‘Louvre een toeristisch uithangbord’

In Frankrijk wordt een fel debat gevoerd over de uitbreiding van de nationale musea in het buitenland. Een dependance van het Louvre in China en Abu Dhabi? Franse intellectuelen staan er wantrouwend tegenover.

De Saoedische prins Al Waleed Bin Talal Al Saud bezoekt in 2005 het Louvre om een donatie te doen aan de afdeling islamitische kunst. Foto Corbis 26 Jul 2005, Paris, France --- Saudi Prince Al Waleed Bin Talal Al Saud during a visit to Paris to give a donation to the Musee du Louvre where a section devoted to Islamic art will be created. He will stay at the Georges V hotel, of which he is owner, before joining his private Boeing 747 super-jumbo at Le Bourget airport to travel back to Ryad. The Saudi Prince visits the Musee du Louvre with French Minister Renaud Donnedieu de Vabre. --- Image by © Jerome Sessini/068034/Corbis Corbis

Satan laat weinig aan de verbeelding over. Het is de titel van een schets van Auguste Rodin rond 1900. Vrouw op haar knieën, gezien van de rug, benen omhoog en gespreid. Een erotische schets te zien in het Musée Rodin in Parijs. Zou dit interessant zijn voor de komende vestiging van het Louvre in Abu Dhabi?

Even lijkt een glimlach door te breken op het gezicht van Dominique Viéville, directeur van het Musée Rodin. Maar het is geen tijd voor grapjes – in Frankrijk is een beladen debat ontbrand over de buitenlandse uitbreiding van de Franse nationale musea. Het Louvre doet zaken met het High Museum in Atlanta, het Centre Pompidou gaat naar Shanghai, zijn ‘eigen’ Musée Rodin krijgt een dependance in San Salvador de Bahia in Brazilië.

Het Louvre in Abu Dhabi moet een universeel museum worden, naar de oudste Franse traditie – en met medewerking van alle 34 Franse nationale musea. Critici vertrouwen het niet. Ze vrezen dat het emiraat bijvoorbeeld morele restricties zal opleggen. Viéville kan het zich wél voorstellen, Rodin in een Golfstaat. „Niet alle naakten zijn indecent”, overweegt hij.

Het opzetten van dependances is voor Franse musea betrekkelijk nieuw. De Braziliaanse vestiging van het Musée Rodin is het verste gevorderde voorbeeld in het buitenland. In Parijs staan na vijf jaar voorbereiding 62 werken van Rodin klaar.

Het Louvre en het Centre Pompidou breiden eerst uit in eigen land: zij werken aan antennes in respectievelijk Lens (2009) en Metz (2008). Maar de buitenlandse projecten volgen snel. Zo kondigde de Franse minister van Cultuur Donnedieu de Vabres een Centre Pompidou in Sjanghai aan. Nu al verwacht Bruno Racine, de directeur van het Centre Pompidou, dat de vestiging in Shanghai even snel open gaat als die in Metz. „De Chinese autoriteiten zijn wat doortastender”, zei hij vorige week op een persbijeenkomst in Parijs.

Mondialisering staat in het hart van de Franse discussie, sinds eind vorig jaar de plannen duidelijk werden voor de museumexpansie in Abu Dhabi. Een eerste uitnodiging van het emiraat aan het Louvre ketste af. Het museum dat schermt met het hoogste bezoekersaantal ter wereld – 8,3 miljoen in 2006 – had het te druk met het Louvre in Lens.

Maar eind vorig jaar werd duidelijk dat minister Donnedieu de Vabres, pleitbezorger van de doctrine van ‘culturele diversiteit’ – als tegenhanger tegen de Amerikaanse dominantie een ‘Louvre des sables’ wel zag zitten. Hij gaf de aanzet voor een samenwerking die verder gaat dan de projecten in Brazilië en China, opgezet tegen kostenvergoeding. Abu Dhabi bleek, volgens onthullingen van Le Monde deze maand, bereid tussen de 500 en 700 miljoen euro te betalen.

In ruil voor die som ontwikkelde de Franse museumdirectie op het ministerie een nieuw concept, waarvan de hoofdlijnen zijn uitgelekt. Abu Dhabi krijgt twintig jaar lang het recht de naam Louvre te gebruiken. Maar onder het label ‘Louvre’ gaan niet alleen het ‘echte’ Louvre, maar alle 34 nationale musea in Frankrijk een bijdrage leveren aan het Golfmuseum. De Fransen leggen zich vast op het afleveren van vier tijdelijke exposities in tien jaar. Ze verhuren ook tien jaar lang werken voor permanente expositie, om te beginnen 300. En ondertussen gaat een nieuw, door Abu Dhabi te sponsoren Frans agentschap het emiraat helpen een eigen collectie op te bouwen.

De bekendmaking van de plannen leidde half december al tot een schotsschrift in Le Monde van ex-museumbestuurders. Onder de titel ‘Musea zijn niet te koop’ keerden zij zich tegen de diplomatieke en commerciële inspiratie van de plannen. Ze beschuldigen het ministerie van het „verkopen van de ziel” van de Franse cultuurpolitiek. „In moreel opzicht kan het commerciële en mediagebruik van meesterwerken van het nationale erfgoed (…) alleen maar schokken.”

Het pamflet raakte een snaar. Op de website latribunedelart.com kreeg het 3.600 handtekeningen – onder meer van tientallen Franse conservatoren, museumdirecteuren en voormalig Louvre-personeel. „Het Louvre is geen Disneyland”, protesteerde ex-conservator Jean-René Gaborit in een open brief: „Het is niet eindeloos reporduceerbaar.”

Ondertekenaar Patrick Ramade, directeur van het Musée des Beaux Arts in Caen vindt dat kunst „geen exportproduct is om het imago van het land te promoten”, maar „een verzameling cultuurgoederen die de natie vormen.” Uitwisseling kan volgens hem met nauw omschreven doelen: wat is het publiek dat je wil bereiken, wat krijg je er voor terug – in artistieke termen, niet in geld. In Abu Dhabi wordt het Louvre een toeristisch uithangbord, vreest hij.

De Franse worsteling met de globalisering heeft nu ook de museumwereld bereikt, lijkt het. Organisatiedeskundige Didier Rykner, de motor achter de petitie tegen het Louvreproject, meent dat cultureel erfgoed door internationaal opererende musea steeds meer wordt beschouwd als „een reservoir aan kunstwerken dat vrijelijk over de wereld beweegt”. Ze zingen zich los van hun culturele inbedding. Het verzet daartegen heeft in zijn ogen niets te maken met een gebrek aan openheid. Wie de veelal interessante, kostbare en fragiele werken van het Louvre wil zien, voert hij aan, „komt makkelijker naar Parijs dan naar Abu Dhabi. De 700.000 inwoners van het emiraat zijn nog geen tiende van het jaarlijkse aantal bezoekers van het Louvre.

Dat het verzet tegen het Louvre in Abu Dhabi leidt tot afgelasting van het project, verwacht niemand. Een keer beet Louvre-directeur Henri Loyrette deze maand van zich af, in een interview in Le Monde. Het geld is belangrijk bij de operatie in Abu Dhabi, geeft hij toe. Maar het is niet de eerste drijfveer. Er is nu eenmaal een tendens tot internationalisering waarmee musea als de Hermitage (onder meer in Amsterdam) en het British Museum al aan begonnen zijn. Het Louvre „kan niet ontbreken” in deze ontwikkeling.

Sindsdien is het stil uit het Louvre geworden over het project. Het museum verwijst voor nadere uitleg naar het ministerie van Cultuur. Daar wijst men erop dat de onderhandelingen met Abu Dhabi over de precieze uitwerking van de overeenkomst nog gaande zijn.

    • René Moerland