Mijd de index

Een beursindex is een getal dat de waarde of ontwikkeling van een verzameling effecten weergeeft. Bijvoorbeeld aandelen. Of obligaties. Heel overzichtelijk. De Dow Jones van de beurs in New York is wereldwijd de bekendste. In Nederland is dat de AEX-index.

Er zijn veel mannen en vrouwen die de Dow beter volgen dan hun partner. Die verslaving zit zo diep dat ze in het weekend, wanneer de beurs gesloten is, onthoudingsverschijnselen vertonen en zondags met trillende handen het vlees snijden. De maandag komt voor hen als een bevrijding: eindelijk weer een shot met verse koersen.

De tientallen indexen in landen met een beurs beschouwt men als ‘de markt’ die beleggers gerekend over een lange periode moeten proberen te verslaan. Ze moeten het beter doen dan de index, die zij als hun vergelijkingsmaatstaf kiezen. Waarom dat nodig is, weet geen mens. Maar het kan in ieder geval niet volgens de geleerden van de universiteiten.

Die lui beschikken over tijd, geld en geduld om historische koersen (en andere indicatoren) te bestuderen en daarop een pakkende theorie te baseren. Als het een beetje meezit, kan je met zo’n bedenksel een Nobelprijs winnen. Vaak ben je dan al op leeftijd en drukker met je gezondheid in de weer dan met de centen. Helaas.

Volgens die geleerden kan je de markt niet verslaan. Daarom lijkt het beter om de markt domweg te volgen. Je belegt dan precies volgens een index. In Amsterdam bestaat deze uit de 25 meest verhandelde fondsen, tijdelijk 24, volgens een bepaalde formule. Zo wegen ING en Royal Dutch voor circa 15 procent mee, maar Getronics slechts voor 0,17 procent. Daarom laten de ups en downs in dat fonds de AEX bijna onberoerd. Dat is anders met ING en Olie.

Op eigen houtje kan je een indexportefeuille niet opbouwen en bijhouden. Te duur, te tijdrovend, te ingewikkeld. Daar weet de commercie wel een antwoord op. Er zijn beleggingsfondsen die precies beleggen volgens een index. Dat biedt voordelen. Zo kan een computer het werk doen: je programmeert de opbouw van de index en de computer spuwt op de juiste momenten koop- en verkooporders uit. Daardoor zijn er geen dure analisten nodig om de wereldwijde aandelenmarkten te volgen. Dat drukt de kosten en verhoogt het rendement.

Psychologisch gezien is dit een frustrerende strategie. Wanneer de koersen (sterk) dalen, moet je blijven zitten en je niet verroeren. Zelfs toen na de internethausse rond het jaar 2000 veel indexen ongeveer halveerden. Van je 50.000 euro in indexfondsen bleef op papier slechts 25.000 euro over. Maar je deed het niet slechter dan de index. Schrale troost.

Je had op het hoogtepunt van de hype moeten verkopen, 50.000 euro incasseren en die op het dieptepunt weer in aandelen kunnen stoppen. Dat leverde een flinke winst op. Wie verlaat nou niet het zinkende schip?

Een ander punt is dat je het rendement moet zien te maken dat voldoende is voor jouw doelstellingen. Niet meer en niet minder. Waarom streven naar het hoogst haalbare, meestal het verslaan van een gekozen index. Het is geen spelletje.

Er is nog iets. Zeker bij de AEX. Je belegt ook in bedrijven die je als actieve belegger links zou laten liggen, omdat je als trouwe, passieve indexvolger alles moet slikken. Wie zelf belegt, kan een eigen portefeuille samenstellen. Zo deden 15 van de 24 fondsen in de AEX het beter dan de index zelf.

Keus genoeg dus. En verwacht je een lekkere correctie na de aanhoudende stijgingen van de afgelopen jaren, dan gooi je (bijna) alles eruit, neemt winst en komt terug als de kommer en kwel op de voorpagina’s van de kranten staan. Mijd de index.

    • Adriaan Hiele