Het feminisme voorbij

Het feminisme heeft afgedaan bij studentes. Maar ze moeten niet denken dat ze nu gelijk zijn aan mannen. De UvA op zoek naar de vrouwelijke identiteit. Jacqueline Kuijpers

Pien van Vliet (links) en Sonja Vermunt met de poster die studentes naar hun cursus moet lokken. foto Jørgen Krielen Jorgen Krielen/Amsterdam 23-01-2006/Sonja Vermunt (r) en Pleun van Vliet. Krielen, Jorgen

Wie jonge meiden vraagt wie de Dolle Mina’s waren, loopt grote kans dat ze je vragend aankijken. Jonge vrouwen kennen hun eigen geschiedenis niet. Wíllen hem niet kennen, is de ervaring van Pleun van Vliet, universitair docent persoonlijkheidsleer aan de Universiteit van Amsterdam. “Onder jonge studentes zien we een schrikbarend gebrek aan visie op hun vrouw-zijn – het is zogenaamd ‘geen issue’, ze hebben er nooit over nagedacht en staan er ook niet graag bij stil – en een opvallende weerstand tegen ‘feministisch denken’.”

Dat moest veranderen, vond zij: “Juist bij psychologie, waar driekwart van de studenten vrouw is, is het belangrijk om kennis te vergaren over je identiteit.” Daarom ontwikkelde zij samen met vijf studentes in haar vrije tijd de cursus De Vrouw Bestaat Niet? Een zoektocht naar vrouwelijke identiteit. Niet dat Pleun van Vliet zelf nou zulke warme gevoelens kreeg bij het woord ‘feminisme’: “Zes jaar geleden volgde ik een cursus Levenskunst waarin ook aandacht werd besteed aan feministische filosofie. Dat riep bij mij op voorhand een enorme afkeer op. En dat vond ik weer interessant: waarom is dat zo, terwijl ik zelf een vrouw ben? Wat maakt vrouwen tot zo’n irritant onderwerp?”

Ze denkt dat dit kwam doordat de feministen van weleer hamerden op de slachtofferrol van vrouwen en zich afzetten tegen mannen. “Dan denk je ‘wat een domme soort dat zij zich zoveel jaren hebben laten onderdrukken door een nog dommere soort. Daar wil ik niet bijhoren! Het g evolg is dat vrouwen zich gaan identificeren met mannen, maar ook dat werkt niet, want vrouwen zijn nu eenmaal geen mannen. Resultaat: je bent dakloos qua identiteit.”

Dat het tijd is voor een nieuwe manier van denken over vrouwen staat voor Pleun van Vliet en haar studenten vast. Tegen de stroom in vinden zij dat de emancipatie niet af is. “Men gaat ervan uit dat mannen en vrouwen zo niet ‘gelijk’ dan toch inmiddels ‘gelijkwaardig’ zijn en daarmee is de discussie over vrouw-zijn gesloten.

“Hiermee blijft de vraag onbeantwoord hoe die gelijkwaardigheid doch ongelijksoortigheid – vrouwen zijn nu eenmaal geen mannen – gestalte moet krijgen en wordt het aan de individuele vrouw overgelaten een strategie te verzinnen om zich in de moderne tijd te handhaven. Dat dit niet zomaar lukt zien we onder meer aan het grote aantal jonge, hoog opgeleide vrouwen in de WAO, de verwoede politieke discussies over werkende vrouwen en kinderopvang (zoals ook in deze krant de afgelopen twee weken, red.) en het complete gebrek aan visie en theorievorming over vrouwen die aansluit bij hun behoeften ‘na het feminisme’.”

De cursus die zij met de studenten ontwikkelde, probeert antwoord te geven op de vraag ‘hoe kunnen we in de toekomst het beste verder met vrouwen?’ Dit gebeurt door middel van een zoektocht naar de vrouwelijke identiteit in onder andere de wetenschap, de taal, religie, kunst, normen en waarden en geschiedenis.

Wat doet het met vrouwen dat zij zo goed als ontbreken in de religieuze instituties? Welke boodschap dragen de universiteiten uit als er bijna geen vrouwelijke hoogleraren zijn? Wat zegt het dat vrouwen nog steeds minder betaald krijgen ook al doen zij hetzelfde werk als mannen? Via literatuur, discussies en colleges van gastdocenten verzamelden de studentes een caleidoscoop aan beelden van vrouwelijke identiteit.

Met de cursus wilde Pleun van Vliet primair de studentes laten nadenken over ‘de vrouw’. Die bewustwording is geslaagd. Bij Marieke Hoffman bijvoorbeeld heeft de cursus inzicht verschaft in de spagaat van het huidige post-feministische tijdperk. Enerzijds willen vrouwen zich niet louter identificeren met ‘vrouwen als groep’, het jaren-70-feminisme. Anderzijds blijkt strikt individualisme ook niet te werken, omdat dan alle problemen (bijvoorbeeld de combinatie moederschap en carrière) tot individuele problemen worden gebombardeerd. Een concreet antwoord hoe het dan wél moet, heeft de cursus niet opgeleverd. Pleun van Vliet heeft er wel haar gedachten over, want – na gelijkheid en vrijheid – is volgens haar de tijd rijp voor zusterschap in een modern jasje om het welzijn van vrouwen te verbeteren.

De eerste cursus is eind vorig jaar afgesloten. Over een vervolg is nog niets bekend. De noodzaak om ‘vrouwen’ weer op de agenda te zetten wordt in de academische wereld nog niet overal gezien. Opvallend is dat er vanuit het werkveld wel volop interesse bestaat. Begin februari zullen Pleun van Vliet en Sonja Vermunt (student psychologie en co-docent van de cursus) lezingen geven op een congres voor vrouwelijke politieagenten. De twee willen ook een bijdrage leveren aan het onderzoek bij bijvoorbeeld het leger naar ongewenste uitstroom van vrouwen. Met het Institute of Interdisciplinary Studies van de Universiteit van Amsterdam zijn ze in gesprek over het aanbieden van de vrouwencursus én het ontwikkelen van een parallelle mannencursus. Now we’re talking!