Hypnotiserend familieportret

LICHTVOETIG: het kleine neefje Foto Upstream Pictures scene uit de film Yi Yi (2000) FOTO: Upstream Pictures Upstream Pictures

Yi yi (A One and a Two) (Essential Cinema/Dutch Filmworks)Film Extra’s

Nadat hij in 2000 op het Filmfestival Cannes de Gouden Palm voor beste regie in ontvangst mocht nemen voor zijn (voorlopig) laatste film Yi yi (A One and a Two) werd het stil rondom de Taiwanese regisseur Edward Yang (1949). Dat kan natuurlijk komen omdat hij er ook nog een soort day job als computerprogrammeur op na houdt. In de jaren negentig werd hij gelauwerd als een van de grote drie van de Taiwanese film (naast Filmfestival Rotterdam-lievelingen als Hou Hsiao-hsien, wiens Three Times afgelopen jaar op heel wat favorietenlijstjes van filmcritici belandde) en Tsai Ming-liang (van wie dit jaar in Rotterdam zijn nieuwste I Don’t Want to Sleep Alone te zien is). Bij mijn weten is Yi yi na een vertoning op het Filmfestival Rotterdam nooit meer in de Nederlandse bioscopen uitgebracht, dus deze (verlate) dvd-première is beslist geen overbodige luxe.

Yi yi is een lichtvoetig, kleurrijk familieportret, waar de stille melancholie die het werk van Hou en Tsai soms zo indringend maakt, slechts op de achtergrond doorklinkt. Het begint als met de openingsbeelden, waarin de hele familie zich verzamelt voor een groepsfoto ter gelegenheid van de bruiloft van oom A-di. Zijn kleine neefje Yang-yang probeert zijn ernstigste gezichtje op te zetten, maar wordt steeds afgeleid doordat er iemand op zijn schouders tikt. Niets te zien natuurlijk als hij zich omdraait en zich afvraagt wie van de drie meisjes achter hem, hem zo plaagt. Behalve over het leven van drie generaties Jian in hedendaags Taipei gaat Yi yi dus ook om het perspectief van waar uit je hun levens bekijkt. Yang-yang komt er door middel van dat kleine pesterijtje achter dat je alleen kunt zien wat er recht voor je ogen gebeurt, maar nooit met zekerheid kunt zeggen wat zich buiten je blikveld afspeelt. En juist dat laatste is in een grote familie, waarin iedereen zo zijn eigen gedoetjes en beslommeringen heeft, soms wel prettig. Yang maakt in zijn film bijna alleen maar gebruik van onbeweeglijke shots. Soms close-ups, waarvan we de context dan maar moeten raden. Vaak totalen, die mensen kleiner maken dan ze zijn, in een grote voortrazende wereld. En bijna altijd is er ergens in het beeld een deur te zien, of een raam, een spiegel of een muur, waarachter zich iets onbekends kan verschuilen.

Tussen bruiloft, geboorte, dood, moord en zelfmoord, gaat in Yi yi het leven voorbij, zoals we dat zelf ook wel kunnen voorspellen. Vader werkt bij een computerbedrijf in nood (zien we hier een beetje van Edward Yang zelf terug?), de oudste dochter wordt voor de eerste keer verliefd, en het jongste jongetjes verwondert zich nog onbevangen over de loop der dingen (en zijn zij beiden niet ook een beetje Edward Yang?).

Het is meer de manier waarop Edward Yang dat zo terloops, hypnotiserend, mild en toegankelijk in beeld brengt, die je de bijna drie uur dat de film duurt in de ban houdt van de onzichtbare kanten van die levens. En dan toch, na afloop, heb je deze mensen net zo goed leren kennen als jezelf.

Dana Linssen