Muppetshow

Al bijna drie jaar doet een studente geneeskunde onder pseudoniem verslag van haar stage. Vandaag gaat het over Scholten, de chirurg die haar binnenkort moet beoordelen.

Peinzend loop ik naar de polikliniek. Het is de een-na-laatste dag van mijn oudste co-schap. Morgen krijg ik van Scholten mijn eindbeoordeling. De dag des oordeels, meedogenloos zal het vonnis worden geveld: talentvolle chirurg in spe of de kneus van de afdeling?

Het idee alleen al geeft me de rillingen. Scholten is met vlag en wimpel de meest botte van het clubje chirurgen. Achteroverhangend in zijn stoel, de klompen nonchalant op tafel, tovert hij elke overdracht om tot muppetshow. Iedereen boven de zeventig is voor hem een ‘dementje’ of een ‘ach-gossie.’ En de man die depressief werd na een dubbelzijdige onderbeenamputatie, moet vooral ‘niet zeiken’.

Als ik de spreekkamer van Scholten binnenstap, schrik ik. Hij zit als versteend naar een papier in zijn handen te staren. Ongemakkelijk ga ik op de stoel naast hem zitten en wacht. Het is een uitslag van de pathologie zie ik, maar ik kan de tekst niet lezen.

Na een paar minuten legt Scholten het papier op zijn bureau. En zucht.

Ik staar hem aan, durf niets te vragen. Dan, eindelijk, zegt hij mat: „Coloncarcinoom stadium B2, irradicaal verwijderd. En te weinig lymfeklieren.” Ik kan zijn woorden niet direct plaatsen. „Die vrouw die we vorige week dinsdag opereerden”, voegt hij eraan toe. „Dus dat betekent dat de tumor er niet...” begin ik. „Ir-ra-di-caal zeg ik toch?” herhaalt hij geërgerd. „Er zit dus nog tumor in die buik. Ik heb niet alles eruit gehaald!”

Ik zwijg, pruts opeens heel aandachtig aan mijn nagelriemen. Zoals een kip graantjes pikt als ze in een gevecht niet meer weet wat ze moet doen.

„Nou ja”, mompel ik. „Kan gebeuren toch? Dat je pech hebt? Dat een stukje tumor verstopt zit?”

Ik wil er een glimlach achteraan persen, maar Scholten explodeert.

„Wat ben jij voor co? Ben jij gék geworden ofzo? Tumor verstopt? Pech hebben? Die vrouw is verdomme 47 jaar! Ik had haar een extra operatie kunnen besparen, maar ik heb het verkloot! Heb jij énig idee waar we ons hier mee bezig houden? Dat je hier grápjes over maakt?”

Beduusd laat ik zijn tirade over me heenkomen. Maar bij de laatste woorden wordt het me te veel. Gaat híj nou doen alsof ík de emotioneel gestoorde Neanderthaler ben? Terwijl ik hoogstens een misplaatste poging doe me aan hém aan te passen?

Dat is bij deze afgelopen: einde zelfverloochening. En voor mijn part einde chirurgie. Ik zal die lul eens zeggen waar het op staat.

„Waarom ík grapjes maak?”, herhaal ik dreigend. „Als ik hoor wat er op de overdracht dag in dag uit over tafel gaat, kán ik daarin meegesleurd worden, ja. Dan krijg ik misschien af en toe de neiging om mee te doen, mezelf te verliezen... En dan ben ík opeens gek geworden?”

Ik schrik van mijn eigen felheid. Ik ben steeds harder gaan praten. Ik boor mijn blik in zijn ogen. En knipper niet. Wat nou opperchirurg? Wat nou beoordeling? Het zal me aan mijn reet roesten wat hij van me denkt! Scholten verroert zich niet. Zwijgend kijkt hij terug.

Het lijkt wel een spelletje: wie zal als eerste zijn ogen afwenden?

Dan begint hij zachtjes te lachen, van zachtjes naar harder, tot hij het uiteindelijk uitbuldert.

„De overdracht”, hikt hij. „Meisje toch...” Ik zwijg koppig.

„Dat is toch oudemannetjesgebral? Omdat je niet de hele dag kan janken: om elke complicatie, om elke kankerpatiënt? Er liggen er dertig op de afdeling. Dan raken je tranen snel op.”

„Maar die man met die amputatie...”

„Waarom denk je dat ik, sinds die operatie, elke avond even bij hem langsloop?”

Ongelovig staar ik hem aan.

„Nou ja. Misschien is het voor jullie ook niet te volgen: waar die grens ligt, wanneer het grappen zijn en wanneer het menens is”, zegt hij peinzend.

Deze Scholten ken ik niet en ik weet niet wat ik met hem aanmoet. Moet ik me verdedigen of juist verontschuldigen? Maar voor ik een beslissing kan nemen, klopt Scholten op mijn schouder. „Je bent een fel ding, Hermans. Maar wel een grappig ding. En nu gaan we starten met de poli.”

In februari verschijnt de doktersroman ‘De co-assistent’ bij uitgeverij Podium.

    • Anne Hermans