware druk, omdat de centrale overheid heeft aangekondigd ook alle mijnen te sluiten die minder dan 30.000 ton per jaar produceren. Professor Wu Jianming, mijnbouwdeskundige aan de Universiteit van Taiyuan, is door de centrale overheid aangesteld om zowel de veiligheid van de grote mijn van Hua Baogou als de nabijgelegen mijn van Taoshu te begeleiden. In Taoshu ziet hij erop toe dat zowel de veiligheid als de productiecapaciteit worden verhoogd, zodat de mijn voorlopig mag openblijven.

Twee mijnwerkers, gekleed in smoezelige werkkleding, zitten met een sigaret in de mond op een berg kolen. Hun gezichten zijn zwart tot diep in de poriën. Het bestuur van de mijn geeft aan dat het niet mogelijk is de kompels te ondervragen. Wu is slechts bereid te zeggen dat ze 300 euro per maand verdienen – voor ongeschoold werk een vorstelijk salaris. Op een heuvel op de plek waar de schacht is aangelegd, staat een roestige stellage. Vrachtwagens met hopen steenkool rijden af en aan, een zwarte stofwolk achterlatend.

Wu verdient goed aan het veilig maken van de mijnen. Terwijl hij naar zijn gloednieuwe Audi wijst, zegt hij trots dat hij in het bezit is van maar liefst vijf auto’s. Even later vertelt hij dat zijn inkomen een miljoen euro per jaar bedraagt. Volgens de professor is dat nog niets vergeleken bij de inkomens van bazen van particuliere mijnen, die soms tien miljoen euro per jaar opstrijken. „Het delven van het ‘zwarte goud’ is een lucratieve aangelegenheid. Een ton kolen levert al gauw 40 tot 50 euro op.”

Volgens professor Wu is het niet zo vreemd dat plaatselijke overheden in blinde zucht naar geld en opgezweept door de energiebehoefte van China’s kokende economie, de ogen sluiten voor de veiligheid in de kolenmijnen. Wel is hij ervan overtuigd dat de Chinese overheid nu de juiste maatregelen treft om de problemen aan te pakken. „Het uitroeien van corruptie vergt tijd en het controleren van de veiligheid in de mijnen vergt permanente alertheid”, aldus Wu.

Die oplettendheid is zelfs geboden in de grote staatsmijn van Hua Baogou. Directeur Wang en professor Wu gaan voor naar een beveiligingskamer waar met een gesloten camerasysteem toezicht wordt gehouden op het gehele complex. Op twee monitoren is een lopende band te zien waarop ogenschijnlijk vloeibare steenkool wordt getransporteerd. Op de vraag welke monitor de schacht bewaakt, is de directeur even stil. „Die monitoren zijn vandaag uitgevallen. Maar dat is geen probleem want het is daar beneden zo donker dat er toch nauwelijks iets te zien is”, zegt Wang lachend.

Drie minuten later valt ook de stroom in de beveiligingskamer uit en gaan alle monitoren op zwart. Wang loopt terug naar zijn kantoor. Hij moet een van zijn bestuursleden instrueren die verantwoordelijk is voor de volgende ploegendienst. De overheid heeft vorig jaar voorgeschreven dat per ploegendienst ten minste één staflid mee naar beneden moet.

Volgens Wang is dat een goede maatregel. „Op die manier kunnen we zelf zien of de mijnwerkers alert zijn op mogelijke gevaren. Door slordigheid en onoplettendheid zijn in het verleden onnodige fouten gemaakt. Veel mijnwerkers van de huidige generatie verloren op die manier familieleden aan de mijn. In Hua Baogou zal dat nooit meer gebeuren”, zegt Wang.