Caritas

Aan welk goed doel geeft iemand en waarom? Deze week Jan de Kreij, topman van vastgoedfonds Corio, en ook voorzitter Terres des Hommes.

Jan de Kreij Foto Maarten Hartman Nederland, Utrecht, 24-1-2007 Management BoardÊCorio N.V. ÊDrs. J.A. (Jan) de Kreij (CEO) Maarten Hartman Hartman, Maarten

„Sinds 2004 leveren alle mensen bij Corio hun relatiegeschenken in die ze met Kerstmis krijgen. De geschenken worden vervolgens in een soort veiling weer verkocht onder het personeel. Zo hebben we de eerste keer bijna 4.000 euro opgehaald. Ik heb dat bedrag nog eens verdubbeld. Het geld gaat naar een goed doel. Twee jaar geleden waren dat de slachtoffers van de tsunami in Zuidoost-Azië. Afgelopen jaar ging het geld naar de Doe Een Wens Stichting.

„Hoeveel kan er in Nederland wel niet opgehaald worden voor goede doelen als iedereen dit deed met zijn relatiegeschenken. Dat zou zo maar 100 miljoen euro kunnen zijn.

„Ik heb twintig jaar in het buitenland gewoond. Onder andere in Nigeria, waar ik in het oerwoud heb gezeten. Ik weet wat het is om niks te hebben. Onze maatschappij is zo gefocust op het individu, maar ik vind dat we ons ook het lot van arme landen moeten aantrekken.

„Mensen zeggen dan dat ze in hun eentje niks kunnen beginnen tegen het immense probleem van de armoede op de wereld. En daarom doen ze maar niks. Dat is voor mij geen optie. Je hoeft niet de wereld op je schouders te nemen. Begin eens bij één gezin.

„Mijn zoon en schoondochter wonen in Dubai en hebben een hulp uit Sri Lanka. Die was net terug naar haar land toen het door de tsunami werd getroffen. Zij heeft het gelukkig gered, maar haar ouderlijk huis en de trapmachine van haar vader – hij is leerbewerker – waren weggespoeld. Ik heb toen aangeboden het geld voor een nieuw huis te geven.

„De situatie in de wereld wordt naar mijn idee wel langzaam beter, maar de achterstand in sommige landen is nog steeds enorm. Terres des Hommes heeft bijvoorbeeld drie hospitaalboten, in Bangladesh en in de Amazone. Mensen kunnen daar een arts bezoeken. Ze lopen dagen om bij zo’n boot te komen. We zouden makkelijk zes boten kunnen runnen.”

Marcel aan de Brugh