‘Het blijft te vaak akelig stil’

Steven van Eijck publiceerde vorige week zijn laatste advies als commissaris Jeugdbeleid. „We moeten nu echt werk gaan maken van het beschermen van kinderen.”

Het klinkt wat vreemd uit de mond van de belangrijkste kabinetsadviseur over de jeugd. „Ik ben niet zo tevreden over het jeugdbeleid van de afgelopen drie jaar”, zegt Steven van Eijck. Hoewel het kabinet „driekwart” van zijn adviezen overnam, is het jeugdbeleid dat de voormalige staatssecretaris van Financiën voor ogen heeft „pas op de helft”.

Er is een slag gemaakt in het denken over jeugd, zegt de door het kabinet aangestelde Commissaris Jeugd- en jongerenbeleid, die vorige week zijn laatste advies – over speciaal onderwijs – publiceerde. „Zo staat het kind nu centraal in het beleid. Op de ministeries zit dat al goed tussen de oren.” Maar de Tweede Kamer is nog niet zo ver, zegt Van Eijck.

Hoe moet de Tweede Kamer dan over het kind gaan denken?

Van Eijck: „Mijn adviezen hadden diverse perspectieven: onderwijs, veiligheid, gezondheidszorg. Die worden in de Kamer in diverse commissies behandeld. Maar er zijn zoveel thema’s die de grenzen van de Kamercommissies overschrijden: veiligheid bij het sporten, gezondheid op school. Er moet één commissie voor de jeugd komen.”

U zegt dat het jeugdbeleid pas halverwege is. Wat moet er nog gebeuren?

„Neem de jeugdzorg. Daar moeten minder mensen bij betrokken zijn, en meer mensen moeten zich verantwoordelijk voelen. Bij drama’s als bij Savanna en Gessica bleef het akelig stil over de vraag wie er verantwoordelijk was.

„Er zijn weliswaar massaal wethouders Jeugd gekomen, maar die hebben het jeugdbeleid nog niet integraal onder hun hoede. Een wethouder Jeugd zou niet meer met zijn vinger mogen wijzen. Hij moet zélf verantwoordelijk zijn voor het hele jeugdbeleid.

„Ook moet de overheid per doelgroep één loket instellen. Ik sprak laatst de moeder van een licht verstandelijk gehandicapte jongen. Die moet voor alles weer naar een ander loket: voor zorg, voor speciaal onderwijs, noem maar op. De overheid zou meer vraaggericht moeten zijn.”

Bent u er gerust op dat ook die andere helft wordt uitgevoerd?

„Ik ga het in elk geval scherp in de gaten houden. Er zijn Centra voor Jeugd en Gezin gekomen, waarin alle informatie over opvoeding aan ouders kan worden verstrekt. Dat is heel goed, maar andere instrumenten moeten niet te lang op zich laten wachten. Het elektronisch kinddossier staat op de rol voor 2008, maar dat moet er zo snel mogelijk komen. Elk kind wordt daarin geregistreerd, met alle gezondheidsproblemen. Ook de verwijsindex, die signalen van justitie, scholen en artsen aan elkaar koppelt, mag niet langer worden uitgesteld.”

Wat moet er in de formatie over jeugdbeleid worden besloten?

„De afgelopen jaren zat het jeugdbeleid bij zes departementen. Ik vind dat er maar drie ministeries over jeugd moeten gaan: Onderwijs, Volksgezondheid en Veiligheid, een combinatie van Binnenlandse Zaken en Justitie. Een van die eerste twee departementen moet dan een minister van Jeugd leveren. Die moet niet op het ministerie van Veiligheid komen, dat zou een verkeerd signaal geven.”

Welke maatregel zou u liever vandaag dan morgen ingevoerd zien?

„We moeten eindelijk werk gaan maken van het beschermen van kinderen tegen schadelijke invloeden van buitenaf. Dat staat ook in artikel 17 van het Verdrag van de Rechten van het Kind. We moeten erkennen dat er een schadelijke invloed uitgaat van bijvoorbeeld media, dat zie je wel aan het aantal kinderen dat nu Saddammetje speelt. Ik ben des duivels dat dit onderwerp wordt gemeden.”

Welke maatregel komt er zeker?

„De minister van Jeugd komt er wel. Misschien wel Rouvoet.”

    • Derk Walters