‘Jammer als naakt niet kan’

Met de aangekondigde bouw van filialen van westerse musea in rijke golfstaatjes discussiëren betrokkenen in het Midden-Oosten of er naakt moet worden vertoond.

Zicht op Abu Dahbi Foto Charles Crowell/Bloomberg News A view of Abu Dhabi, United Arab Emirates, Wednesday February 8, 2006. Photographer: Charles Crowell/Bloomberg News BLOOMBERG NEWS

Wereldberoemde kunstinstellingen zijn in het Midden-Oosten schaars. Behalve het Egyptische Museum in Caïro, dat per jaar 2,5 miljoen bezoekers trekt, staat de regio niet bekend om haar kunstenaars of musea. Maar dat gaat veranderen, nu zowel het Louvre als het Guggenheim hebben toegezegd een museum te zullen openen in het rijke golfstaatje Abu Dhabi.

De plannen van het Guggenheim en het Louvre hebben in het Westen tot kritische reacties geleid. Franse kunstliefhebbers zien de export van hun musea – onder de vlag van het Louvre doen 34 musea mee aan dit project – niet zitten. Ze zijn bezorgd dat het Franse culturele erfgoed wordt ingezet als wisselgeld in de internationaal-economische politiek.

Een belangrijk punt van kritiek is ook de zelfcensuur die de musea zich zouden kunnen opleggen. Het Guggenheim en het Louvre zouden kunnen toezeggen geen naakt of andere kunst te tonen die mogelijk aanstoot kan geven aan het islamitische geloof. Volgens de strengste islamitische geloven zijn zelfs afbeeldingen van mensen niet toegestaan, omdat alleen God een mens zou mogen scheppen. De leer in Abu Dhabi is minder streng. Maar, zei Guggenheim-directeur Thomas Krens bij de bekendmaking van zijn plannen voor een zevende Guggenheim-vestiging, „verwacht alleen kunst te zien waarin de mensen gekleed zijn”. En, zo voegde hij daar later in de Engelse krant The Guardian aan toe: „Ons doel is niet om te confronteren, maar om een gesprek aan te gaan. In New York worden ook dingen niet gedaan als we het gevoel hebben dat ze niet bij de stad passen.”

In de ogen van de gemiddelde Arabier is het logisch dat naakt beter in de Westerse wereld getoond kan worden, zegt Lisa Farjan, oprichtster en hoofdredacteur van het op de Arabische kunstwereld gerichte kwartaalblad Bidoun. „Geen naakt tonen doet niet af aan de geloofwaardigheid van een museum.”

Maar Ebtisam Abdul Aziz, een gesluierde kunstenares uit de Emiraten, vindt dat de musea per geval na moeten denken over het wel of niet tonen van een stuk. „Als kunstenaar vind ik dat de musea moeten kijken naar de bedoeling van een kunstwerk. Als die het tonen van naakt is, dan begrijp ik de terughoudendheid. Maar het werk van bijvoorbeeld Yves Klein, die voor zijn schilderijen naaktmodellen gebruikte als kwast, laat iets zien dat veel dieper zit. Het zou jammer zijn als dat niet in Abu Dhabi getoond kan worden.”

In de Arabische wereld ziet men de komst van musea als onderdeel van een veel grotere ontwikkeling. De kunstwereld is er een razendsnel groeiende sector. Bijna wekelijks openen, vooral in de golfstaten, nieuwe galeries. In Caïro wordt het Grand Eyptian Museum gebouwd, een megamuseum dat 550 miljoen dollar kost. In Doha bouwt architect L.M. Pei, bekend van de piramide van het Louvre, in samenwerking met het British Museum een museum voor islamitische kunst. Ook dat is een monsterproject, met vijf verdiepingen en 45 duizend vierkante meter. De opening is voor later dit jaar gepland. Veilinghuis Christie’s verdiende met de eerste veiling in Dubai zeven maanden geleden al 8,5 miljoen dollar en is van plan de komende jaren vestigingen te openen in Katar en Koeweit.

„Het is interessant om te zien hoe de verhoudingen veranderen”, zegt Lisa Farjan van Bidoun. „Vroeger verzamelden westerse musea kunst uit deze regio. Het Midden-Oosten werd als exotisch gezien. Maar nu zijn de rollen omgedraaid en wenden Westerse musea zich tot Arabische families voor financiële steun.”

Westerse musea ontvangen immense bedragen uit de Arabische wereld. In 2005 doneerde de Saoedische prins Walad bin Talal ruim twintig miljoen dollar aan het Louvre voor de bouw van een nieuwe vleugel gericht op islamitische kunst – de grootste gift ooit aan een museum geschonken. En vorige week maakte sjeik Sabah al-Sabah uit Koeweit bekend 6,5 miljoen dollar aan hetzelfde project te geven. Het Victoria & Albert Museum in Londen kreeg 5,4 miljoen pond van een Saoedische zakenman om een internationale tour van islamitische kunst te financieren en een nieuwe zaal in het museum te bouwen en in te richten.

De bekendmakingen van de plannen van het Louvre en het Guggenheim gingen gepaard met grootse toespraken over culturele samenwerking en op internationaal niveau begrip kweken voor andere culturen. Toch was dat niet het doel van Abu Dhabi toen het de westerse musea verleidde. Het Emiraat wil een culturele trekpleister op wereldniveau worden en toeristen weglokken van het nabijgelegen winkelparadijs Dubai. De musea zullen in een nieuw cultureel district komen, Saadiyaat eiland (‘eiland van geluk’), waar ook exclusieve galeries, winkels en restaurants komen.

Voorlopig zitten de musea in de ontwerpfase. Aanvankelijk ging het Guggenheim uit van 2011, maar wat begon als een strijd tussen Abu Dhabi en Dubai, kan zomaar een race tussen het Louvre en het Guggenheim worden.