Het verdronken land van Saeftinghe

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Zeeuws-Vlaanderen

Onder de vlagen van een grandioze wind buigen in het verdronken land van Saeftinghe de harde halmen in groen, beerbruin en vooral geel tegen de bodem of ze een laars in hun nek krijgen. In de geulen en de kreken ligt het slik gekruld volgens de patronen van het golvende water. Laagtij. Het staat on- tot enkeldiep, wankelend in de wind.

Een gids leidt ons, een groepje van een mens of 15, door dit vreemd mooie, verraderlijke land dat Zeeuws-Vlaanderen sinds de zestiende eeuw heeft moeten overlaten aan het water. Zonder hem is het hier verboden toegang: je zou verdwalen en verdwijnen in dit schijnplatte land vol afgeplatte bulten en geulen met nat zuigzand. Het ene moment is alles begaanbaar, het andere moment valt de vloed binnen op zijn satijnen sokken en zet de boel diep onder water.

„Toen Julius Caesar de lage landen binnentrok zag het er tot in Frankrijk zo uit!”, schreeuwt de gids boven het geloei uit. Tough luck voor die Romeinse soldaten, op hun manier toch wandelaars van formaat. Want dit is ploeteren. Onder de door de vloed uitgesleten hoge wallekant van een geul wegzakken in het zwarte natte zand en even denken dat je vastzit en niet meer loskomt. Knieheffend stappen door ruige begroeiing, springen over scheuren en als ze te breed zijn gaan zitten, je laten afglijden en hangend aan de helm op de andere rand klauteren. Ha, de helpende hand van man. Ik trek me op en stuur mijn gebruikelijke liefdesblik. Een ander gezicht kijkt vriendelijk terug. Ik voel me weer zeven en in de Bijenkorf waar ik niet mijn moeders rok vastpakte maar de jas van een vreemde mevrouw.

De Romeinen moesten wel, wij doen dit voor onze lust. Wij veroveren geen land, wij veroveren de ervaring van een gebied als een luchtspiegeling. Eerst denk je dat er niets te zien is, gaandeweg geeft het zich prijs, vol winterlicht en onkleur en met een einder waarin ginds de zachte contouren van een containerschip en gunter de nevelomfloerste skyline van de Antwerpse havenindustrie. En met één boom. Die ene boom is in dit landschap een knoert van een dramatisch gegeven. Te meer omdat in zijn kale kroon dicht tegen de stam een nest is gebouwd.

De aanleunwind komt nu schuin van voren. Dat betekent dat we de terugtocht zijn begonnen, geul na geul na geul.

Vogels buitelen in de wind.

Hoe zou het hier ’s zomers zijn?

Drie uur durende tocht, over totaal 6 km. Kosten 5 euro p.p. Inl. en res. tel. 0114 633110 of www.hetzeeuwselandschap.nl/saeftinghe
    • Joyce Roodnat