Jody Williams leidt missie naar Darfur

Jody Williams, in 1997 bekroond met de Nobelprijs voor de vrede voor haar campagne tegen landmijnen, gaat een VN-onderzoeksteam naar Darfur leiden. Dat maakte de VN-mensenrechtenraad gisteren bekend.

De 47 landen in de raad, gevestigd in Genève, hebben anderhalve maand geruzied over de samenstelling van het zeskoppige team. Het vertrekt begin februari en presenteert zijn conclusie in maart.

Naast Williams, een Amerikaanse, zijn de andere leden de Afghaanse Sima Samar, speciale VN-rapporteur voor Soedan; de Guyanees Bertrand Ramcharan, oud- vice-Hoge Commissaris voor Mensenrechten; de Estse parlementariër Mart Nutt; en de VN-ambassadeurs van Gabon en Indonesië in Genève.

De raad besliste half december, onder druk van westerse landen, dat een team naar Darfur moest om de schending van de mensenrechten te beoordelen. Uit eerdere VN-rapporten blijkt dat er 200.000 mensen zijn gedood en 2,5 miljoen op de vlucht zijn – waarvoor de VN de Soedanese regering verantwoordelijk houdt.

De raad heeft die schendingen, nooit veroordeeld: een meerderheid van islamitische en niet-westerse landen was er tegen. Zij vonden de bestaande VN-rapporten „bevooroordeeld”. Een „onafhankelijk” onderzoeksteam kon de meerderheid wel accepteren.

Alle vijf regionale groepen in de VN hebben een lid in het team. De Afrikaanse groep nomineerde de Algerijnse ambassadeur in Genève, een verdediger van de Soedanese regering, die volhoudt dat zij met het bloedvergieten in Darfur niets te maken heeft. Westerse landen herinnerden de raadsvoorzitter aan zijn belofte geen Geneefse ambassadeurs in het team te benoemen. Uiteindelijk vervingen de Afrikanen de Algerijn door de ambassadeur van Gabon. Westerse landen konden met dit compromis leven.