De hoop na de hype

Commerciële stamcelbehandelingen zijn niet effectief, te duur en mogelijk gevaarlijk. Maar het onderzoek met patiënten gaat door, met wisselend succes. Paulus Lips

De Amerikaanse bioloog Donald Orlic was in april 2001 de aanstichter van de ‘stamcelhype’. In Nature beschreef hij hoe een muizenhart na een infarct grotendeels herstelde door het inspuiten van beenmergcellen. De stamcellen leken zich te ontwikkelen tot hartcellen, waardoor de functie van het orgaan sterk verbeterde. Al snel bleek de theorie van Orlic te eenvoudig. De rol van de stamcellen bij het herstel bleef tot nu toe onduidelijk.

Toch was met deze publicatie de hype geboren. Stamceltherapie leek hét antwoord op een groot aantal ziekten, en commerciële klinieken beloofden ook in Nederland genezing – voor veel geld, en zonder resultaat. Minister Hoogervorst heeft besloten dat zij er per 1 januari mee moeten stoppen (zie kader). Alleen de academische ziekenhuizen mogen nog stamceltherapieën aanbieden, als experiment.

Professor Christine Mummery, stamcelexpert aan het Hubrecht Laboratorium in Utrecht: “Het principe van stamceltherapie is even eenvoudig als fantastisch. Stamcellen kunnen zich ontwikkelen tot gespecialiseerd weefsel en zo ziek weefsel vervangen. Zo zou nieuw hartspierweefsel gevormd kunnen worden na een infarct, of de ziekte van Parkinson worden genezen door nieuwe hersencellen. Maar na jaren van onderzoek hebben we nog steeds geen idee wat werkelijk gebeurt nadat stamcellen ingebracht zijn. ”

Een van de belangrijkste Nederlandse onderzoeken naar stamcellen – die dus in de academische ziekenhuizen worden uitgevoerd – bekijkt de vorming van bloedvaten. Weefsel dat is afgestorven doordat de bloedvaten verstopt zijn, kan zich herstellen als stamcellen ter plekke ingebracht worden en nieuwe vaten vormen. Althans, dat is de theorie.

Vaatspecialisten van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) hebben hun onderzoek hiernaar zojuist afgerond. Ze spoten stamcellen in bij dertig mensen met afsluitingen van de beenslagaders. De onderzoekers concluderen dat 60 procent van de behandelde mensen minder pijn heeft aan de benen, een betere bloeddruk heeft in de beenvaten en verder kan lopen dan voor de behandeling. De resultaten worden binnenkort gepubliceerd.

Drie recente studies (New England Journal of Medicine, september 2006) naar het effect van stamcellen bij een afgesloten bloedvat in het hart laten tegenstrijdige resultaten zien. Bij patiënten die net een hartinfarct hadden gehad, werden stamcellen ingespoten op de plaats van de afsluiting. Twee studies lieten een lichte verbetering zien van de hartfunctie en de doorbloeding, maar de derde studie toonde geen verschil ten opzichte van de controlegroep die geen stamcellen had gekregen.

Mummery: “Of de stamcellen verantwoordelijk zijn voor de verbeteringen is nog maar de vraag. Met de stamcellen worden ook een heleboel andere cellen ingespoten. Het kan zijn dat de betere doorbloeding wordt veroorzaakt door ontsteking of door aanmaak van groeifactoren.” Voor Orlic’s muizenstudie geldt hetzelfde.

hebe-trial

Deze wetenschappelijke discussie vormde voor de academische ziekenhuizen aanleiding om de Hebe-trial op te zetten. Tweehonderd patiënten met een hartinfarct werden in drie groepen verdeeld. De eerste groep kreeg stamcellen ingespoten ter plekke van de afgesloten hartvaten. De tweede groep kreeg ontstekingscellen ingebracht en de controlegroep kreeg niets. De onderzoekers hopen op deze manier te ontdekken wat de oorzaak van de vaatvorming en de verbeterde hartfunctie is.

Binnen de tweede grote onderzoekslijn in Nederland, die van de tissue-engineering, spelen dezelfde vragen. Clemens van Blitterswijk, hoogleraar regeneratieve geneeskunde aan de Universiteit Twente: “Wat doen die ingebrachte stamcellen? Specialiseren ze zelf tot nieuw weefsel of stimuleren ze alleen bestaand weefsel waardoor nieuwe cellen ontstaan? We weten het niet.”

Bij tissue-engineering worden stamcellen van een patiënt buiten het lichaam vermenigvuldigd en tot specialisatie aangezet. Dit alles gebeurt op een drager, een soort ‘bouwsteiger’, waardoor het ontstane weefsel steun en een bepaalde vorm krijgt. Deze maand publiceert Van Blitterswijk een onderzoek waaruit blijkt dat stamcellen aanleiding kunnen geven tot botgroei. (PLoS Medicine, januari) “Althans in kweekschaaltjes en in muizen. Toen we het bij botdefecten in de kaak van patiënten toepasten, lukte het maar bij een klein aantal.”

Ook bij andere toepassingen van tissue-engineering zijn de successen vooral te vinden binnen de muren van het laboratorium en niet bij de patiënt. In Beverwijk is de behandeling met huidstamcellen bij patiënten met brandwonden tijdelijk gestaakt vanwege wisselende resultaten.

hartkleppen

Bij de TU Eindhoven zijn onderzoekers positiever. Samen met de Universiteit van Zürich werken ze al jaren aan hartkleppen die door stamcellen gevormd worden. Uit onderzoek met schapen blijkt dat ge-engineerde longslagaders kunnen meegroeien. De onderzoekers verwachten ook meegroeiende hartkleppen te kunnen maken, zodat pasgeborenen met hartaandoeningen behandeld kunnen worden.

Van Blitterswijk hoopt in een nieuw onderzoek vast te stellen of ingebrachte stamcellen nieuw kraakbeen zullen vormen bij patiënten met gewrichtsslijtage. Onderzoek bij proefdieren laat goede resultaten zien.

Mummery en Van Blitterswijk zijn positief maar terughoudend over de toekomst van stamceltherapie. Van Blitterswijk: “Het is ontzettend moeilijk om onderzoeken met een negatief resultaat gepubliceerd te krijgen. Hierdoor ontstaat een veel te positief beeld.” Christine Mummery waarschuwt: “We moeten oppassen dat we niet op de alchemisten van een paar eeuwen terug gaan lijken. We boeken veel mooie resultaten, maar laten we geen goud beloven.”

De hoogleraren zijn het erover eens dat de eventuele gevaren die met deze vorm van therapie gepaard gaan erg klein zijn. Dat wordt wordt anders als je embryonale of genetisch bewerkte stamcellen gaat gebruiken. Dan bestaat er een grotere kans op tumorvorming.