Holocaust-verhalen raken scholieren

Scholieren horen persoonlijke verhalen tijdens de Holocaust-herdenking. De meesten zijn onder de indruk. „Dat meisje had mijn zusje kunnen zijn.”

Door Marjolein van Diggelen

Als Jacques Grishaver, voorzitter van het Nederlands Auschwitz Comité, vertelt hoe een meisje door haar zusje wordt gevonden tussen een stapel lijken, is het doodstil in de klas. Dan vertelt hij hoe een vingertje beweegt en dat het meisje blijkt te leven - ze overleefde zelfs de oorlog. “Zo”, zucht een leerlinge.

Scholieren en studenten hoorden gisteren verhalen over de holocaust en andere genocides tijdens de tweede Holocaust Memorial Day in Amsterdam.

Op 27 januari 1945 werd het concentratiekamp Auschwitz in het door Duitsland bezette Polen bevrijd. In 2005 riep Kofi Annan, toenmalig secretaris-generaal van de Verenigde Naties, landen op om de slachtoffers van de Holocaust en andere genocides te herdenken door middel van Holocaust Memorial Day. Auschwitz staat daarbij symbool voor de massavernietiging van burgers.

„Persoonlijke verhalen komen altijd direct binnen, dat doet iets met je”, vertelt initiator Maria van Haperen van het Centrum voor Holocaust en Genocide Studies (CHGS). „We proberen scholieren en studenten te bereiken op een leeftijd waarin ze bezig zijn met goed en fout en het ontwikkelen van hun identiteit. Ze herkennen wat oprecht is.” Duygu Turgut (14) van scholengemeenschap Maarten Luther in Rotterdam is onder de indruk van het verhaal van Grishaver. „Dat meisje had mijn zusje kunnen zijn”, zegt ze. „Ik dacht eerst dat het minder erg was, het is moeilijk te beseffen.” Het is goed, zegt Duygu, dat persoonlijke verhalen over de Holocaust worden doorverteld.

„We hebben geen illusies meer”, zegt Van Haperen. Kijk maar naar Cambodja, Srebrenica, Rwanda, Soedan. „Dit is wat de mensheid doet en het houdt niet op na Darfur.” Volgens Van Haperen gebeurt genocide „niet zomaar”. „Daar gaat een proces aan vooraf. We moeten dat herkennen en leren hoe we daar menselijk en verantwoordelijk in kunnen handelen. Daarom is educatie zo belangrijk.”

Ernst Verduin (79) vertelde gisteren zo’n driehonderd scholieren uit het hele land over zijn ervaringen in de concentratiekampen Auschwitz en Buchenwald. Na afloop beantwoordde hij vele vragen. „Ze vragen alles zo indringend. Bijvoorbeeld of ik gezien heb of iemand zelfmoord pleegde door tegen het prikkeldraad dat onder stroom stond aan te lopen. Die vragen stellen ze omdat ze het niet kunnen bevatten”, zegt Verduin. Zijn verhaal maakte diepe indruk op Daphne Verhoeven (16) van het Zeldenrust-Steelantcollege in Terneuzen. „Ik wist nog niet zo veel van de Holocaust of andere genocides, maar ik kan me hierdoor beter inleven.”

Anne Lafarre (17), klasgenote van Daphne, bezocht in 2005 Cambodja, waar ze slachtoffers en daders van genocide ontmoette. Zij sprak met iemand die zijn eigen ouders had verraden en had gezien hoe ze werden neergeschoten. „Als je in de krant leest dat er ergens zes miljoen mensen zijn omgekomen, dan ben je het de volgende dag vergeten. Pas als je ergens bent geweest, voel je er echt iets bij”, zegt ze.

In mei gaat de klas van Anne en Daphne naar Polen voor een uitwisselingsproject met een Poolse school over de Holocaust. „Het is heel bijzonder dat zoiets kan, want de concentratiekampen zijn in Polen een heel gevoelig onderwerp”, zegt geschiedenisdocent Dirk Roodnat. Hij was vorig jaar ook op de Holocaust Memorial Day. Hij won toen een geldprijs voor een lesproject over genocide. Hiervan kan de klas naar Polen. Kevin Veerkamp (17) van het het Technisch College (TeC) in Amsterdam heeft op school geen les gehad over genocide. Het verhaal van Verduin vond hij wel interessant. „Maar toch spreekt het me niet zo heel erg aan, want ik ken de mensen niet.” Zijn natuur- en wiskundedocent Mustapha Daher, tevens raadslid van het Amsterdamse stadsdeel Osdorp, vindt het belangrijk dat ‘zijn’ jongens erbij zijn. „Een aantal jaar geleden hebben we veel problemen gehad met antisemitisme in Amsterdam-West. De moslimgemeenschap wist niks van de joodse gemeenschap en vice versa. Ze wisten alleen van elkaar via de media en kwamen daardoor niet dichter bij elkaar.”

Daher wilde iets doen om de twee groepen dichter tot elkaar te brengen. Hij organiseerde gezamenlijke maaltijden en maakte met zijn leerlingen een film over de tolerantie tussen moslims en joden in Marokko.

„Onderwijs kan verschrikkelijk veel betekenen, maar je moet scholieren niet alleen praatjes verkopen”, meent Daher. Hij nam zijn scholieren meen naar de Holocaust Memorial Day met de hoop „respect en vertrouwen” bij jongeren te ontwikkelen. „Ik kan niet accepteren dat er antisemitisme in Nederland is. We moeten daarom waakzaam zijn dat er niets gebeurt met de joden, met niemand.”

resolutie VN: pagina 5

    • Marjolein van Diggelen