De dienende dokter

Het is verhelderend om door een buitenstaander een spiegel voorgehouden te krijgen in het artikel van prof. dr. James Kennedy (`Dienende dokter`, W&O 13 januari). De arts-patiëntrelatie is, volgens Kennedy onder externe invloed gewijzigd in een gelijkwaardiger verhouding. Kennedy gaat er vanuit dat het kennis- en ervaringverschil, misschien is het beter om van een kloof te spreken, tussen artsen en patiënten te overbruggen is. Mijn ervaring als (revalidatie)arts is dat het zelden lukt deze kenniskloof op te heffen. Wel haalbaar is, dat de arts en patiënt participeren in het afwegingsproces rond diagnostiek en behandeling. Waarbij de aspecten uit het referentiekader van de patiënt meewegen. Dat is niet gelijkwaardig. Maar wel goed werkbaar voor alle betrokkenen. Dit betekent dat het Haagse, neoliberale beleid op basis van die vermeende gelijkwaardige verhouding in de praktijk genuanceerd wordt. Waarom denkt u dat dit beleid zich moeilijk ontplooit?

Kennedy vraagt zich af hoe zuiver de drijfveren van artsen in de samenwerking met patiënten zijn. Artsen zijn gewone mensen, voor wie de menselijke drijfveer om moeilijkheden met anderen te vermijden, niet vreemd is. De beschreven scheiding tussen deze drijfveer en de edelmoedigere drijfveer om de patiënt serieus te nemen is er niet. Artsen hebben geen buitenstaanders nodig om te constateren dat het in de relatie met patiënten met onwillige honden kwaad hazen vangen is. Kennedy stelt dat artsen van assertieve patiënten onzeker worden en dat ze zullen proberen om van die patiënt af te komen. Assertieve patiënten zijn voor mij een plezier om mee samen te werken. Zij dagen me uit om professioneel, het beste uit me te halen.

Kennedy maakt de sprong van de individuele arts-patiënt relatie naar de relatie tussen de medische professie en de samenleving. Hij constateert dat artsen zich hier, extern gemotiveerd, passief en volgend opstellen. De geneeskunde en de maatschappij zouden er beter van worden als artsen zich actief, betrokken en uitgesproken over hun standpunten profileren. Dit houdt ernstige gevaren in voor de individuele arts-patiëntrelatie. De beroepscode benadrukt dat artsen zonder onderscheid des persoon hun werk doen. Dat botst met een maatschappelijke leiderschapsrol. Artsen kiezen primair voor de individuele arts-patiënt relatie. Het is een compliment voor de medische stand dat er nog weinig terecht gekomen is van de leiderschapsrol van artsen in de maatschappij.

    • Drs. Emile P.F. Janssen Revalidatiearts