De stelling van Wim van Krimpen: De ‘Sixties’ zijn definitief geschiedenis en dat is geen ramp

Een nieuw kabinet zal de controle willen herstellen die in de jaren zestig verloren is gegaan. De mannenbroeders gaan grenzen stellen. We hebben behoefte aan rust aan het front , zegt Wim van Krimpen tegen Elsbeth Etty.

Wim van Krimpen is directeur van het Haags Gemeentemuseum waar t/m 20 april 2007 de tentoonstelling Sixties! te zien is. Foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Tijdens de opening van de tentoonstelling ‘Sixties!’ afgelopen zaterdag in het Haags Gemeentemuseum kreeg ik de indruk dat de jaren zestig ten grave werden gedragen. Is dat de bedoeling van deze expositie?

„De Sixties als symbool van volledige vrijheid zijn inderdaad definitief geschiedenis. Wat rest is een hang naar het verleden. Er is een soort retrogevoel in de maatschappij geslopen. Men wil terug naar de gemeenschappelijkheid van de jaren zestig, daarom trekt deze tentoonstelling zoveel belangstelling.”

Ik associeer de jaren zestig juist met een afscheid van de gemeenschappelijkheid. Het was de tijd van ontkerkelijking, ontzuiling, emancipatie, vrije expressie van het individu.

„Maar er was wél verbondenheid, een gezamenlijk optreden tegen de autoriteiten, tegen de oorlog in Vietnam. Dat kun je heel goed zien op de tentoonstelling: al die filmopnames en foto’s van demonstraties, van de bezetting van het Maagdenhuis, van de algehele opstand. Er was een gedeeld besef dat alles anders moest. Dat gevoel had ik ook, alhoewel ik aan de nette kant van de samenleving zat. Ik ben in 1941 geboren in een gereformeerd middenklassemilieu. Een soort Balkenende-kind was ik.”

Op een foto uit 1967 in de tentoonstellingskrant over de Sixties zit u naast Jimi Hendrix in een driedelig pak met onwaarschijnlijk kort haar. Inderdaad meer een jarenvijftigachtig Balkenende-kind dan een hippie uit de jaren zestig.

„Er zijn zeker overeenkomsten. Ik ben een domineeszoon, en zie aan Balkenende dat hij oprecht gelooft in zijn missie.”

Diens missie is toch niet een herstel van de antiautoritaire geest van de jaren zestig.

„Nee. We zijn aangekomen op een punt dat de mannenbroeders dat tijdperk afsluiten. Ze gaan grenzen stellen. De huidige kabinetsformatie is in dat opzicht fascinerend. Het succes van Balkenende en Rouvoet schrijf ik toe aan hun intentie om paal en perk te stellen.”

Gaan we terug naar de jaren vijftig met alle taboes van dien?

„Een nieuw kabinet zal de controle willen herstellen die in de jaren zestig verloren is gegaan. Ik ben heel modern, maar die behoefte begrijp ik. Die is al met Pim Fortuyn begonnen: de mensen zijn onrustig geworden door de doorgeschoten vrijheid. Er is weer behoefte aan een ideologie, wat Bos een beetje biedt maar Balkenende en Rouvoet helemaal. Ik heb altijd D66 gestemd tot voor een aantal jaren, omdat ik vind dat problemen er zijn om opgelost te worden. Zo bestuur ik dit museum ook. In de jaren zestig heerste vrijheid blijheid, die periode is voorbij.”

Wat betekenden de jaren zestig voor u persoonlijk?

„Totale vrijheid. In 1960 ging ik studeren in Amsterdam, dat was op zich al een bevrijding. We werden bevrijd van het geloof, van de strenge seksuele moraal, van alles eigenlijk. Op het gebied van seks, drugs en rock-’n-roll werd alles mogelijk. De Sixties hebben Nederland tot een vrij land gemaakt.”

Vindt u het niet vervelend dat die vrijheid door wat u de mannenbroeders noemt, zal worden ingeperkt?

„Nee, dat is een onterechte linkse angst. Ik merk als directeur van dit museum dat mensen aanwijzingen willen. Dat zie je in de maatschappij ook: men wil een richting aangewezen krijgen.”

Welke richting?

„Ik vind – om een paar voorbeelden te noemen – dat er best iets mag gebeuren met het ontslagrecht, de huurbescherming en de hypotheekrente. Dat zijn typisch verworvenheden van de Sixties. Net als Balkenende vind ik dat je niet automatisch recht hebt op een uitkering. De wetgeving in Nederland is een beetje doorgeschoten in beschermingsconstructies, op allerlei gebied.”

Wat hebben de al dan niet doorgeschoten vrijheden van de jaren zestig voor de kunsten betekend?

„De kunst volgt de maatschappij en niet andersom. Ik geloof niet in een kunst die de maatschappij verandert – die bestaat niet. Voor mij betekent de vrijheid van de kunst dat ik geen subsidie wens te ontvangen waarbij wordt vereist dat ik een bepaald percentage Turken of Marokkanen moet bereiken. Er worden allerlei subsidies verstrekt ter bevordering van de multiculturele samenleving en dat is flauwekul. Ik geloof ook helemaal niet in een geschiedenismuseum ter bevordering van de integratie. Waarom stopt men dat geld niet in het onderwijs?”

Wat gaat het voor de cultuur betekenen als er een door mannenbroeders beheerst kabinet komt? Dreigt er restauratie?

„Nee, eerder een afbakening van het speelveld. Je kunt de jaren zestig, hoewel ze definitief voorbij zijn, niet meer wegdenken. Terugkeer naar de jaren vijftig is onmogelijk en dat zal ook niet gebeuren. Ik ben een cultuuroptimist. Wel heb ik het gevoel dat er, ook in de kunst, een verlangen is naar sturing, naar leidende principes.”

In de jaren zestig, zo blijkt uit de tentoonstelling, waren die er juist niet, dat was de charme ervan.

„Dat klopt, maar wat we nu zien, is dat we die vrijheid niet meer aankunnen. Dat werd ook belichaamd door Pim Fortuyn. Hij wilde mensen een handvat geven, en of dat nu een goed of een verkeerd handvat was, het was in elk geval helder.”

Geef mij maar mensen als Willem de Ridder en Wim T. Schippers die – zoals we op de tentoonstelling weer eens kunnen zien – juist probeerden mensen op het verkeerde been te zetten.

„Die vorm van kunst blijf ik ook geweldig vinden, maar we moeten van de jaren zestig geen mythe maken, daar is deze tentoonstelling ook niet voor bedoeld. Als je hier rondloopt besef je hoe de tijden veranderd zijn. Bij de opening van de tentoonstelling werd mij gevraagd wat mij het meest bijgebleven is van de Sixties. Ik antwoordde: „De moord op John F. Kennedy”, en ik kreeg ter plekke weer een brok in mijn keel. Als president Bush nu doodgeschoten zou worden, zou ik geen brok in mijn keel krijgen.”

Misschien omdat Kennedy de hoop op betere tijden personifieerde en Bush het tegenovergestelde.

„Ja, Kennedy luidde een nieuwe tijd in. Dat gevoel van hoopvolle verwachting is er nu niet meer. Ik merk ook aan de reacties op de tentoonstelling van jongeren die de jaren zestig niet hebben meegemaakt dat ze de huidige tijd saai vinden. „En dat is ook zo. Wie gaat er tegenwoordig nog ergens de straat voor op? De laatste keer dat ik dat heb gedaan was na de moord op Fortuyn, toen ben ik met duizenden andere Rotterdammers naar de Coolsingel gegaan om te protesteren.”

Het sleutelwoord in de jaren zestig was ‘ludiek’. Misschien had Fortuyn ook wel iets ludieks.

„Zeker. Hoewel ik geen aanhanger van hem was, vind ik het heel jammer dat hij geen premier is geworden. Dat zijn we echt misgelopen. De totale chaos die er dan was gekomen, had ik wel mee willen maken. Fortuyn wilde natuurlijk helemaal geen premier worden, hij wilde alleen maar een spel spelen, een geniaal spel. Als hij niet was vermoord, was hij beslist premier geworden. Weliswaar zou dat niet langer dan twee maanden hebben geduurd – maar toch zou het een interessante ervaring geweest zijn.”

De ludieke chaos waar u kennelijk toch enigszins naar verlangt, hoeft u van een kabinet met Balkenende, Rouvoet en Bos niet te verwachten. Of hoopt u stiekem op een reprise van de opstand in de jaren zestig?

„Absoluut niet. Ik denk dat we behoefte hebben aan rust aan het front en dat de mensen daarnaar verlangen. De mannenbroeders, tot wie ik Wouter Bos ook reken, streven daarnaar. Het socialisme en het gereformeerdendom liggen dicht bij elkaar, die mensen begrijpen elkaar precies en willen hetzelfde. Dat kabinet komt er vast en ik vrees de spruitjeslucht niet. Nederland is een totaal vrij land. We laten ons toch niet beïnvloeden door de sfeer in Den Haag?”

Tenzij we er toe gedwongen worden, bijvoorbeeld doordat men gaat tornen aan de abortus- en euthanasiewetgeving.

„Daar zal niet aan worden getornd.”

Dus de foto’s op de Sixties-tentoonstelling van demonstrerende vrouwen onder de leus ‘Baas in eigen buik’ behoren niet tot een voorgoed afgesloten tijdperk?

„In zoverre wel dat het toen ging om het doorbreken van taboes. Dat hoeft tegenwoordig niet meer en zal ook onder een nieuw kabinet niet nodig zijn.”

Wat vindt u het allerleukste aan de tentoonstelling over de Sixties?

„De sfeer. Het oproepen daarvan is mijn voornaamste inbreng geweest. Ik heb willen laten zien wat een spannende periode het was. Er gebeurde van alles. Als ik naar mijn dochters van veertien en zestien kijk, besef ik dat zij minder meemaken dan wij hebben meegemaakt. Jongeren zijn nu veel minder politiek dan toen, ook daaraan zie je dat de tijden zijn veranderd.”

    • Elsbeth Etty