‘Nederland speelt geen enkele rol meer’

De ‘vrienden van de Europese Grondwet’ kwamen gisteren in Madrid bijeen. ‘Dwarsliggers’ Nederland en Frankrijk waren uitdrukkelijk niet uitgenodigd. „Nederland zal in juni een oplossing opgelegd krijgen.”

Mark Kranenburg

MADRID, 27 JAN. - De ambiance voor hun treffen had in elk geval alles van een conspiratie. In een raamloze kelderruimte van het uit het eind van de 19e eeuw daterende stadspaleis Casa de América in Madrid kwamen ze gistermiddag bijeen, de ‘vrienden van de Europese Grondwet’. Achttien lidstaten van de Europese Unie die de zo veelbesproken grondwet inmiddels hebben geratificeerd, plus de goedwillende landen Ierland en Portugal. Uitdrukkelijk niet uitgenodigd: Nederland en Frankrijk, de twee ‘founding fathers’ van de EU die na een referendum in het voorjaar van 2005, ‘nee’ zeiden tegen het verdrag dat was bedoeld om de complexe besluitvorming binnen de almaar groeiende Europese Unie doelmatiger en doorzichtiger te maken.

De geschiedenis van de Europese Unie kende reeds de ‘politiek van de lege stoel’. Dat was toen de Franse president De Gaulle in 1965 besloot zijn land niet meer mee te laten doen aan Europees overleg. Sinds gisteren is er de ‘politiek van de niet uitgenodigde stoel’. Op dwarsliggers werd even geen prijs gesteld. De Europese Unie bestaat uit meer landen dan alleen Frankrijk en Nederland, is het steeds vaker gehoorde verwijt. In de woorden van ex-premier Jean-Luc Dehaene van België: „We zijn natuurlijk wel een vergeten groep. Iedereen heeft het maar over die twee.”

Het was gisteren een bijeenkomst van louter vrienden dus. Landen die zich „verbonden hebben om een beter Europa tot stand te brengen”, zoals de Spaanse minister van Buitenlandse Zaken en gastheer Miguel Angel Moratinos het in zijn openingswoord noemde. Om de Duitsers die momenteel voorzitter van de Europese Unie zijn „in alle loyaliteit en eerlijkheid” te helpen een oplossing te vinden om uit de Grondwet-impasse te komen.

In Nederland werd het anders ervaren toen het door Luxemburg gesteunde initiatief van de Spaanse minister van Buitenlandse Zaken vorig jaar december in de openbaarheid kwam. „Geen verstandige weg”, oordeelde premier Balkenende in de Tweede Kamer. Bovendien getuigend van „weinig respect” tegenover Duitsland dat geacht wordt het debat over de Grondwet te leiden en in juni met een concreet voorstel te komen.

Minister Bot van Buitenlandse Zaken maakte eerder deze week in Brussel op zijn bekende onverholen wijze duidelijk niets te zien in de bijeenkomst. „In de Europese Unie kan men zaken alleen gezamenlijk oplossen. Het is niet zinvol in kleine kring dit soort dingen te bespreken.” Volgens hem was het de groep van achttien er slechts om te doen zoveel mogelijk van de oorspronkelijke tekst van de Grondwet overeind te houden.

Niet zoveel mogelijk van de tekst in stand houden, de héle tekst in stand houden. Dat was de boodschap van de ‘vrienden van de Grondwet’ gisteren na hun vier uur durend samenzijn. „We zijn bereid samen te werken op basis van het grondwettelijk verdrag zoals dat in oktober 2004 door de regeringen van alle lidstaten is ondertekend”, aldus de verklaring na afloop. Oplossingen zullen de inhoud van dit verdrag plus het evenwicht dat er in zit moeten „respecteren”. Want, zo zei de Spaanse staatssecretaris voor Europese Zaken, Alberto Navarro, „de grondwet is niet het probleem, de grondwet is de oplossing”.

En hiermee hebben de achttien landen de bal behendig teruggespeeld naar de nee-zeggers Frankrijk en Nederland. Navarro erkende ronduit gefrustreerd te zijn door het gebrek aan constructieve voorstellen van de zijde van beide landen om een oplossing te vinden. „Wij zouden graag van die landen horen wat ze nu willen”.

Maar dat is nu juist het probleem. In Frankrijk zijn het de beide presidentskandidaten Nicolas Sarkozy en Ségolène Royal, die zich nog wel eens over de toekomst van de Grondwet uitlaten. Zo wil Sarkozy de tekst met telefoonboekdikte uitkleden tot een miniverdrag met technische aanpassingen zodat geen nieuw referendum nodig is. Royal wil veel meer aandacht voor de sociale aspecten van het Verenigd Europa en vervolgens een nieuw referendum dat ze dan vol vertrouwen tegemoet ziet.

In Nederland heerst, althans naar buiten toe, slechts stilte. Tijdens de verkiezingscampagne van vorig jaar is het onderwerp nagenoeg doodgezwegen. „Wij wachten rustig af op wat de Duitsers in juni op tafel leggen”, zei minister Bot eerder deze week in Brussel.

De passieve houding roept in de Tweede Kamer irritaties op bij de VVD. „We hebben die tijd juist niet. Er wordt nu in de hoofdsteden over de Grondwet gesproken, dus we moeten erbij zijn. Ook als demissionair kabinet kan je actiever zijn dan de slaperige houding die nu wordt aangenomen”, aldus het liberale Tweede-Kamerlid Han ten Broeke.

Dat er achter de schermen volop wordt gewerkt aan de Grondwet is ook de overtuiging van Jens-Peter Bonde, de eurokritische, maar zeer goed ingevoerde europarlementariër uit Denemarken. Hij hield zich gisteren op in de wandelgangen van het beraad in Madrid. „Alles is erop gericht de Fransen over de streep te trekken”, zegt hij. Er bestaan volgens hem nu al volop contacten tussen Merkel en Sarkozy. „Nederland speelt geen enkele rol. Dat zal in juni een oplossing opgelegd krijgen”, meent Bonde.

    • Mark Kranenburg